Essay: Een lap textiel ondermijnt ons idee van vrijheid

Mama! Monster!

Levensgrote zwarte pinguïns, ‘wandelende doodskisten’ - we lijken bang voor vrouwen in boerka of niqaab, symbolen van onderdrukking, denken we. Maar een algemeen verbod op de gezichtssluier is paradoxaal in een cultuur die het vrouwenlichaam zo graag ontkleedt.

Medium essay  burka babes

EEN PAAR JAAR GELEDEN fietste ik met mijn zoontje, toen twee jaar oud, door Amsterdam Nieuw-Zuid. Het was stralend weer; hij zat als een prinsje voor in de bakfiets. Opeens strekte hij zijn arm en riep: ‘Mama, mama! Monster! Monster!’ Met zijn vinger wees hij naar een volkomen in het zwart gehulde vrouw, haar gezicht goeddeels verborgen achter zwarte sluiers. Ze liep achter een kinderwagen.
Ik voelde me lacherig en gegeneerd tegelijk. Lacherig, omdat elk woord van een tweejarige, die krabbelend zijn eerste stapjes zet in de taal, vertederend en grappig is. Lacherig ook uit ongemak, omdat hij iets zei wat je niet hardop mag zeggen. Gegeneerd was ik omdat hij nog niet had geleerd dat je niet zo ostentatief mag wijzen, en niet zo hard mag roepen. Ze had het vast gehoord. Dat vond ik pijnlijk, want behalve weerzin voelde ik ook een zeker mededogen voor de vrouw in sinister zwart, omdat ze waarschijnlijk vaak verwensingen naar haar hoofd geslingerd kreeg.
Ik had wel eens eerder vrouwen in niqaab in de stad gezien, al was dat de afgelopen jaren op een hand te tellen geweest, maar door het 'Monster! Monster!’ kon ik het beeld van deze gesluierde vrouw niet als een vlekje wegpoetsen. Mijn zoontje was op de leeftijd dat hij óveral monsters vermoedde - onder het bed, in de kast, in de badkamer -, hij was het levende bewijs van Hitchcocks stelling dat griezelen en genot een eeneiige tweeling zijn, maar waarom noemde hij haar een monster? Natuurlijk, de afschuw van de orthodoxe islamitische kleding wordt in het Westen breed gedeeld. Nicolas Sarkozy noemde de niqaabdraagsters 'vrouwelijke gevangenen achter een scherm’; een Belgische politicus betitelde de gezichtssluier als 'het slot dat heel wat vrouwen in de slavernij houdt’; voor Geert Wilders is de dracht 'middeleeuws en vrouwonvriendelijk’ en voor de Deense premier Lars Rasmussen 'de top van een ijsberg die we fundamentalisme noemen’. Het verst ging Éric Berson, de Franse minister van Immigratie, die van 'wandelende doodskisten’ sprak.
Als het om de boerka gaat, want dat is gemakshalve de verzamelnaam voor de lange gewaden gecombineerd met gezichtsbedekking, lijkt iedereen een feminist. Van Frankrijk tot Oostenrijk, van Italië tot Denemarken, van Spanje tot Zwitserland, overal in Europa wordt door politici gepleit voor een algemeen boerkaverbod. En dat pleidooi wordt lang niet alleen afgestoken door rechts-nationalisten als Wilders, maar ook door communisten, sociaal-democraten, conservatieven en groenen. Het boerkaverbod, concludeerde The Economist, is in Europa geen xenofobe fantasie meer, maar mainstream politiek. In België zijn politici het al jaren over vrijwel niets eens, behalve over het boerkaverbod, dat dit voorjaar met slechts twee tegenstemmen werd aangenomen in het parlement. Ook in het Franse parlement was deze maand de steun voor een verbod massaal. Het moet nog wel, net als in België, worden geratificeerd door de Senaat, en de Raad van Europa heeft al laten weten dat zij tegen een algemeen verbod is.
De vraag is of het boerkaverbod werkelijk over de boerka gaat, of dat de lap textiel inzet is van een vooral symbolische strijd. Voor welk probleem is het verbod precies een oplossing? En is het dan ook de juiste oplossing?
Geert Wilders diende in de zomer van 2007 samen met Sietse Fritsma de 'wet boerkaverbod’ in (een initiatief dat kon rekenen op de steun van de VVD) en ook in andere landen reppen politici kortweg van een boerkaverbod, maar boerka’s komen in het Westen niet of nauwelijks voor. Boerka’s zijn de massieve lappen stof, vaak helder blauw, met een stoffen traliewerkje voor de ogen, die de vrouwen in Afghanistan verplicht zijn te dragen. De gezichtsbedekkende sluiers die in Europa zijn te zien, zijn niqaabs, verschillende, meestal zwarte lappen die zo over elkaar heen worden gedrapeerd dat ze slechts een spleet voor de ogen uitsparen. Ze worden over het algemeen gecombineerd met de chador, een lang gewaad dat het hele lichaam bedekt. De dracht is overgewaaid uit de Golfregio (Saoedi-Arabië), waar zij onder invloed van een puriteinse, radicale versie van de islam, het wahabisme, dominant is.
Letterlijk gaat het boerkaverbod dus niet om de boerka, maar dat het toch zo heet, is wel betekenisvol. Het woord doet onvermijdelijk denken aan de Taliban en hun schrikbewind ten aanzien van vrouwen, het doet denken aan dwang en flagrante onderdrukking en aan onze - mislukkende - bevrijdingsstrijd in Afghanistan. De strijd tegen al-Qaeda, terroristen, de Taliban. De strijd voor 'Enduring Freedom’, voor onze westerse waarden kortom.
Maar mijn zoontje had nog geen weet van dergelijke connotaties, of van het feit dat de niqaab een importproduct is, het gevolg van de globalisering van de fundamentalistische islam. Zijn schrik leek instinctief. Zoals ik ook schrik van de macabere zwarte pinguïns, en dan niet weet in hoeverre de connotaties doorslaggevend zijn, niet weet wanneer de schrik overgaat in betekenisgeving. Zijn schrik, mijn schrik, ze zijn in ieder geval allerminst uniek, want in de stapels krantenstukken over het boerkaverbod komt het telkens terug dat mensen schrikken van vrouwen in niqaab. En uit opinieonderzoek blijkt dat in vrijwel alle Europese landen een overgrote meerderheid van de bevolking voor een verbod van de gezichtssluier is. Maar moet onze schrik tot wetgeving leiden? Wat precies van het boerkaverbod te vinden?

EERST WAT FEITEN. In Nederland en België dragen hooguit een paar honderd vrouwen een niqaab. Het precieze aantal is moeilijk te schatten, omdat het om zo'n klein aantal gaat, en omdat sommige vrouwen de gezichtssluier altijd dragen, maar andere alleen onder specifieke omstandigheden: als ze naar lezingen of de moskee gaan. Naast de fulltimers zijn er dus heel wat parttimers. Maar zelfs als het in Nederland om vijfhonderd vrouwen zou gaan, schrijft antropologe en arabiste Annelies Moors in haar onderzoek Gezichtssluier: Draagsters en debatten uit 2009, dan is dit nog een miniem deel van de bevolking: één op de driehonderdduizend inwoners, oftewel 0,00003 procent.
In Frankrijk deed de inlichtingendienst onderzoek naar het aantal 'wandelende doodskisten’, wat meteen het commentaar opleverde waarom de geheime dienst dat in godsnaam deed. Zij kwam op het aantal van zo'n 1900 niqaabdraagsters op 1,5 miljoen moslimvrouwen, nog geen tiende procent. Ook in andere landen gaat het, ook als exacte getallen niet voorhanden zijn, om minieme minderheden. Het zijn zulke cijfers die liberale media het commentaar ontlokken dat een wettelijk verbod is als het schieten met een olifant op een mug.
In hun wetsvoorstel boerkaverbod dragen Wilders en Fritsma drie kernargumenten aan: 1. de boerka staat 'haaks op de moderniteit’ en is een 'uiting van afwijzing van de westerse kernwaarden en kernnormen, waaronder de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen’; 2. de boerka belemmert de integratie van vrouwen in de Nederlandse samenleving, draagsters ervan hebben een kleinere kans op scholing en een baan; 3. de boerka levert een ongewenst veiligheidsrisico op, waarbij de indieners opmerken dat een van de verdachten van de aanslagen in Londen van 7 juli 2005 in een boerka de stad probeerde te ontvluchten.
In heel Europa doen deze argumenten, met enige variatie, opgeld, waarbij in Frankrijk, vanwege de traditie van de laïcité, de strikte scheiding tussen kerk en staat, het bewaken van het secularisme meer voorop staat dan in andere landen. Allerwegen wordt de niqaab als een teken van onderdrukking van vrouwen door mannen gezien en wordt verondersteld dat veel vrouwen de gezichtsbedekking onder dwang van vader, echtgenoot of broers dragen. In Italië en Spanje wordt nog aangevoerd dat de niqaab ongezond is bij warm weer. Een opmerkelijk argument, omdat die landen als laatste moeite kregen met de 'boerka’, gewend als ze zijn aan nonnen in vol habijt.
Overal wordt gesteld dat de niqaab botst met de open cultuur van het Westen, waarin contact en de vrije uitwisseling tussen mensen centraal staan en transparantie en wederkerigheid daar de voorwaarden voor zijn. Bij die vrije uitwisseling moet je elkaars gezicht kunnen zien, omdat de ogen, zoals het heet, de spiegel van de ziel zijn, en wij elkaar 'lezen’ door onze gelaatsuitdrukkingen. Niqaabdraagsters schermen zich daarvoor af. Vaak worden islamitische predikers tot aan het Midden-Oosten van stal gehaald om het argument kracht bij te zetten dat de gezichtssluier volgens de koran geen religieuze plicht is. Het heilige boek schrijft voor dat vrouwen zich bescheiden en ingehouden moeten kleden, maar rept niet van algehele bedekking. Vandaar dat veel criticasters de niqaab niet als een religieus symbool zien, maar als een politiek statement.
De argumenten klinken stevig, vooral omdat ze vaak gepaard gaan met plechtige begrippen als 'menselijke waardigheid’ en 'ons idee van vrijheid’, maar er valt nogal wat tegen in te brengen. Om met het meest houtsnijdende argument, het veiligheidsrisico, te beginnen (want juist daar behoort het tot de taak van de staat om in te grijpen): als gezichtsbedekking onveiligheid oplevert, waar ligt dan de grens van een verbod? Moeten dan ook grote zonnebrillen verboden worden, net als wintermutsen tot diep over de oren samen met een shawl over de mond, integraalhelmen en geblindeerde auto’s (in de woorden van jurist Egbert Dommering: 'Gemotoriseerde boerka’s waarmee de (tijdelijk) rijken en de maffia door het verkeer rollen’)? Want als het verbod niet 'godsdienstneutraal’ wordt geformuleerd riekt het al snel naar discriminatie. Bij mij roepen mannen in zwarte motorpakken en een ondoorzichtige helm in ieder geval meer associaties met zware misdaad op dan gesluierde vrouwen.

EN DAN DE STAAT als feminist. Het argument dat 'de boerka symbolisch is voor de onderwerping van vrouwen’, om met een sociaal-democratische Oostenrijkse minister te spreken, lijkt evident, maar wat als vrouwen hem vrijwillig uit de kast trekken? Uit het eerder genoemde onderzoek van Annelies Moors naar Nederlandse niqaabdraagsters blijkt dat alle vrouwen die zij sprak zelf voor de gezichtssluier hadden gekozen. Het gaat om jonge vrouwen, tussen de zeventien en de veertig, deels hoogopgeleid. Meer dan de helft van hen bestaat uit bekeerlingen; de rest uit in Nederland geboren moslima’s, vrijwel allemaal van Marokkaanse afkomst, dat wil zeggen: met wortels in een land waar de gezichtssluier helemaal geen traditie is. De karakteristieken van de Franse niqaabdraagsters zijn, volgens de inlichtingendienst, nauwelijks anders.
Annelies Moors geeft een baaierd van motieven waarom vrouwen voor de niqaab kiezen. Het kan de laatste stap in het proces van bekering zijn, het streven naar de grootst mogelijke zuiverheid. Jonge vrouwen, pubers eigenlijk, kunnen ervoor kiezen als hun vriendinnen het ook doen; bij hen is het vaak een fase. Het heeft bij hen veel weg van het experimenteren met identiteiten en - puberaal - verzet tegen een samenleving die weinig met hen op heeft. Sommige vrouwen geven aan dat ze de niqaab gewoon mooi vinden, ze dragen hem bijna uit modieuze overwegingen. Hoe dan ook kon Moors geen causaal verband ontdekken tussen het dragen van de gezichtssluier en de achterstelling van vrouwen. Dwang? De meeste ouders en partners vinden het maar niets dat de vrouwen zich bedekken.
Het is dus maar de vraag of de Italiaanse minister van Gelijke Kansen gelijk had toen ze stelde dat een boerkaverbod een manier is om 'jonge vrouwelijke immigranten te redden uit de getto’s waarin zij gedwongen worden’. Als er al sprake is van dwang, dan is het de vraag of een verbod de beste oplossing is. Dan zullen die onderdrukkende mannen hun vrouwen toch in huis opsluiten? De Engelse schrijfster Myriam François-Cerrah formuleerde het scherp: 'The Belgians have a funny idea of liberation, criminalizing women in order to free them.’ Als de vrouwen slachtoffer zijn van barbaarse moslimmannen, dan is het dubbel onrechtvaardig als ze ook nog eens beboet worden. En dan mag bijvoorbeeld de Franse wet wel dreigen dat die mannen dertigduizend euro boete moeten betalen (voor betrapte vrouwen varieert het bedrag van 750 euro in Frankrijk tot maximaal 3350 euro in het wetsvoorstel van Wilders) en een gevangenisstraf riskeren, die onderdanige vrouwen moeten dan wel de moed hebben tegen hun man te getuigen.
Als het de Europese regeringen ernst is met de emancipatie van moslimvrouwen, dan kunnen ze zich beter inzetten tegen vrouwenmishandeling, vrouwenbesnijdenis en gedwongen huwelijken. Zeker, daar zetten ze zich wel voor in, maar het is een taai gevecht dat nog lang niet gewonnen is. Het verbieden van een symbool brengt de oplossing van die reële problemen niet dichterbij.
Ondertussen zorgt de vrijwillig gedragen niqaab voor een paar ongemakkelijke paradoxen, dat wel. De draagsters maken gebruik van de westerse vrijheden om met hun kleding uit te drukken dat ze weinig op hebben met de westerse vrijheid. Met hun gezichtsbedekking eisen ze een identiteit op die het individu verbergt en hen in zekere zin identiteitloos maakt. Maar een verbod levert ook een paradox op: de liberale democratie schort bij een boerkaverbod de individuele vrijheid van de niqaabdraagster op om haar vrijheid, hoe symbolisch ook, niet te laten verstoren. Hoe dan ook is het opvallend dat de partijen die het het sterkst opnemen voor de vrijheid van meningsuiting en vinden dat moslims maar moeten wennen aan beledigingen van hun profeet, het hardst lopen voor het boerkaverbod.

DAT EEN BOERKAVERBOD symboolpolitiek is, maakt de kwestie trouwens niet minder relevant. Waarom moet dat symbool juist nu bestreden worden? Het heeft alles te maken met de terroristische aanslagen in Madrid en Londen en de moord op Theo van Gogh - daarna brak het pan-Europese boerkadebat goed los. Uiteraard staat de boerka symbool voor ons ongemak met de aanwezigheid van grote groepen moslims in Europa, en hoe moeilijk het is de integratie van moslims te bewerkstelligen, zo eenvoudig is het verbieden van de gezichtssluier. Door Franse commentatoren wordt het boerkaverbod zelfs gezien als de perfecte bliksemafleider in crisistijd. Alle retoriek over de waardigheid van vrouwen is maar een dun laagje vernis voor politiek opportunisme.
Door verschillende feministische denkers is erop gewezen dat het boerkadebat van het vrouwenlichaam een symbolisch strijdterrein maakt. De Russische tsaar Peter de Grote voerde westerse kleding in en dwong mannen hun baard te scheren; de Turkse hervormer Atatürk verbood niet alleen de chador en de sluier, maar bande ook de fez en de baard uit. Bij beiden stonden de kledingvoorschriften in het teken van de modernisering en troffen ze man én vrouw. Omdat de Europese landen niet door verlichte despoten worden geleid is de argumentatie oneindig veel glibberiger; omdat niet onomwonden gezegd kan worden dat het gaat om de verdediging van de eigen cultuur voeren emancipatie en veiligheid de boventoon. Daardoor blijft het schimmig of de tegenstanders van de boerka de vrouwen nu als dader of slachtoffer zien, of ze nu een boete verdienen of hulp.
Feministen lijken ook niet te weten of ze de niqaabdraagsters moeten steunen of bekritiseren. Alice Schwarzer, de Duitse grande dame van het feminisme, is ronduit vóór een boerkaverbod. De draagsters laten zich volgens haar leiden door angst en masochisme; de politici die tegen een verbod zijn door valse tolerantie. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum betwijfelt daarentegen of de sluier simpel een symbool is van mannelijke dominantie en de objectivering van vrouwen. Want, stelt ze, het Westen is overgoten met symbolen van mannelijke overheersing: 'Seksbladen, naaktfoto’s, strakke jeans - al die producten tonen vrouwen als objecten, zoals zo veel gebeurt in onze mediacultuur.’ Als de niqaab een 'vernederende gevangenis’ is, wat dan te denken van plastische chirurgie? Naomi Wolf, die in de jaren negentig furore maakte met The Beauty Myth, stelt zelfs dat de gesluierde vrouwen zich bevrijd voelen van de 'opdringerige, seksualiserende westerse blik, die vrouwen als een gebruiksgoed ziet’. Tijdens een reis in het Midden-Oosten droeg ze zelf een sluier en ze onderging een 'nieuw gevoel van kalmte en sereniteit’: 'I felt, yes, in certain ways, free.’
Mij gaat het veel te ver de niqaab als bevrijdend te zien, maar dat er sprake is van een dubbele standaard bij de politici die zich zorgen maken om de 'vrouwelijke waardigheid’ en de 'boerka’ verbieden, maar geen jeuk krijgen bij al het bloot op straat, daar zit wat in. Een Franse niqaabdraagster zei het treffend: 'Tegenwoordig hebben vrouwen het recht hun kleren uit te trekken, maar niet om ze aan te doen.’

DAT NEEMT NIET WEG dat ik, net als mijn zoontje, meer schrik van zo'n levensgrote zwarte pinguïn dan van een schaars geklede vrouw. Dat heeft ongetwijfeld met gewenning te maken, maar ook met het feit dat er helaas heel wat landen zijn waar vrouwen de keus niet hebben.
Dus wat te doen met die lap textiel die ons idee van vrijheid ondermijnt? Het antwoord is, wat mij betreft, een paradox: juist de waarden die Europa bedreigd ziet door de 'boerka’ zouden moeten maken dat zij tégen een verbod is. In de liberale rechtsstaat mogen mensen in principe dragen wat ze willen en horen minderheden, hoe discutabel ook, te worden beschermd tegen de tirannie van de meerderheid, mits ze zich houden aan de wet. Voor die omstandigheden waarin de niqaab echt onwenselijk is - bij identificatie in het openbaar vervoer, in het onderwijs, de zorg, de rechtszaal - is een algemeen verbod niet nodig. Specifieke verboden voor specifieke situaties volstaan.
Maar ik zou graag met niqaabdraagsters het gesprek aangaan, en ze ervan proberen te overtuigen die zwarte lappen af te werpen. Ik zou ze graag allemaal de mooie open brief geven die de Franse filosofe Elisabeth Badinter aan hen schreef: 'U gebruikt de democratische vrijheden om zich tegen de democratie te keren. Of het nu uit ondermijning, provocatie of onwetendheid is, het schandaal is niet zozeer die verwerping, maar de oorvijg die u daarmee geeft aan al uw onderdrukte zusters, die hun leven wagen om eindelijk de vrijheid te bereiken die u misprijst.’

Het beeld is uit het boek van Peter de Wit, Burka Babes. Uitgeverij De Harmonie. Verkoopprijs € 9,90