Man aan het strand

In Melancholie van Edvard Munch geven gemoeds­bewegingen een stemmige vorm aan wat eerst gevoelige waarnemingen van vorm en kleur waren, opgedaan in de natuur.

Het landschap in Melancholie van Edvard Munch is een wijde bocht van Asgårdstrand ten zuiden van Oslo (toen nog Kristiania) waar het fjord langzaam breder wordt. Er is daar niet veel eb en vloed en op deze stille zomeravond is het water roerloos. Die stilte, met dat violette licht, is een belangrijk motief in deze atmosferische (en dus melancholieke) voorstelling. Het hier afgebeelde schilderij is in de jaren 1894-1896 gemaakt en is de laatste versie van het onderwerp dat voor het eerst, losser en schetsmatiger, in zomer 1891 werd geschilderd. Munch bracht die maanden daar toen aan zee door. Rond midzomer, in juni, wordt het laat in de avond lange tijd niet helemaal donker. Het stille licht dat dan tussen helder en donker blijft hangen, is in het schilderij de stemming gaan bepalen – eerst als intense ervaring van natuur en misschien nog voordat het Melancholie is gaan heten. Daarna heeft de schilder, die in die jaren veelvuldig buiten Noorwegen verbleef, het motief met zich meegedragen, wat vaker zo gebeurde, en het uit zijn hoofd nog een paar keer geschilderd. Geleidelijk aan werd het motief zwaarmoediger en duisterder. Van versie naar versie probeerde hij weer andere stemmigheden van gekleurd licht. Na de laatste geschilderde versie, die de meest donkere en verstilde was, maakte Munch in 1896 en daarna nog enkele houtsneden van het motief waarvan vanwege de techniek de kleurigheid strakker is: in een versie is de lucht, boven een zwart landschap, bloedrood, bijvoorbeeld, maar in een volgende druk dan weer olijfgroen. In Munch’s kunst wordt stemmigheid ingebracht door de mise-en-scène van kleuren die bijzonder licht worden. Ondertussen bleef het figuratieve motief hetzelfde: een man aan het strand, rechts op de voorgrond, in het zwart en somber gebogen met het hoofd in de hand. De man is in zichzelf verzonken. Dat kun je opmaken uit de gebogenheid van zijn houding en uit de vrijwel gesloten ogen. In deze laatste versie van het motief is ook de contour van de man nog donkerder. Zo strak in het zwart opgesloten, lijkt hij nog eenzamer.

Nu is Melancholie de titel van deze schilderijen. In de loop der jaren zijn ze ook wel anders genoemd: Eenzaam of Jaloezie. Het gerucht ging ook dat het werk verwees naar gevoelig­heden in een driehoeksverhouding waarin bekenden van Munch verwikkeld waren – onder wie zijn oudere vriend en mentor, de schilder Christian Krogh. Dat zouden de kleine figuurtjes verder weg op de steiger voorstellen. Of echter het schilderij echt direct te maken heeft met een amoureus incident is de vraag. Munch is zelden anekdotisch in zijn werk. Onder­werpen worden meestal romantisch vaag gehouden. Hoewel op de tentoonstelling waar ik Melancholie laatst zag daarnaast een wat later werk hing, Man en vrouw op het strand, dat een veel incidenteler tafereel is. Aan de impulsieve penseeltoetsen waarin veel kleuren bijna rommelig in elkaar verstrengeld zijn kun je zien dat het snel geschilderd is en informeel als een souvenir. De waarneming van strand en water is impressionistisch wat losheid betreft. Het water kabbelt en is in verschillende schakeringen van blauw weergegeven. Op de scheiding van water en strand zien we ook donkere passages: plekken van wier misschien. Op het strand zelf liggen stenen en rotsen van basalt verspreid en zo te zien een omgekeerd bootje.

In ieder geval is het levendig weergegeven. Daarentegen zijn in Melancholie al die realistische gegevens op een uitgewogen manier gestileerd en in hun vorm verstrakt en verzwaard. In deze vruchtbare jaren, waarin Munch zogezegd Munch werd, schilderde hij in 1893 ook het beroemde Schreeuw dat iedereen nu kent. Daarin werd het sinistere geschreeuw dat hij, zoals hij schreef, door het heelal hoorde gaan, omgezet in slingerende en golvende bewegingen van verf die zich, onophoudelijk, door het schilderij bewegen als een echo van kleur. Ook in Melancholie hebben gemoedsbewegingen een stemmige vorm gegeven aan wat eerst gevoelige waarnemingen van vorm en kleur waren, opgedaan in de natuur van Asgårdstrand. Alles is eigenlijk stilgelegd. De schilderwijze is langzaam en beheerst. Op de horizon kronkelt het groen van de bomen als een sonore melodie. Het blauw van de zee wordt violet. Wat rotsen waren, werden vreemd ovale vormen die, in hun stevige contouren, zwaar op het strand liggen en voor ons gevoel de donkerte van de stemming verzwaren. De donkere plekken wier zijn sliertiger geworden. Ze bewegen achter het hoofd van de man langs en laten flarden zien van zijn sombere gedachten – en dat alles in een mise-en-scène van kleuren die overal donker blijven en meeslepend stemmig. Je kunt zien dat dit motief lang in het hoofd van Munch heeft rondgespookt, als een obsessie.

PS De twee schilderijen van Edvard Munch zijn, met veel ander moois, tot 17 juni in de fraaie expositie Gedroomde landschappen in het Van Gogh Museum in Amsterdam te zien