Mallotig

Als nou heel Nederland al een paar weken weet dat Lubbers het niet zal worden, hoe kan het dan dat hij denkt dat hij het wel zal worden?

Ik bedoel, bij de slager, bij de bakker, op m'n werk, in de tram: iedereen was het eindelijk weer eens ergens over eens: hij wordt het niet.
Dat ik dan collega-ministers van het huidige Kabinet toch hun best zie doen voor hun premier, begrijp ik best - loyaal, nietwaar? - en ik vind het zelfs tegen de klippen op fatsoenlijk. Maar ze keken meestens een beetje boer-die-kiespijn-heeft-erig. Niet alsof ze echt in hun missie geloofden, terwijl een aantal daar toch mee is grootgebracht. Alleen Kok, die straalde doorzettingsvermogen voor Lubbers’ kandidatuur uit, maar die was naast zijn steun aan Lubbers ook nog verbolgen over de gang van zaken van de kant van Kohl en Mitterrand, zo las ik en dat geeft weer positieve krachten. Het merendeel echter straalde uit: hij wordt het niet.
Na de eerste stemming geloof ik, had Lubbers nog een stem, die van Nederland. Ja, dan heb je een machtspositie. Je eigen land blijft je natuurlijk steunen als je jezelf niet terugtrekt. De verkiezing moet unaniem zijn en er waren ook nog een paar stemmetjes voor een Engelsman, maar dat is even niet belangrijk. Met die ene stem heb je de macht. Je blokkeert daarmee de unanimiteit, zo lang als je wilt. Je kunt je weg forceren, je tegenkandidaat onderuitschoffelen. Ook al wist iedereen: hij wordt het niet.
Je kunt onderhandelen over wat je wel wordt. Over je toekomst. Over het anti-Duitse gevoel dat Nederlanders hebben, ingegoten vanaf de geboorte. Maar zelfs de Hollandse nieuwe baby’s weten: hij wordt het nooit.