De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Man en wapen

De western, Hollywoods oudste genre, heeft een nieuwe inschrijving: American Sniper van regisseur Clint Eastwood, de veteraan die inmiddels zo soepel en zeker films maakt dat de meeste van zijn collega’s in vergelijking met hem amateurs zijn, zoals The New Yorker onlangs schreef.

Medium film american sniper

Eastwoods blik, secuur en poëtisch, is evident in twee sleutelscènes in deze film. De eerste: de protagonist toont zich in de rodeo-arena. Een jonge man. Witte Stetson. Jeans. Enorme zilveren gesp. Cowboylaarzen. Camerahoek laag, hij is majestueus, hoofd naar beneden gericht, zodat de brede randen van de hoed zijn identiteit definiëren. Als hij zijn kin optilt is zijn figuur voltooid: de westerner. Tweede beeld: dezelfde man in een kraamzaal waar zijn pasgeboren baby ligt te huilen. De man wordt woedend en schreeuwt tegen een verpleegster: waarom zorgt niemand voor mijn kind?

In de klassieke western nemen harde mannen de zorgtaak op zich: land en gezin beschermen tegen wetteloosheid en geweldsdaden van aanvallers die verder geen identiteit hebben, omdat ze geen menselijkheid bezitten. Dat althans is het beeld: de vijand is meedogenloos, zonder empathie. Tussen chaos en beschaving staat niet de cowboy, maar de westerner. Het verschil: de eerste is een pantomimefiguur, de tweede een tragisch personage met ambigue morele registers die gegroeid zijn uit het feit dat hij een moordenaar is (Robert Warshow in zijn essay The Westerner, 1954).

De westerner moet de apocalyps tegenhouden in een onvergeeflijk landschap. Zijn geweer is zijn hulpmiddel. Een Remington, Spencer of Winchester. De wapenkunst wordt overgedragen van vader op zoon, van generatie op generatie. Alles hangt af van dit wapen en de man die het gebruikt. Zonder man en wapen zijn zorgen en beschermen onmogelijk. De westerner leeft in de ongerepte streken in het Amerika van de jaren tachtig van de negentiende eeuw.

Odessa, Texas. Een vader geeft zijn zoon een cadeau. Een .30-06 Springfield-geweer. Een zwaar wapen. Als je ermee schiet, krijg je blauwe plekken op je schouder. Het kind is acht jaar oud. Hij heet Chris Kyle. Het is midden jaren tachtig vorige eeuw. Later rijdt Chris Kyle (Bradley Cooper) in de rodeo. Stetson, laarzen, gesp. ‘Dit is het leven van de cowboy’, schrijft hij later in zijn boek American Sniper.

Iconografie wordt realiteit, cowboy wordt westerner, en dit verhaal is waar gebeurd: Chris Kyle gaat na 11 september als Navy Seal naar Irak waar hij met zo’n 255 kills de dodelijkste scherpschutter in de geschiedenis van het Amerikaanse leger werd. Symboliek kleeft aan zijn schoten. Het doel, één vijandelijk lichaam, is oneindig veel kleiner dan het strijdtoneel met legers en ideologieën. Door het vizier van de scherpschutter wordt alles teruggebracht tot een enkel puntje, zuiver en simpel als een jazzmelodie.

Hierin toont Eastwood zijn meesterschap. Met deze film brengt hij het politiek-mythische van genre en personage, van de al dan niet illegale Amerikaanse oorlogen in Irak, terug tot het menselijke: een man die zijn gezin en in het verlengde hiervan zijn land wil, móet, beschermen. Het dilemma van verantwoordelijkheid: om te kunnen beschermen, moet je moorden. Eastwood vraagt de kijker Chris Kyle door een telescoop te bezien, geïsoleerd van de geopolitieke context, de hype en de eigen vooroordelen. Wie dat kan, ziet dit werk als een requiem voor een man die niet aan de elementen ‘land’ en ‘identiteit’ kan ontsnappen, een pijnlijk mooi verteld verhaal vol verdriet en spijt en ijdele hoop, waarin vele tientallen andere echte en verzonnen figuren als geesten dolen, herkenbaar in al hun glorie en falen en gepast begeleid door trompetten in de stijl van Ennio Morricone.


Te zien vanaf 5 maart


Beeld: Bradley Cooper in American Sniper (Filmdepot).