Mama is niet langer boos, ze is gek

Winnie begrijpen, dat gaat niet buiten de context van wat zich afspeelde in de townships van de late jaren tachtig. Die stonden in brand. Elke straathoek, elk woonblok, elke school had zijn groep angry young men, ‘comrades’ genaamd, die maar één ding wilden: vechten. En aangezien de onderdrukker ofwel onbereikbaar ver weg was, in goed bewaakte kantoorgebouwen in de blanke stad, ofwel gepantserd rondreed in Casspir of Hippo, leefde men zich vaak uit op wie er zoal voorhanden was.

Politieverraders, alcoholstooksters, vrouwen die de ‘supermarktboycot’ hadden gebroken. In de townships hingen je leven en welzijn in die tijd, meer nog dan van de blanken, ervan af of de plaatselijke comrades een beetje redelijk waren.
De gevaarlijkste groep comrades was het Mandela United Soccer Team. Niet alleen omdat ze werden geleid door iemand met veel macht, contacten en geld, maar ook omdat ze samen met 'mama’ zelfs boven de wetten van struggle stonden. Waar andere groepen comrades nog wel eens tot de orde werden geroepen door het UDF of de lokale kerken, waren Winnie en haar voetbalteam in Soweto zélf de wet. Winnie luisterde naar niemand, maakte zelf uit wie vóór haar was en wie tegen haar, en dus ook wie er op represailles kon rekenen. De kreet 'mama is boos’ bracht dan ook geregeld hele woonwijken in paniek.
Jammer voor Winnie, de woonwijken en Zuid-Afrika dat ze niet onfeilbaar was. Juist vanwege haar hooghartige houding was het voor de veiligheidspolitie maar al te gemakkelijk om haar te omringen met echte verklikkers: het halve voetbalteam werkte voor de Security Branch. Die er vervolgens in slaagde om, door het handig bewerken van Winnies ijdelheid en vechtlust, een terreurregime in Soweto te stichten dat ogenschijnlijk niets met de blanke onderdrukker te maken had.
Naast al Winnies ontkenningen voor de Commissie van Waarheid bleef ze ook twee antwoorden schuldig, op de vragen: Waarom neemt u de verantwoordelijkheid niet voor wat uw jongens drie jaar lang deden in uw eigen huis?, en: Wat zegt u nu gebleken is dat uw team geïnfiltreerd was door de veiligheidspolitie? Daar had Winnie geen antwoord op. Elk mogelijk antwoord zou betekenen dat ze zeer domme fouten had gemaakt. En twijfel aan zichzelf of aan haar eigen oordeel, in heden of verleden, kan ze al helemaal niet tonen. Keihard nee zeggen, vragen overslaan en uitdagend staren resteerden haar.
Winnie was en is een vechtster, geen politica. Haar radicale onzinspeeches hebben weinig te maken met politieke visie, maar ze is wel onbreekbaar. Daar applaudisseren haar supporters voor. Dat is het waarom wellicht zelfs velen in het ANC straks op haar zullen stemmen. Maar ze is met haar megalomane ijdelheid, haar gestoorde werkelijkheidsvisie en haar agressie natuurlijk niet meer helemaal goed bij haar hoofd.
Ze is de enige niet. Zuid-Afrika is vergeven van de ontheemde 'soldaten’ die in de nieuwe tijd, met hun ziel en AK 47 onder de arm, maar niet kunnen aarden. Die hun vrouwen of kinderen slaan, de misdaad ingaan of de boer-werkgever van hun ouders doodmartelen. Zo bezien is Winnie het symbool van wat er met Zuid-Afrika is gebeurd in de tijd dat Nelson rustig op Robben Eiland zat.