De partnerkeuze

Man met baard zoekt vrouw met hoofddoek

Het aantal gemengde huwelijken wordt wel gebruikt als een indicator voor integratie. Hoewel dat aantal groeit, kiest nog steeds de overgrote meerderheid van de Turkse en Marokkaanse jongeren voor een huwelijkspartner uit eigen kring.

‘MIJN BESTE VRIEND had vier jaar lang een relatie met een Nederlandse’, vertelt student Ibrahim. ‘Nu is hij getrouwd met zijn nicht uit Turkije. Hij wil geen problemen met de familie, snap je?’
Vrouwen om mee te vrijen zijn geen vrouwen om mee te trouwen, volgens veel Turkse en Marokkaanse jongens. Onderling spreken ze stoer over ‘oefenmeisjes’. De Turkse en Marokkaanse meisjes, die ongerust vaststellen dat de jongens zich meer vrijheden kunnen permitteren op liefdesgebied, voorspellen wat afgunstig: jongens hebben nu eenmaal hun behoeften. Als ze gaan trouwen kiezen ze toch voor een maagdelijk meisje van hun eigen volk.
Het is een feit dat veel gemengde relaties van vooral Turkse en Marokkaanse tieners en twintigers stuklopen als het huwelijk aan de horizon verschijnt. Ook de vriendinnen van jongens die het wel serieus menen en die toekomstplannen hebben, samenwonen of samen kinderen hebben, moeten vaak met lede ogen toezien hoe hun vriend met een door pa en ma uitgezochte vrouw in het huwelijksbootje treedt.
De Turkse en Marokkaanse jongeren die voor een gemengd huwelijk kiezen, staat een storm te wachten. Velen zijn niet bestand tegen de druk die de omgeving op hen uitoefent en moeten daarom afhaken. De grote meerderheid overweegt niet eens een man of vrouw uit een andere etnische groep als huwelijkspartner. De meeste Turkse en Marokkaanse jongeren zoeken naar een partner van wie de familie zoveel mogelijk op de eigen familie lijkt. Slechts een kleine tien procent van de Turken en Marokkanen trouwt met een autochtoon: dat is weinig vergeleken met de andere allochtone groepen. Nog eens rond de zeven procent trouwt met een allochtoon van een andere herkomst. Die laatste categorie wordt in de integratierapporten niet vermeld als gemengde huwelijken, hoewel ze dat in de ogen van de betrokkenen wel zijn.
De Nederlandse beleidsmakers beschouwen het aantal gemengde huwelijken als een indicator voor integratie. Daarom zijn alleen de huwelijken tussen allochtoon en autochtoon officieel ‘gemengd’. Ter vergelijking: van de Antillianen trouwde in de periode 2006-2008 ongeveer 42 procent van de mannen en 46 procent van de vrouwen met een autochtone Nederlander; voor de Surinamers is dat respectievelijk 26 procent van de mannen en 38 procent van de vrouwen en van de overige niet-westerse allochtonen die in het huwelijk traden deed 24 procent van de mannen en 55 procent van de vrouwen dat met een autochtoon (CBS Statline, 11 januari 2010). Turken en Marokkanen laten zich, wat gemengd trouwen betreft, beter vergelijken met autochtonen: daarvan trouwt ook rond de tien procent met een allochtoon.
Voor een deel zijn de verschillen in deze percentages te verklaren door de kansen die mensen van verschillende etnische groepen hebben om elkaar te ontmoeten. Je maakt als autochtone Nederlander relatief minder kans om een allochtoon tegen het lijf te lopen en verliefd te worden. In Nederland gaan mensen uit alle etnische groepen, Surinamers uitgezonderd, vooral met herkomstgenoten om (SCP: Jaarrapport Integratie 2009). De huwelijkscijfers laten ook zien dat als leden van de etnische minderheden omgaan met niet-herkomstgenoten, dat veelal andere allochtonen zijn met wie ze ‘zwarte’ scholen en buurten delen.
Een andere reden is dat binnen de verschillende etnische groepen anders wordt aangekeken tegen een gemengd huwelijk. In de Surinaamse en Antilliaanse bevolking komen van oudsher zoveel gemengde gezinnen voor, in zoveel variaties van etnische menging, dat je kunt stellen dat gemengde huwelijken er heel gewoon zijn. Onder Turken en Marokkanen is er juist veel druk om te trouwen binnen eigen kring. Op z’n nauwst gedefinieerd bestaat die eigen kring uit familie of uit anderen met wie de familie al banden onderhoudt of met wie die banden door een gedeelde achtergrond makkelijk kunnen worden gesmeed. Dat sluit eigenlijk alle kandidaten uit die geen wortels hebben in dezelfde herkomstregio in Turkije of Marokko.
Er bestaan dus nog veel meer gemengde huwelijken van Turken en Marokkanen dan we uit de officiële statistieken kunnen opmaken, zelfs als we er de huwelijken met een andere allochtoon bijtellen. Want iemand die officieel als ‘Turk’ te boek staat, beschouwt een huwelijk tussen Turk en Koerd, tussen soenniet en aleviet en tussen Turken uit verschillende regio’s in Turkije ook als gemengd. Op vergelijkbare manier zijn voor ‘Marokkanen’ huwelijken tussen Berber en Arabier gemengd, net als die tussen leden van verschillende Berberstammen of tussen Marokkanen uit het noorden en het zuiden van Marokko. Ook sommige zogenaamd ‘homogeen’ Turkse of Marokkaanse stellen zijn in hun eigen ogen en die van hun naaste omgeving gemengd. Ze ondervinden vaak dezelfde problemen als stellen waarvan één partner autochtoon is of Surinaams, Chinees…

DE MEESTE Turkse en Marokkaanse jongeren in Nederland groeien op met het idee dat ze moeten trouwen met iemand met dezelfde cultuur en achtergrond. Om conflicten te vermijden perken ze hun huwelijksmarkt zo veel mogelijk in. Sommigen geven de regie over partnerkeuze en huwelijk volledig uit handen en laten hun ouders een echtgenoot voor hen uitkiezen. Maar zulke gearrangeerde huwelijken komen steeds minder voor. Vaker leiden de jongeren zelf het een en ander in goede banen. Natuurlijk loopt hun omgeving vol vrijgezelle leeftijdgenoten van divers pluimage, maar voor meer dan oppervlakkig contact staan de Turkse en Marokkaanse jongeren niet open. Als ze iemand niet als huwelijkskandidaat kwalificeren, gaan ze al te vriendschappelijk contact uit de weg om te vermijden dat ze verliefd worden. Omgekeerd stellen ze zich wel open voor romantische gevoelens bij gelegenheden waar het juiste soort mensen komt, bijvoorbeeld op bruiloften of op vakantie in het land van herkomst. Dat de meeste jongeren op deze manier de partnerkeuze modelleren naar de verwachtingen van de familie verklaart dat velen nog met iemand (zelfs neef of nicht) uit het land van herkomst trouwen.
Wil dat zeggen dat een gemengd huwelijk het toppunt is van eigenrichting? Opmerkelijk genoeg is ook een aantal gemengde huwelijken ‘gearrangeerd’, al komt het initiatief daartoe wel van de toekomstige partners zelf. Het is een trend onder Turkse en Marokkaanse jongeren om op zoek te gaan naar de ware islamitische levensstijl. Zij willen in de eerste plaats een partner die moslim is. Een bekeerling oogst veel bewondering en is voor echte gelovigen een aantrekkelijke partij.
De jongeren die elkaar vinden op basis van de islam gaan een lange verkering uit de weg. Ze treffen elkaar een paar keer onder begeleiding van een mahram, een islamitische chaperonne, en als de levens- en geloofsvisie van de ander hun bevalt kunnen ze trouwen. Eigenzinnig is deze keuze dan weer wel: vaak zijn de ouders van het stel er absoluut niet over te spreken. Voor autochtone ouders is het schrikken als je kind zich in deze tijden tot de islam bekeert. Voor Turkse en Marokkaanse ouders is het nog steeds geen jongen of meisje met de juiste herkomst. Sowieso wordt bekering in het kader van een relatie met een moslim niet serieus genomen. ‘Een Marokkaan die slechte dingen doet, kan tot inkeer komen’, zo hield een oma haar obstinate kleindochter voor. ‘Dan ben je mooi wel met een Marokkaan getrouwd.’

GEMENGDE RELATIES blijven meestal lange tijd strikt geheim, in ieder geval zolang beide partijen worstelen met hun gevoelens en met het besef dat hun omgeving tegen hun liefde is. Ook de ‘andere kant’ ziet zoon of dochter liever niet met een Turkse of Marokkaanse moslim(a) thuiskomen, al is het maar omdat men weet dat het stel moeilijke tijden tegemoet gaat.
Voor veel gemengd gehuwden komt de heftigheid van de reacties van de omgeving (aan beide kanten) toch als een verrassing. Ook degenen die altijd het gevoel hadden vrij te worden opgevoed, staan voor het eerst in hun leven voor een dichte deur.
‘Het was niet dat ze haar persoonlijk niet aardig vonden’, verbaast Ahmet zich nog steeds, ‘ze hadden een ideaal plaatje in hun hoofd, waar ik tot dan toe niets van af wist en zij past daar gewoon niet in. Omdat ze Nederlands is.’
‘Ik was gekwetst. En boos. Ze hebben me altijd hartelijk ontvangen, tot bleek dat Ahmet met mij wilde trouwen. Toen was ik opeens niet meer goed genoeg’, vertelt zijn vriendin.
Ouders blijken meestal bang te zijn dat ze hun kind kwijtraken als het buiten de eigen groep trouwt. ‘Zullen we zomaar op bezoek mogen komen zonder eerst een afspraak te maken?’ verzuchten ze. Ze zien in de partner van een andere cultuur een bedreiging voor de familiesolidariteit waar de Turkse en Marokkaanse culturen om bekendstaan. ‘Hoe moet dat met feesten?’ Het lijkt een triviale bekommernis, maar wat eruit spreekt is dat de ouders zich geen voorstelling kunnen maken van hoe dat moet gaan met een schoonfamilie met een andere taal en andere gewoonten. Maar het zwaarst weegt voor veel ouders toch: wat zullen de mensen zeggen? Het feit dat een kind trouwt met iemand van buiten de eigen groep is een smet op de reputatie van de hele familie, een teken van ouderlijk falen.
De meeste jongeren die, tegen de wens van de familie in, toch trouwen met de partner van hun keuze worden op een gegeven moment voor het blok gezet: zetten ze hun trouwplannen door, dan zijn ze thuis niet meer welkom. De weerstand van hun ouders, maar ook broers en zussen, vrienden en bekenden, trekt een zware wissel op de loyaliteit van de jongeren aan hun familie enerzijds en aan hun beoogde partner anderzijds. Bij veel gemengde huwelijken was de Turkse of Marokkaanse kant niet aanwezig op de bruiloft en werd het noodgedwongen een feestje in kleine kring. Dat nemen kinderen hun ouders kwalijk, maar tegelijkertijd voelen ze zich schuldig dat ze hun familie hebben verscheurd. ‘Ik blijf bij mijn keuze’, zegt Aisha, ‘maar ik wil niet dat mijn zusjes doen zoals ik. Als dat al zou kunnen: ik ben bang dat ik het voor hen heb verpest.’
Toch komt het meestal na een tijdje weer goed. Dreigen met verstoting doen de ouders als drukmiddel: uiteindelijk willen ze het contact met hun kinderen niet echt kwijt. Het helpt als ouders in hun verhaal voor de buitenwereld de afstand tussen hen en hun schoonzoon of schoondochter kunnen verkleinen. Dan wordt het wel gewaardeerd als de partner van hun kind zichtbaar voor de islam heeft gekozen. Of als deze een mediterraan uiterlijk heeft en het de buren niet eens opvalt dat het om een gemengd huwelijk gaat. En ten slotte kunnen de meeste ouders het niet weerstaan als er een kleinkind wordt geboren.

Leen Sterckx schreef (samen met Carolien Bouw) Liefde op Maat: Partnerkeuze van Turkse en Marokkaanse jongeren (2005) en ‘Gemengd getrouwd en dubbel gescheiden’ in De mixfactor (2007) van Lex Veldboer, Jan Willem Duyvendak en Carolien Bouw (red.)