Makreel

Zou ik even bellen? Om zeker te weten of in De Zeemansbeurs van mevrouw Parlevliet op de Trawlerkade 70 in IJmuiden tussen de sjorklampen en kielzwabbers nog steeds scheepsbeschuit wordt verkocht? Door de duinen per zandslede uit Katwijk aangevoerd? Alsook verse boterhammen met kaas.

Soms kan je iets maar beter niet weten is een credo waar ik, zowel als sommige meelwormen, maar niet op uitgekeken raak.
Bij haar kocht ik indertijd een mes. Het is een mes om vis schoon te maken. Wanneer je dat mes ziet moet je aan vis denken. Aan makreel. Maar ook zonder dat mes denk ik regelmatig aan makreel. Omdat het zo'n bijzondere vis is. In aquaria van dierentuinen zul je hem zeer zelden tegenkomen. Niet omdat ze de makreel daar geen bijzondere vis vinden, dat ze als het ware ichtyologisch op de makreel neerkijken. Nee, integendeel. Het komt omdat de makreel zo gevoelig is. Ik las ooit, het betrof het aquarium van Artis geloof ik, dat ze er eindelijk in geslaagd waren een levende makreel of drie in hun collectie op te nemen. Er stond (dacht ik), dat ze er eerst in de golf van Biskaje tienduizend moesten vangen en als ze heel veel geluk hadden was daar, eenmaal in de Plantage Middenlaan aangekomen, nog maar een handvol van in leven.
Vandaar dat je in de supermarkt zoveel dode makrelen ziet. Vaak in plastic. Ze zien er toch ook daar nog heel sensitief uit.
In wat mijzelf betreft gevoeliger tijden had ik op de marmeren keukentafel voor de sier wel eens een levenloze harde bokking liggen. Om het altijd esthetisch hongerende oog rustig te houden. Of zoiets. Een citroen ernaast. Als gespreksonderwerp ook niet te versmaden.
Ditmaal maakte ik andersoortige moes van de makreel. Met mes van de IJmuidense mevrouw maakte ik vel en graat los van het werkelijke inwendige van de makreel en wreef dat fijn met behulp van de vork. Stopte er lekkere slokjes en beetjes in van Italiaanse azijn, Zaanse mayonaise en Parijse mierikswortel en zette het voor aan de gasten. Omdat dat zo Frans klinkt zei ik met verplaatsbare trots dat het Mousse Parlevliet was. En de gasten? Zij aten het op.