Homorechten in China

Man gezocht voor onze zoon

Meer nog dan een homohuwelijk willen Chinese ouders erkenning voor de geaardheid van hun kinderen. ‘Als homo’s dezelfde rechten hebben als hetero’s, voorkomt dat gezichtsverlies.’

Medium anp 52222138
Ceremoniële huwelijks­voltrekking in een winkel­centrum in de stad Wuhan om de aandacht te vestigen op de positie van homoseksuelen in China © STR / AFP / Getty Images

De veertien rechters van het Taiwanese gerechtshof moeten de spanning gevoeld hebben toen ze hun lang verwachte uitspraak voorlazen. Niet alleen Taiwanezen zitten op 24 mei aan de livestream van het hof gekluisterd, miljoenen Chinezen van het vasteland kijken mee naar de historische uitspraak waarmee de rechters het verbod op het homohuwelijk ongrondwettelijk verklaren.

In de centraal gelegen stad Changsha gaat gejuich op. ict’er Sun Wenlin (26) had zich lopen opvreten over het feit dat er geen vpn (een digitale manier om censuur te omzeilen) nodig is om de uitspraak te bekijken. Wat betekent dat? Als de Chinese regering het prima vindt dat hij dit ziet, dan moet er haast wel iets mis zijn.

Maar het was niet mis. Het was zelfs heel goed. Taiwan legaliseerde als eerste Aziatische land het huwelijk tussen mensen van dezelfde sekse. Met een groep vrienden trekt Sun ’s avonds naar de kroeg, waar beukende feestmuziek klinkt. Als de glazen worden geheven, joelt Sun: ‘Gefeliciteerd Taiwan! Hopelijk volgt het vasteland snel!’

Een jaar eerder stond Sun zelf wereldwijd in alle kranten. Hij was niet de enige homo die met zijn vriend wil trouwen, maar wel de eerste die het lokale bureau voor burgerzaken aanklaagde omdat het hun geen trouwcertificaat wilde verstrekken. Er is geen wet die een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht verbiedt. Toch stelde de rechtbank het bureau dat het certificaat weigerde in het gelijk.

Het vlammetje dat door de rechtbank werd uitgeblazen, flikkert nu echter opnieuw op. De legalisering in Taiwan geeft hoop op een toekomst die homoseksuelen dezelfde kansen biedt als heteroseksuelen. Sinds 1997 is homoseksualiteit in China geen misdaad meer, en sinds 2001 is het ook geen ziekte meer. De stap naar gelijkheid is een logische volgende stap, een stap die misschien wel belangrijker is voor ouders van homoseksuelen dan voor hun kinderen.

Suns vader zou bijvoorbeeld dolgraag een kleinkind krijgen. Familie is in China een van de weinige zekerheden in het leven, van familieleden kun je altijd op aan. Ze zorgen voor je wanneer je dat zelf niet kunt en onderhouden de familienaam en het familiehuis. Maar Sun heeft zijn vader, een zakenman, uitgelegd dat het veel geld gaat kosten om een baby op de wereld te zetten. Als homo zal hij naar het buitenland moeten om een draagmoeder en eiceldonor te vinden. Bovendien zullen Sun en en zijn partner Hu Mingliang veel geld moeten betalen om hun kind te laten registreren. ‘Nu steunt hij mij om die kosten omlaag te krijgen’, zegt Sun. Immers, als het homohuwelijk en surrogaatouderschap legaal zijn, zijn boete én een dure reis naar het buitenland van tafel.

Vooral op het platteland, waar de oudedagsvoorziening vaak neerkomt op de volgende generatie, vinden ouders het een ramp als hun kind homoseksueel blijkt te zijn. Ongeveer zeventig miljoen Chinezen behoren tot de lgbt-gemeenschap van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders. Maar slechts vier procent van hen komt er in het openbaar voor uit, blijkt uit recent onderzoek. Maar liefst 57 procent van de Chinezen vindt dat de samenleving homoseksualiteit niet moet accepteren.

‘Ooo, ik was zo blij’, zegt Mei Jie. ‘Mijn zoon Vincent stuurde me opeens een sms’je dat ik op WeChat moest kijken. Dat explodeerde bijna!’ Uitgelaten bleven mensen in haar netwerk de hele dag artikelen, nieuws en foto’s delen op hun WeChat-pagina. Taiwan is deel van China, dus dat betekent dat Beijing ook dicht bij goedkeuring van het homohuwelijk is, meent Mei Jie. Ze belde onmiddellijk met haar zoon. ‘Het was een werkdag dus we moesten het kort houden.’ Als het aan haar ligt gaat ze binnenkort met Vincent naar Taiwan. ‘We willen het met eigen ogen zien!’

Mei Jie is een stijlvolle vijftiger met een grijze kuif. Vanmiddag gaat ze naar de opera met haar zoon, die tevens haar beste vriend is. Ze zijn hechter geworden sinds hij uitkwam voor zijn geaardheid. Vincent zat vaak op internet, Mei Jie maakte zich een beetje zorgen. Op een avond vertelde hij haar dat hij een tongshi is. ‘“Dat ben ik ook!” zei ik. Ik dacht dat hij kameraad bedoelde. Zo noemen we mensen die loyaal zijn aan de Communistische Partij.’ Maar Vincent bedoelde die andere betekenis van het woord tongshi: homo. Zijn moeder huilde een dag lang. Ze vroeg zich af welke fouten ze had gemaakt. Kreeg hij als kind te veel snoepjes? Gaf ze hem te kleurrijke kleding? Uiteindelijk ging ze met Vincent praten en zochten ze samen op internet naar meer informatie.

Dat is nu jaren geleden. Ouders van homoseksuele kinderen zijn net struisvogels, zegt Mei Jie nu hoofdschuddend, ze doen zo lang mogelijk alsof er niets aan de hand is. In het begin was ze een van de weinigen die voor de geaardheid van haar zoon durfde uit te komen, later vond ze meer ouders zoals zij. ‘Maar de meeste ouders blijven stiekem hopen dat hun kind uiteindelijk weer “normaal” wordt en gaat trouwen en kinderen krijgt.’ Mei Jie pleit voor een wet tegen discriminatie die homo’s en ook anderen beschermt. Het liefst ziet ze dat haar zoon kan trouwen. ‘Alleen als het huwelijk legaal is, krijgen homo’s dezelfde rechten als hetero’s. Dat voorkomt gezichtsverlies.’

De meeste ouders hopen stiekem dat hun kind uiteindelijk weer ‘normaal’ wordt

Het zijn vooral de moeders die voor hun lgbt-kinderen opkomen. Door heel China richten zij praatgroepen op waarin ouders openlijk kunnen praten over de zorgen die hen ’s nachts wakker houden. Mei Jie leidt een groep in Shanghai. Daarnaast helpt ze ook jongeren. ‘Laatst was er een jongere die in Amerika studeerde’, vertelt ze, ‘en iedere keer voor de webcam moedigde zijn familie hem aan om een vriendin te vinden. Hij weet niet hoe hij het ze moet vertellen.’

In de stad Wuhan toog afgelopen voorjaar een groep moeders naar de universiteit van hun kinderen om te protesteren tegen anti-homo-uitlatingen. ‘Laat homofoben onze kinderen geen pijn doen!’ stond op hun vlag. De moeders eisten dat de schoolleiding onderzocht wat er precies gebeurd was. Het basketbalteam van de Huazhong Universiteit had een vlag uitgehangen waarop de oproep stond om ‘traditionele Chinese waarden’ te beschermen. ‘Bescherm socialistische waarden. Houd stand tegen decadente westerse gedachten. Houd homoseksualiteit ver van de campus.’ En dat terwijl de school bekendstaat als ruimdenkend: studenten zwaaien bij ceremonies met regenboogvlaggen en er treden regelmatig homoseksuele artiesten op.

Toen de actie van de moeders bijval kreeg op sociale media vroeg de coach van het basketbalteam zich af waarom een regenboogvlag wordt toegejuicht, terwijl zijn vlag zoveel weerzin oproept. Een ‘dubbele standaard’ noemde hij dat. ‘Wat jammer dat de grote Chinese Communistische Partij en de geweldige Chinezen mij geen kans geven.’

Dát er gediscussieerd wordt, is winst, vindt Liu Xiaohu. Hij is een van de Rainbow Lawyers, een groep advocaten die zich inzet voor gelijke rechten voor lgbt-mensen. ‘De discussie zelf is onderdeel van de verandering.’

Sun is zo’n held waar advocaat Liu er wel meer van zou willen zien. Maar niet iedereen prijst zijn moed. Naast het gebruikelijke wantrouwen (‘Sun en Hu verdienen vast goed aan hun bekendheid’) geloven veel homo’s zelf ook dat het beter is om geen aandacht te trekken. Als lgbt’er gedij je het best als je je gedeisd houdt.

Er zijn veel verhalen over homo’s die met lesbiennes trouwen om binnen een ‘schijnhuwelijk’ allebei in het geniep hun eigen leven te kunnen leiden. Een schande, vindt Liu. ‘Ouders moeten erkennen dat hun kinderen geen gereedschap zijn voor de welvaart van de familie. Ze moeten zich afvragen of het wel goed met hun zoon of dochter gaat. Dat is belangrijker.’ In die benauwde situatie is het geen wonder dat veel lgbt’ers naar de grote steden trekken waar de buren niet zo op je letten en de bont gekleurde menigte aanvoelt als een warm bad. Veel homo’s en lesbiennes vinden hun geliefden in de gay scene, terwijl ze hun ouders, ver weg, wijsmaken dat ze nog altijd op zoek zijn naar die partner van het andere geslacht.

In de week dat het Taiwanese hooggerechtshof zijn beslissing bekendmaakte, was de Shanghai Pride in volle gang. Tijdens een weeklange Pride organiseert de lgbt-gemeenschap tentoonstellingen, voorstellingen en feesten. Een demonstratie à la de Amsterdamse homoparade is ondenkbaar, omdat demonstraties, uit vrees voor de openbare orde, nu eenmaal verboden zijn in China. Maar zoals zoveel zaken in China krijgt homoseksualiteit de ruimte op voorwaarde dat de openbaarheid niet te veel gezocht wordt.

Er bestaat ook een groot generatieconflict. De twintigers en dertigers die opgroeiden na de ontdooiing van China’s communisme, in de tijd dat de economie zich opende voor de buitenwereld, zijn veel individualistischer dan hun ouders. ‘Vroeger had je in de eerste plaats de verantwoordelijkheid voor je familie’, zegt advocaat Liu. ‘Nu denken jongeren in de eerste plaats aan hun zelfontplooiing. Of ze de familielijn doorzetten kan ze niet zoveel schelen.’ Een economische noodzaak voelen moderne homoseksuelen ook niet. Een dink-stel – double income, no kids – heeft het financieel prima voor elkaar. Er is vaak zelfs genoeg geld om de ouders te onderhouden. Maar die maken zich zorgen over de toekomst van hun kinderen: wie gaat hen onderhouden als ze ouder zijn?

In het Volkspark in Shanghai is dat de prangende vraag die tientallen, soms honderden ouders ertoe brengt om de huwelijksmarkt te bezoeken. Aan waslijnen, op kartonnen borden en op paraplu’s geprikt hangen A4’tjes met de specificaties van hun zoon of dochter – opleiding, salaris, lengte en leeftijd. Opvallend is dat veel briefjes geen foto hebben.

De kinderen zelf zijn in geen velden of wegen te bekennen. De ouders doen het werk voor ze. Langs de dichtbegroeide wandelpaden zitten ze op bankjes of achter hun paraplu. In groepjes staan ze te keuvelen over hun kinderen. Als beide partijen – de ouders van beide kanten; de kinderen hebben nog niets in te brengen – het ermee eens zijn, worden er afspraakjes gemaakt en telefoonnummers uitgewisseld.

‘Jongeren denken in de eerste plaats aan hun zelfontplooiing. Of ze de familielijn doorzetten kan ze niet zoveel schelen’

Een paar weken geleden werd de markt opgeschrikt door een aantal ouders die regenboogparaplu’s uitklapten. ‘We zijn helemaal niet van die actievoerders’, zegt Zhang Qianjun in een verslag in het blad Sixth Tone. Met haar hand veegt ze haar tranen weg, om haar pols zit een regenboogarmbandje. ‘Als hij het ons niet had verteld en met een vrouw was getrouwd, dan was hij stiekem op zoek gegaan naar een vriend.’ Een andere moeder valt haar bij: ‘Hoe had zijn vrouw zich dan wel niet gevoeld? Dat was toch niet eerlijk voor haar geweest?’

Xie plakt een A4’tje met een foto van een ontspannen lachende zoon op haar opengeklapte paraplu. Het duurt niet lang voor de discussies op gang komen. Een moeder van een hetero-kind zegt met een spottende glimlach dat dit ‘toch niet werkt voor homoseksuelen’. ‘Zij moeten zelf verliefd worden.’ Wijzend op een jonge vrouw zegt Xie: ‘Misschien heeft ze wel een gay best friend die ze aan mijn zoon kan introduceren. Ja toch?’

Even later buigt een wat oudere man zich over de regenboogparaplu. ‘Maar hoe hebben ze dan seks?’ Xie haalt haar schouders op. ‘Dat weet ik niet, hoor. Dat is zijn zaak.’ Dan komen bewakers op luide toon vragen of de dames wel geregistreerd zijn, wat niet hoeft om je kind aan te bieden op de informele trouwmarkt. Waarschijnlijk lijkt wat ze doen te veel op een demonstratie. Ze zorgen voor oploopjes en dat mag niet. Xie klapt haar paraplu in en vouwt het A4’tje met de foto van haar zoon behoedzaam op.

Het rumoer rondom dit soort gebeurtenissen maakt de weg vrij voor discussies, nieuwe rechtszaken en nieuwe wetgeving. Toen een lesbische vrouw in Chongqing aan de bel trok omdat ze met elektroschokken ‘behandeld’ werd voor haar seksuele geaardheid oordeelde een rechter dat homoseksualiteit geen psychische ziekte is. In Guangzhou klaagde een vrouw het ministerie van Onderwijs aan omdat homoseksualiteit in een schoolboek een ‘psychische kwaal’ genoemd werd. Ze werd overgehaald om de zaak in te trekken en in plaats daarvan bij het ministerie een klacht in te dienen.

‘Opvallen is de eerste stap’, zegt advocaat Liu. ‘Daarmee dwing je respect af.’ Het homohuwelijk is wat hem betreft geen doel op zich. Het is slechts een van de punten waarop de lgbt-gemeenschap van zich kan laten horen. Hij is optimistisch over de toekomst. Dat homoseksualiteit vóór de opkomst van de Communistische Partij nooit een cultureel taboe was, stemt hoopvol. Bovendien heeft de homoseksuele voorhoede in de grote steden veel financiële macht.

Al die tweeverdieners, hoogopgeleide jongeren die voor hun geaardheid uit durven komen, zijn een aantrekkelijke afzetmarkt. Grote bedrijven fungeren als ambassadeurs wanneer ze in advertenties hun sympathie voor homoseksuelen laten blijken. Soms is het misschien wat hypocriet en gemakkelijk – wat voegt een regenboogvlag op de website nu helemaal toe? – maar de waarde voor de zichtbaarheid van de lgbt-groep mag niet onderschat worden, zeggen deskundigen.

Daags na de uitspraak in Taiwan zei de gerenommeerde seksuologe Li Yinhe in de Engelstalige versie van het staatsblad Global Times dat het ‘een kwestie van tijd’ is voor China het homohuwelijk goedkeurt. Binnen tien jaar is het zo ver, belooft ze. De Chineestalige versie van de Times repte er echter met geen woord over.

‘Ik dacht dat het fake news was’, zegt Vincent, Mei Jie’s zoon. Pas toen hij op 24 mei, stiekem vanachter zijn bureau in de commerciële wijk Xujiahui in Shanghai, Facebook opende en het nieuws ook op andere websites terugzag, geloofde hij het. De legalisering van het homohuwelijk in Taiwan is ‘bemoedigend’ voor jongens in heel Azië, zegt de marketeer met zachte, vriendelijke stem. Toch is hij ook realistisch. Trouwen in Taiwan kan misschien wel, hoewel daar ook nog een en ander juridisch voor moet worden aangepast, maar dan is zo’n huwelijk nog steeds niet geldig op het Chinese vasteland.

Tot grote vreugde van zijn moeder, met wie hij alle details van zijn dates doornam, heeft Vincent intussen een vriend. Af en toe lopen ze hand in hand, maar soms zijn ze ook nog ‘goede vrienden’, afhankelijk van het overige gezelschap. Ze wonen al bijna samen en misschien wil hij ooit wel met hem trouwen. Maar hij is veel minder optimistisch dan zijn moeder, die het ‘een kwestie van tijd’ noemt voor het homohuwelijk in China wordt goedgekeurd.

‘In Taiwan zijn er politieke partijen die met een nieuwe wet iets te winnen hebben bij de bevolking. In China is er maar één partij, die heeft niets te winnen.’ Een huwelijk met zijn vriend zit er voorlopig niet in. Maar de golf van aandacht voor homoseksualiteit is erg goed, weet ook hij. ‘Mensen leren de lgbt-gemeenschap beter kennen. Al zal het de gedachten van de regering niet veranderen, denk ik.’

Sun overweegt intussen om naar Taiwan af te reizen. Zijn vrienden sporen hem aan te proberen het Taiwanese homohuwelijk te laten erkennen in China. Immers: onder het één-China-beleid is Taiwan onderdeel van China. Stellen uit Hongkong en Macau kunnen wel geregistreerd worden in Taiwan, en er trouwen. Dat moet ook kunnen voor Chinese homo’s.

Sun twijfelt nog over de slagingskans van zo’n actie. Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om die wet, weet hij. ‘Ik houd zo veel van mijn vriend dat ik hem een belofte wil doen voor de hele samenleving. Het huwelijk heeft een symbolische betekenis, dáárom wil ik trouwen.’