Economie

Manipulatie

Kenmerkend voor het Nederlandse electorale stelsel is zijn hoge mate van responsiviteit. Door de relatief lage kiesdrempel kunnen nieuwe politieke bewegingen vrij makkelijk de Kamer in komen. Daar hebben de laatste jaren de LPF, de PVV, 50Plus, Denk, de Partij voor de Dieren en Forum voor Democratie van geprofiteerd. Goed voor de kiezer, maar slecht voor de gevestigde partijen.

Door ontzuiling, individualisering en secularisering heeft die lage kiesdrempel namelijk niet alleen geleid tot meer ideologische diversiteit, maar het politieke landschap ook gefragmenteerd. Van het klassieke Nederlandse driestromenland is niets meer aan te treffen. PvdA, VVD en CDA zijn allang hun greep op de kiezer kwijt. Verloren aan nieuwe concurrenten op links en op rechts, of aan nieuwe ideologische stromingen.

Het heeft geleid tot een situatie waarin de grootste partij, de VVD, slechts 33 zetels heeft en de verzameling middenpartijen loopt van nummer twee – de PVV met 20 zetels – tot nummer negen: de Partij voor de Dieren met vijf zetels. En dat zijn er maar vier minder dan de PvdA, ooit een politieke partij die met tegen de veertig zetels het politieke veld domineerde.

Het wordt door velen gezien als een verworvenheid. Anders dan in landen met een meerderheidsstelsel, zoals het Verenigd Koninkrijk, of een hoge kiesdrempel, zoals Duitsland, kan in Nederland tijdens politieke debatten in principe een breed scala aan ideologieën en wereldbeschouwingen gehoord worden. Onvrede kan hier, door de lage kiesdrempel, eerder en makkelijker gearticuleerd worden dan in andere kiesstelsels en dus eerder tot aanpassing van beleid leiden.

Niet dat alles koek en ei is in de Nederlandse democratie. Zoals de Amsterdamse politicoloog Tom van der Meer twee jaar geleden in een mooi essay liet zien, is er een groot probleem met de legitimiteit van bestuurlijke benoemingen, omdat deze bestuurders worden geworven uit een te kleine groep mensen. En dat is wat mij betreft meteen het grote (en enige) gelijk van Baudets aanval op het partijkartel, een term die hij heeft geleend van de Britse politicoloog Peter Mair.

De media lijken nog altijd in driestromenland te leven

En ondanks de grote ideologische diversiteit is er sprake van een al even grote technocratische consensus. Na de verkiezingen transformeren partijen zich van politieke bewegingen in bestuurdersverenigingen, die zoeken naar overeenkomsten in plaats van verschillen. Compromisme noemt Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren het. En het komt volgens haar door de combinatie van coalitiedruk en de dominantie van een beleidsparadigma dat wordt bewaakt door een enkel instituut dat in Nederland een monopolie heeft op beleidsadvisering en de controle van partijprogramma’s in handen heeft en daarmee een ongekend grote invloed heeft op de politieke agenda. Ik heb het uiteraard over het Centraal Planbureau en de gelijkgeschakelde economen die het bemensen.

De media – een andere cruciale pijler onder een vitale democratie – lijken echter nog altijd in driestromenland te leven. Niet alleen hebben veel redacties een bijna vanzelfsprekende voorkeur voor vertegenwoordigers van VVD, CDA en PvdA, waarbij met name de buitenproportionele aandacht voor politici van de laatste partij in het oog springt. Ook hebben zij grote moeite om nieuwe politieke bewegingen met afwijkende ideologieën serieus te nemen.

Ik heb vaak mijn ergernis uitgesproken over de wijze waarop de media omgaan met de Partij voor de Dieren. Badinerend, marginaliserend en vooral: ongeïnteresseerd. Ook gaat de aandacht van de meeste redacties vooral uit naar incidenten en heeft men weinig oog voor (en verstand van) bredere sociaal-economische ontwikkelingen. Verder is er een grote voorliefde voor identitaire kwesties (islam, vluchtelingen, Zwarte Piet) en komen financieel-economische (bankenbuffers, arbeidsinkomensquote) en ecologische vraagstukken (biodiversiteit) er maar bekaaid af.

Maar pas echt krankjorum wordt het als publiek gefinancierde media aan de vooravond van verkiezingen die wel eens bepalend zouden kunnen worden voor de toekomst van Europa vallen voor de verleiding van de klikbeet en de reikwijdte van het Nederlandse politieke spectrum reduceren tot een twistgesprek tussen extreem rechts en nog ietsjes extremer rechts. Dat heeft niets met journalistieke professionaliteit te maken en alles met commerciële kijkcijfermaximalisatie.

En is natuurlijk loepzuivere verkiezingsmanipulatie. Tijd voor buitenlandse waarnemers!