Deel #8: Botsende beschavingen

Mandolines in Nicosia

In een zoektocht naar creativiteit, humanisme en vooruitgang loopt filosoof Ralf Bodelier dit jaar een omgekeerde kruistocht van Jeruzalem in Israël naar Bouillon in de Belgische Ardennen. In deel acht: Botsende beschavingen.

De Griekse en Turkse vlag in de Cypriotische stad Nicosia © Lakovos Hatzistavrou / ANP

Noord-Cyprus is voor 99 procent islamitisch. Zuid-Cyprus, of gewoon Cyprus, is voor 95 procent christelijk. Vóór 1974 was dat nog anders. Vijf eeuwen lang leefden moslims en christenen op het eiland naast, door en met elkaar.

Dat veranderde in de jaren vijftig met de opkomst van een radicaal Grieks Nationalisme. In de late jaren zestig, gesteund door het Griekse kolonelsregime, hoopten Grieks-Cyprioten het eiland volledig onder de vleugels van Athene te brengen. De islamitische minderheid voelde zich in het defensief gedrongen, begon zich te verdedigen en dreigde het af te leggen tegen de Grieken. Aan beide kanten vielen slachtoffers. Al stierven heel wat meer moslims dan christenen.

Op 20 juli 1974 viel Turkije Cyprus binnen. Net als Griekenland was ook Turkije nog een militaire dictatuur. De Turken bezetten rond de dertig procent van het noorden en boden de Turks-Cyprioten een veilige thuishaven. Alle moslims vluchtten naar het noorden. Op hun beurt vluchtten alle christenen naar het zuiden. Amper een maand na de inval was de etnische zuivering voltooid.

En ik zat in de eerste klas van de middelbare school, probeerde het conflict te begrijpen, maar wist niet waar te beginnen. Waarom stonden moslims en christenen elkaar zo naar het leven? Het concept ‘islam’ zei me weinig. In mijn geboortedorp Vaals moest de eerste moslim nog arriveren. Wat maakte juist de christenen zo wreed? En waarom in Nicosia? Had de Zangeres zonder Naam het eiland niet romantisch bezongen, zo ‘vol extase en liefdesvuur’? ‘Mandolines zongen zacht in Nicosia, in het middernachtelijk uur, onder een hemel vol azuur.’ Niemand kon het me uitleggen en Wikipedia was er nog niet.

Dat was 1974. En vandaag draag ik mijn rugzak zowel langs de Middellandse zeekust in het Noorden als langs de kust in het Zuiden. In Nicosia steek ik meerdere malen de grens over. Sinds 2008 is deze grens net zo open of dicht als in mijn kindertijd de grens tussen Vaals en het naburige Aken nog open of dicht was. Ook toen waren de identiteiten helder. Wíj waren Nederlanders, zíj waren Duitsers. Een halve eeuw later zijn die categorieën vervaagd. De grens is verdwenen en een op de drie Vaalsenaren heeft een Duits paspoort. Gaat Cyprus dezelfde kant op?

Samuel Huntington (1927-2008) zou die vraag met een resoluut ‘nee’ hebben beantwoord. In 1996 veroorzaakte de Amerikaanse politicoloog opschudding met Botsende beschavingen; The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order. Cyprus komt in zijn boek meermaals voor. Want nergens lijkt Huntingtons ‘remaking’ van de wereldorde beter zichtbaar dan juist op Cyprus, met zijn 99 procent moslims in het Noorden en 95 procent christenen in het zuiden. Volgens Huntington is Cyprus geen relict uit het verleden maar een model voor de toekomst. Stapje voor stapje gaan we naar een wereld waarin alle mensen zich terugtrekken in hun eigen identiteit en zich via hun beschavingen opnieuw definiëren. Daar waar deze beschavingen elkaar raken, daar begint het te schuren, te wrijven en uiteindelijk te botsen.

25 jaar na Huntington zie ik al wandelend, observerend, lezend en luisterend iets heel anders. Ik zie een Cyprus dat zich voor een belangrijk deel uit elkaar liet spelen door bemoeienis van buitenaf: door nationalistische Grieken en binnenvallende Turken. Ik zie Noord- en Zuid-Cyprioten die nu tot hun verbazing constateren dat ze maar amper van elkaar verschillen. Ik zie een Cyprus dat opnieuw beseft hoeveel het altijd al gemeenschappelijk had. Vandaag kun je die gemeenschappelijkheid het best omschrijven met termen als ‘seculier’ of ‘modern’.

Hoewel (Zuid-)Cyprus een van de meest religieuze landen van Europa is, komt ook hier meer dan de helft van de bevolking nooit in een kerk. Wanneer ik een dienst bijwoon, zie ik vrijwel hetzelfde grijs als in Nederland. Aan de noordkant van de grens, bij de moslims, is het niet anders. Op Noord-Cyprus hoor je maar zelden de oproep tot gebed. Ook op vrijdag lijken de moskeeën leeg en de afgelopen weken zag ik niemand zijn gebedsmatje uitrollen. In de Noord-Cypriotische supermarkten ligt volop varkensvlees in de vriesvakken. En in diezelfde supermarkten doet het assortiment aan alcoholhoudende drank niet onder voor dat van een Nederlandse slijter. Een liter melk kost op Noord-Cyprus zeven Turkse lira, een liter bier vijf lira. Bijna vijfhonderd jaar samenleven en wederzijdse beïnvloeding, die wis je niet zomaar uit.

Ik weet, het zijn niet meer dan observaties van een toevallige wandelaar. Maar ik ben de enige niet die het ziet. Vrijwel iedere Cyprioot die ik spreek, in Zuid én Noord, bevestigt mijn observatie. Feitelijk maakt het op Cyprus nog maar weinig uit of je moslim of christen bent. Je kunt je zelfs afvragen wat termen als christelijke of islamitische beschaving hier überhaupt nog betekenen. Ongetwijfeld zijn er aan beide kanten nog conservatieve moslims en christenen. Maar hun aanwezigheid wijst eerder op een botsing tussen traditie en moderniteit; een botsing die evenzeer plaats vindt onder moslims als onder christenen.

In 1992, enkele jaren voor Huntingtons boek over botsende beschavingen, publiceerde Francis Fukuyama Het einde van de geschiedenis en de laatste mens. Dit boek verdedigde de gedachte dat de toekomst toevalt aan de democratie en het liberalisme. Niet een verdeeld Cyprus is de toekomst, die is aan een verenigd Cyprus. (Terzijde: anders dan velen denken, was Einde van de geschiedenis niet per se een optimistisch boek. Want juist die ‘laatste mens’ uit de titel is bepaald geen aanbeveling. Fukuyama ontleende hem aan Friedrich Nietzsche, die ‘der Letzte Mensch’ omschreef als laf, levensmoe en doorlopend op zoek naar luxe en veiligheid. Ondanks al hun voordelen produceren liberaal-democratische landen ook apathie en nihilisme.)

Anders dan Huntington had Fukuyama van meet af aan mijn sympathie. En tot op vandaag denk ik dat Fukuyama meer gelijk had dan hem de afgelopen decennia toeviel. (Ik kom in deze blogs nog uitgebreid op Fukuyama terug.) Huntingtons Botsende beschavingen sprak Fukuyama’s Einde van de geschiedenis hoe dan ook fel tegen. Van een liberaal-democratische wereldorde zou geen sprake zijn, meende Huntington. Fukuyama’s verhaal was een westerse illusie. In werkelijkheid stevenen we af op een wereld vol almaar diepere breuklijnen. En het meest scherp, diep en bloederig zijn die breuklijnen tussen de islam en het christendom. Juist de casus Cyprus, waar de grenzen uit 1974 weer opengingen in 2008, laat zien hoe tijdsgebonden Huntingtons analyse is. De gestage afzwakking van een typisch islamitische en christelijke beschaving op Cyprus zou wel eens het model van de nabije toekomst kunnen zijn.