Zo trachtte men ook de binnenlandse pers in het gareel te houden. Op grond van zijn kritische uitlatingen in het Algemeen Handelsblad werd Herman Rutters een informeel boottochtje geweigerd. En toen het Berliner Tagesblatt de recensent Paul F. Sanders wilde laten schrijven, greep het comite rechtstreeks in: Sanders was niet ‘die geeignete Personlichkeit’.
Typisch vooroorlogs patriarchaal optreden? Nee. Martijn Sanders, directeur van het Concertgebouw, deed vorige week ook verwoede pogingen de pers de mond te snoeren. Hoogstpersoonlijk waakte hij erover dat over zijn Mahler Feest geen onvertogen woord zou vallen. Algemeen Dagblad-redacteur Doron Nagan die in zijn commentaar gewag had gemaakt van ‘Mahler-hysterie’ werd verordonneerd zijn passe-partout zelf te betalen. Want een gegeven paard kijk je niet in de bek. Ook de Volkskrant, die op de voorpagina melding maakte van een akelige brom in de geluidsweergave in de tent op het Museumplein, kreeg een reprimande van de directeur: vijf jaar intensieve voorbereiding ga je niet verzieken met dit soort flauwe verslaggeverij. Vrij Nederland-redacteur Bas van Putten moest het ontgelden toen hij in de zijlijn van een bespreking van de heruitgave van Vestdijks Mahler-essays het Mahler Feest ‘protserig’ noemde. Sanders stuurde Van Putten een brief waarin hij meedeelde zich ‘persoonlijk diep gekrenkt’ te voelen door deze kwalificatie. Wie aan het Feest komt, komt aan Sanders. En de Uitkrant verdween nog dezelfde dag uit de rekken van het Concertgebouw toen Sanders in de kolommen een (uiterst beschaafd) grapje over hoofdsponsor Shell ontwaarde.
‘Schrijf maar dat ik het meest geinteresseerd ben in berichtgeving over de concerten’, antwoordt hij op de vraag waarom hij de Uitkrant uit het Concertgebouw heeft verwijderd. (jacqueline oskamp)