A Serious Man

Mannen in crisis

In A Serious Man van Joel en Ethan Coen desintegreert het leven van Larry Gopnik (Michael Stuhlbarg), een docent natuurkunde aan een universiteit in Minneapolis, voor zijn ogen, en hij kan er niets aan doen.

Het verhaal speelt zich af in 1967, maar de voortekenen van de malaise openbaren zich al in de negentiende eeuw, in de magistrale, volledig in het Jiddisch gefilmde openingsscène van de film, namelijk in een shtetl in Oost-Europa waar een man op een avond thuiskomt met de mededeling dat hij de oud Reb heeft uitgenodigd soep te komen drinken. De oude Reb? De vrouw van de man reageert met afschuw. Want de oude Reb, die is al jaren dood. Maar wie staat er dan op dit moment buiten? vraagt haar man. De vrouw antwoordt kalm. Een dybbuk.

Inderdaad, het lijkt wel of een dybbuk, een soortement zombie of ondode of bezetene in joodse folklore, Larry Gopnik zijn leven lang achtervolgt, waardoor het, ondanks het feit dat Larry een goed mens is, een serieuze, gerespecteerde man, steeds slechter gaat: zijn zoon rookt marihuana; zijn dochter denkt alleen maar aan uitgaan; zijn broer Arthur (Richard Kind) woont bij hem in huis; en zijn vrouw Judith (Sari Lennick) heeft een affaire met een vriend, Sy Ableman (Fred Melamed), en dringt nu aan op een echtscheiding, en ook nog in de vorm van een get, een religieuze echtscheiding, die kennelijk erger is dan een gewone ontbinding van het huwelijk. Dan blijkt ook nog dat zijn vaste aanstelling op de universiteit op losse schroeven staat, te meer daar iemand mysterieuze brieven aan de benoemingscommissie schrijft en een Koreaanse student hem probeert om te kopen om betere cijfers te behalen. Zo brokkelen de muren van Larry’s leven af. Dan ziet hij op een dag ook nog de verleidelijke buurvrouw naakt zonnen in haar tuin. En gaat hij hunkeren.
A Serious Man levert op vernietigende wijze commentaar op de huidige, pessimistische tijd. Larry’s crisis symboliseert de teloorgang van het kerngezin en het vervagen van morele richtlijnen. Hoe te leven? Hoe niet te leven? Valt dat überhaupt te plannen, zoals je een wiskundige formule kunt plannen of uitwerken? En wat zou zo’n dybbuk dan wel niet vinden van het vastleggen van kernwaarden of waarheden over een ‘goed leven’? Dat zijn de vragen in deze gebroeders Coen-film.
De Coens hebben met A Serious Man hun meest persoonlijke film gemaakt. De setting, Minnesota, reflecteert hun eigen achtergrond: ook zij zijn opgegroeid in een joodse gemeenschap, in Saint Louis Park, een voorstad van Minneapolis. Veel scènes in de film zouden autobiografisch kunnen zijn, bijvoorbeeld die waarin Larry’s tienerzoon op school stiekem op een draagbaar radiootje luistert naar Jefferson Airplane, of die waarin hij op de hielen wordt gezeten door een dikke jongen aan wie hij geld verschuldigd is. Al deze scènes komen authentiek over, en ze dragen bij tot een sfeer van wanhoop, een onaangenaam gevoel van het naderende gevaar.
Maar wat voor gevaar dan? Opnieuw zijn er voortekenen. Symbolen. Zoals een code, de woorden ‘Help Me’, in het Hebreeuws gegraveerd aan de binnenzijde van iemands tanden en toevallig ontdekt door een tandarts. En wat betekenen die wilde dromen van Larry eigenlijk? Seks met de buurvrouw. Een vluchtroute naar Canada. Een gesprek met zijn broer naast een leeg zwembad (dat eigenlijk in het echt plaatsvond, maar dat zo symbolisch is dat het net zo goed een droombeeld had kunnen zijn). Het wordt alleen maar erger, en van controle over de incidenten en de dromen is geen sprake meer. Een dybbuk is er los, zoveel staat vast.
De Coens brengen de desintegratie van dit leven in deze keurige voorstad, met de groene gazons en symmetrisch gebouwde, ingerichte en in het urbane landschap geplaatste bungalows, pijnlijk mooi in beeld met de gracieus bewegende camera van Roger Deakins, die de sets low key belicht, ‘egaal’ als het ware, zonder grote contrasten, anders dan in bijvoorbeeld Barton Fink (1991), de eerste filmsamenwerking tussen Deakins en de Coens, waarin diepe, donkere kleuren de fragmentatie van de identiteit van de hoofdpersoon symboliseren. Net als in Barton Fink is het effect van Deakins’ fotografie op de thematische ontwikkeling ook in A Serious Man magistraal. Immers, het leven van Larry is allesbehalve ‘egaal’, ondanks de uiterlijke tekenen, zijn huis bijvoorbeeld, waarin de overheersende kleuren ‘rustgevend’ lichtbruin en lichtoranje zijn. Soepel zijn eveneens de beeldovergangen, die in alles verschillen van de stilistische uitspattingen waartoe de Coens in staat zijn, bijvoorbeeld in Raising Arizona (1987), met zijn wilde crash zooms, of het ondergewaardeerde The Hudsucker Proxy (1994), met zijn karikaturale personages.
Qua vormgeving in een Coens-film blijft The Man Who Wasn’t There (2001) onovertroffen, een film die Roger Deakins zowel in kleur als in zwart-wit draaide, en waarin het beeld, in de zwart-witversie, een glimmende, haarscherpe kwaliteit heeft, ondanks het feit dat het werk bedoeld is als hommage aan het literaire en filmische noir-genre, en dus eigenlijk een expressionistisch karakter zou moeten hebben. Dit alles toont aan dat Deakins en de Coens bestaande conventies gebruiken als uitgangspunt en die vervolgens kneden tot een unieke beeldtaal, en dat doen ze ook in A Serious Man.
De verdieping in deze film zit ’m vooral ook in de wijze waarop de film een actuele resonantie heeft. De natuurkundige Larry doet bijvoorbeeld denken aan Ryan Bingham, George Clooney’s personage in het nieuwe Up in the Air van Jason Reitman. Larry en Ryan zijn serious men, mannen die belangrijk werk doen en die dat met ernst doen en die door deze levenshouding een hoge status in de maatschappij hebben. Toegegeven, Ryan heeft geen leven op aarde, hij leeft on the move als het ware, in de wolken, maar juist daar is hij stevig verankerd en is zijn leven even stabiel en voorspelbaar als dat van Larry. En in beide films komen de mannen voor een crisis te staan, ingegeven door hun persoonlijke falen en door omstandigheden buiten hun beheer. Hoe ze hierop reageren, is bepalend voor hun leven, en voor betekenis van de films waarin ze ‘bestaan’. Kunnen ze serious blijven? Of zijn de nieuwe variabelen in de nieuwe tijd te instabiel, te onvoorspelbaar? En, cruciaal, wat doet de dybbuk? Als gezegd in een eerdere bespreking: de uitwerking van deze interessante thematiek in Up in the Air hapert op cruciale punten, waardoor de film plat blijft. En dat is allerminst het geval in A Serious Man. Het is een verrukkelijke film, schitterend verfilmd, doorspekt met humor en tragiek en geheime symboliek, zonder enige twijfel een van de beste films uit het oeuvre van de Coens.
Maar de beste film van de Coens?
Nog altijd?
1998.
The Big Lebowski.