Popmuziek: Nick Cave

Man in rouw

Nick Cave © Wikimedia Commons

Skeleton Tree van Nick Cave was twee jaar geleden een wurggreep van een album. Deels een rouwplaat, rouw om zijn overleden vijftienjarige zoon Arthur. Cave bezong hoe zijn telefoon niet meer ging, hoe hij in de spiegel zichzelf zag braken. Het was een album dat je pas kon opzetten nadat je eerst diep adem had gehaald: vanaf openingsnummer ‘Jesus Alone’ trok Cave de zuurstof uit de lucht.

De opvolger van Skeleton Tree heet Ghosteen, en vanaf de eerste seconden van opener ‘Spinning Song’ is helder: dit wordt geen vrijblijvendere luisterervaring dan Skeleton Tree. Het is bijna intimiderend hoe dwingend Cave meteen de aandacht opeist, en het onmogelijk maakt tijdens het luisteren met ook maar iets anders bezig te zijn dan dat. De begeleiding is minimaal: soundscapes, donker dromerig, en daaroverheen de stem van Cave, niet zingend, niet eens declamerend, maar vertéllend, alsof hij een sprookje inzet, ‘Once there was a song’, met Elvis in de hoofdrol. Zíngen doet hij pas na drie minuten, hoog in octaaf, tussen zalvend en smekend, wanneer hij ‘And I love you’ herhaalt en herhaalt.

Iets verderop doet hij dat opnieuw: hij herhaalt ‘Waiting for you’, ook al zo’n eenvoudige zin die binnenkomt als een dreun, juist omdat hij plots zo veel minder lyrisch is dan in de zinnen ervoor en erna, omdat Cave hem zingt als een smeekbede. En ja, omdat kennis van feiten nou eenmaal het album voorafgingen: het is gewoonweg onmogelijk naar Ghosteen te luisteren zonder rekenschap van Cave’s grote verdriet. Ook omdat hij er niet over zwijgt: zijn huidige tournee, waarin hij in gesprek gaat met zijn publiek, is juist geboren uit zijn ervaring dat over het verdriet vertellen hem ergens helpt, heeft hij meerder malen gezegd.

Op spaarzame momenten schijnt er licht door op Ghosteen. De gospel in het refrein van ‘Galleon Ship’, als hij ‘And if we rise, my love’, inzet, als het startschot van een belofte.

Maar dan moet ‘Fireflies’ nog komen, een spoken word op donkere pianotoetsen. Het lijkt het residu van oneindig getob, de aanvaarding van de onontkoombaarheid. ‘Nothing can be predicted and nothing can be planned. A star is just a memory of a star. We are fireflies pulsing dimly in the dark. We are here and you are where you are.’

In het veertien minuten lange slotnummer ‘Hollywood’, zelf een filmische nachtelijke roadtrip van een nummer, rijdt Cave naar Malibu. Naar de zon, het daglicht. Hij zoekt de randen van zijn stem op in zijn uithalen, refereert nadrukkelijk aan het boeddhisme, en zingt dan: ‘Everybody’s losing someone/ It’s a long way to find peace of mind, peace of mind.’

Geen valse hoop of troost. Cave laat ons achter in de nacht, nog ver verwijderd van Malibu.

Nick Cave, Ghosteen. Conversations with Nick Cave, 27 januari in Eindhoven en 28 januari in Nijmegen