Man in hoek

Om overeind te blijven in de veelheid van indrukken waar mensen tegenwoordig mee worden overspoeld, moet een kunstenaar zich steeds meer geven. Dat zei een beeldend kunstenaar ooit naar aanleiding van de danssolo Alcool van Desiree Delauney. In deze voorstelling ontkleedt de danseres zich volledig.

Ze toont haar naakte lichaam aan het publiek, vertelt hoe is om er in te ‘wonen’, en als ze voorzichtig gaat bewegen, vertelt ze hoe haar lichaam aanvoelt. Toch is het niet Delauneys naaktheid waardoor deze voorstelling inderdaad tegenwicht biedt aan de veelheid van indrukken waar je dagelijks aan blootstaat. Belangrijker is de manier waarop de danseres er in slaagde om gedurende de voorstelling bij haar toeschouwers de honger naar prikkels te stillen. Ze begint (als ze nog aangkleed is) met een dansje dat zo op MTV kan, omdat het drijft op de onmiddellijke aantrekkingskracht van het beeld. Daarna worden haar dansjes geleidelijk aan steeds vager, diffuser en onbepaalder. Als toeschouwer word je in die ontwikkeling meegenomen. Je verwacht steeds minder. Het is alsof je blik wordt uitgekleed.
Eigenlijk gebeurde er hetzelfde in de voorstelling Figure 1, 2, 3 en 4 van Rob List en Fried Mertens, die de afgelopen week te zien was in theater Frascati. Alleen vond dat proces sneller plaats. Al in de eerste paar minuten van de voorstelling werden je malende hoofd en je onrustige ogen tot stilstand gebracht. Rob List betrad de kale ruimte van het theater, ging in een hoek staan met z'n rug naar het publiek, en legde z'n handen tegen de beide wanden. Zo bleef hij staan. Voorlopig gebeurde er verder niets. Pas na een hele tijd zag je een minieme verschuiving in zijn houding, een voet werd heen en weer bewogen. En toch bleef je kijken, want het was een mooi, rustgevend beeld. 'Man in hoek’ - meer viel er niet over te zeggen. Maar als een simpel beeld zo'n hoge graad van abstractie oproept, is het meestal heel precies vormgegeven. De tl-verlichting, de olijfgroen geschilderde muren, de donkere kleding van de man, de positie van de man in de ruimte - het deed denken aan een toneelbeeld zoals Bob Wilson dat kan scheppen. Een eenvoudige rangschikking van ruimte, licht, kleur en een menselijke figuur die geraffineerd op je gemoed werkt. Een beeld dat appelleert aan emotioneel gekleurde herinneringen die je niet direct kunt thuisbrengen.
Ook in de consequente traagheid deed de voorstelling Figure 1, 2, 3 en 4 denken aan het theater van Bob Wilson, maar daar houdt de vergelijking op. Wilsons acteurs lijken op het podium in een trance te verkeren. Het theater van Rob List en Fried Mertens is nuchterder. Bij hen gaat het om concentratie. De persoonlijkheid wordt een met het lichaam, via een strenge beperking in de hoeveelheid bewegingen. Iedere beweging wordt lang aangehouden, zodat veranderingen optimaal worden ervaren in ruimte en in tijd. Maar die afwisseling van bewegen en verstillen wordt nooit mechanisch. Plotselinge accenten en grillige bewegingen voorkomen dat de voorstelling een formalistische oefening wordt.
Figure 1, 2, 3 en 4 bestaat uit vier verschillende performances die List en Mertens de afgelopen vier jaar hebben ontwikkeld. Het geheel is een optelsom. Eerst is er een man, in deel twee zijn er twee mannen die elkaar schaduwen. In deel drie wordt er geluid gei"ntroduceerd: het geruis van de naald van een pick-up als de plaat is afgelopen. In het vierde deel is er ineens een decor en een warme theaterbelichting die de twee mannen met hun schaduw verdubbelt. Maar de bewegingen blijven minimaal. En hoe willekeurig ze soms ook lijken, List en Mertens voeren ze zo overtuigend uit dat er niets tegen in valt te brengen.
Het programmablaadje spreekt over hun werk als 'een specifieke vorm van mime, met minimaal gebruik van geluidsbanden en decormiddelen’. Zo is de mime ook ooit begonnen: bij het nulpunt van het lichaam in de ruimte. Intussen is daar zoveel aan toegevoegd, dat het weer bijzonder is als makers weer terugkeren bij dat nulpunt.