Mali kan niet zonder grote broer Kadhafi

Bamako - De Malinese kranten waren deze week in alle staten over Libië. ‘Kadhafi komt! Als hij maar niet komt! Hij is er al! Hij komt vannacht!’ Het ene kamp riep alvast op om de straten op te trekken als de Malinese regering deze schande zou toestaan. Het andere kamp herinnerde eraan dat Kadhafi al jaren Mali’s grootste vriend is. Anderen hoopten dat de Amerikanen hem zouden doodschieten en het probleem zouden laten verdwijnen.

Het is een reusachtig dilemma voor Mali. Moammar Kadhafi’s indrukwekkende tronie hangt nog steeds in heel Bamako te pronken. Bij de entree van de nieuwe regeringsgebouwen, waar elke bureaustoel, kraan en baksteen door de grote gids uit Libië is betaald. Nou ja, officieel met de oliedollars van het Libische volk natuurlijk, maar het portret herinnert iedereen eraan wie daar werkelijk achter zit. Het hangt bij de Libische banken, in de lounge van zijn luxe hotels. Kadhafi is de grote broer van Mali, een reuze-investeerder in Malinese ondernemingen, grootgrondbezitter in het vruchtbaarste landbouwgebied, bankeigenaar en hotelgigant in Bamako, villabezitter in Timboektoe. Die laatste stad is al jaren een favoriet vakantieplekje voor de kolonel. Het ligt op dirigeerbare afstand van de droge leegtes van het Malinese noorden, waar de Toeareg-families wonen die hem tot op de dag van vandaag duizenden huurlingen leveren. En hij heeft er familie wonen. Zo'n gek idee is een Mali als uitwijkplaats niet. Onder de huidige omstandigheden houdt Mali de goede vriend natuurlijk liever ver weg. Maar hoe weiger je met goed fatsoen een man die al decennia je land geholpen heeft?

Hoe graag Mali ook buiten de huidige problemen wil blijven, het land is al betrokken bij de strijd in Libië. Het privé-legertje van Kadhafi bestaat goeddeels uit Malinese Toeareg. Honderden nieuwe rekruten - toch al ontevreden en werkloos - hebben zich aangemeld. En de Libische burgeroorlog brengt ook Mali zelf in gevaar. In de roerige jaren zeventig voerden de Malinese Toeareg oorlog tegen hun regering en bood Kadhafi hun onderdak en steun. Noord- en Zuid-Mali leven inmiddels samen in een gewapende vrede. Maar dat zou nu wel eens in gevaar kunnen komen.

De gebeurtenissen in Libië zijn sowieso slecht voor de Malinese economie. Met Kadhafi vallen ook zijn investeringen weg en als Kadhafi naar Mali komt, riskeert Mali ook nog een boycot of een einde aan westerse hulp. En als Kadhafi aanblijft, zal de Libische dictator minder geld over hebben om in het buitenland uit te delen. Vliegtuigen vol Malinese gastarbeiders keren nu al terug uit Libië, zonder een dinar achterstallig salaris en zonder hun moeizaam opgebouwde bezit. Vanuit Libië, waar ze vaak werkten in de bouw of schoonmaak, wilden ze met hun gespaarde geld de oversteek naar Europa wagen. Nu zijn ze terug bij af, in Mali.