Mail

Sinds ik een website heb krijg ik met enige regelmaat berichten van mij onbekende mensen. Gelukkig zijn dat vaak mensen die iets aardigs schrijven. Dat ze een bepaald gedicht zo mooi vinden, bijvoorbeeld.

Of dat ze mij tijdens het ontbijt graag voorlezen aan hun vrouw. En dat hun vrouw dat ook waardeert. Andere mensen mailen over mijn slordigheden en typfouten. Dat zijn goede, nuttige berichten die ik altijd netjes beantwoord. Er zijn echter ook e-mails die terechtkomen in een mapje met ‘ongewenste e-mail’. Dat doe ik niet zelf, dat doet een programma. Dat meldt dat programma vervolgens netjes bij mij, zodat ik die mail in die map alsnog kan lezen. En dat is wel nodig ook, want vaak blijken de afzenders juist hele interessante mensen te zijn. Mensen met problemen. Mensen op zoek naar hulp. Neem bijvoorbeeld Peter Wong. Peter woont in China en werkt daar voor een enorme, belangrijke bank.

Honderdduizenden klanten. Peter werkt hard en nauwkeurig. En op een dag ontdekt hij, zomaar bij toeval, een rekening waar 25 miljoen op staat. 25 miljoen! En niemand om het te claimen! Zo’n kans kan Peter Wong natuurlijk niet laten lopen. En daarom mailt hij mij, via mijn gloednieuwe website. ‘Erkennen’, begint hij poëtisch, ‘ik heb een wederzijds zakelijk voorstel van wederzijds belang met u in delen.’ Er volgt dan inderdaad een prachtig voorstel waardoor ik zonder veel moeite stinkend rijk kan worden. Al dat geld, alleen voor mij ‘op de bank gestoort en ten veiligheid gesteld’. Is het niet hartverwarmend dat Peter Wong, in een land waar je toch heel wat medemensen hebt rondlopen, speciaal voor mij heeft gekozen? Een onbekende dichter in het verre Nederland? En niet alleen Peter heeft aan mij gedacht, nee, ook Patrick Chen heeft dat. En Michael Wang. En David Zhang. En James Liu. Er lopen kortom nogal wat Chinezen rond met kosmopolitische namen en problemen op het gebied van miljoenentransacties, die in mij hun gedroomde redder zien. Hartverwarmend. ‘Ik heb jou een aantrekkelijke verwijzing in mijn zoektocht’, schreef James laatst. ‘Zo jij past mijn begeerde zakelijke relatie.’ Ik kon het niet helpen. Ik bloosde.