Man & ruiter

Eén keer in de zoveel tijd moeten literatuurmensen (dat zijn mensen voor wie een boek werk is) Gerard Reve lezen. En herlezen. En herherlezen. Het oeuvre van Reve kent die speciale verleiding van het onbezonnen leesgenot. Reve lezen is namelijk altijd leuk. En Reves zinnen zijn altijd mooi. Ook als je ze voor de dertiende keer leest.

Dat De Slegte zo ongeveer het complete werk van de volksschrijver voor Ef Veertien Negentig of nog minder (!) aanbiedt, is een zegen voor de mens. Wie Reves advies niet ter harte neemt en van zijn heteroseksualiteit af geraakt door des morgens om Tien Uur in de Hema tussen de grijsgepermanente oma’s-met-taart een kopje koffie te gaan drinken, bekere zich wellicht tot de herenliefde na, bijvoorbeeld, Ik Had Hem Lief.
Alle Reve-clichés worden ook hier uitgebreid van stal gehaald. En dat is goed. Want daarom willen we het lezen: ‘Werken is het beste, & eigenlijk het enige, wat troost schenkt. Ik ben er op het ogenblik persoonlijk wel redelijk goed aan toe, maar zakelijk gaat het beroerd & de publiciteitsmedia keren zich duidelijk tegen mij. Enfin, mijn horoskoop zegt, dat ik steeds beroemder zal worden, & daar houd ik het maar op.’
In plaats van al die Hippe Troep die tegenwoordig wordt gepubliceerd, lees je soms liever Echte Literatuur over de onmogelijke liefde tussen twee wreed gescheiden heren van wie de Ene een brief besluit met: 'Schrijf mij eens iets geils, perverse, nichterige bierlummel. Is de rijbewijskoning René nog langs geweest om zich te laten onteren? Ik denk je allerlei Franse gymnasiasten toe die ik zie, & vooral die chauffeur uit mijn vorige brief. Ik omhels & straf je geducht met mijn Tuchtroede. Je Man & Ruiter, Gerard.’
Bij Huize La Grâce is Gerard druk bezig een citerne te bouwen, waarin hij vers regenwater kan opslaan. Hij metselt vele lagen bakstenen met grote scheppen specie. Het cement kent geen geheimen meer voor hem. Zo hardt Hoogovencement sneller dan Portlandcement. Ook is het iets soepeler en minder stroef om te verwerken. Maar ja, dat weet niemand meer. Want de mensen hebben 'geen geduld & geen gevoel voor het vak meer’. Net zoals in het vak van de jongeman aan wie hij zijn smachtende brieven schrijft, de blonde, jonge, beeldschone, van afkomst zeer welgestelde, maar door zijn schatrijke vader verstoten 24-jarige bankierszoon Ernest de R., kunstschilder. En Gerard Reve Had Hem Lief. Het laatste Deel heet 'Het Mocht Niet Zijn’.