Mannen op paarden

Vanouds ging er onder de volkeren die het voormalige Mesopotamië bevolkten een voorspelling rond dat hun land ooit zou worden bezocht door een woest volk met gezichten als geplooid leer, hun lichamen vastgeplakt aan de ruggen van de paarden die zij bereden. De komst van dit volk werd zodanig gevreesd dat er zelfs een waarschuwing werd opgenomen in de Hadith, de overleveringen van de profeet Mohammed. ‘Ontmoet men hen, dan wordt men zeker beroofd. Als u ze ziet, sluit dan uw deuren en breng uw gezin in veiligheid.’ Geen wonder dat de Mesopotamiërs afkerig waren vreemdelingen toe te laten. Geen wonder ook dat de Turken die perfect aan het signalement voldeden honderden jaren lang oorlog hebben moeten voeren voordat zij het gezag over deze regio kregen.

Abdullah Öcalan moet hoera hebben geroepen toen hij op deze zinnen uit de Hadith stuitte. Hij was immers na twintig jaar strijd van radicale marxist uitgegroeid tot de leider van een gemêleerde volksbeweging waar alevieten, soennieten en voormalige stalinisten zij aan zij vochten voor een onafhankelijk Koerdistan. Apo, zoals de Koerdische leider van de bevrijdingsbeweging PKK liefkozend wordt genoemd, wordt door Turkije als een van de beruchtste terroristen van onze tijd gezien. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van zo'n dertigduizend mensen. De Koerden op hun beurt wijzen erop dat hij degene is geweest die vanaf 1978 de Koerden weer op de landkaart plaatste. In hun visie wordt Zuid-Oost Turkije of Noord-Koerdistan al 76 jaar bezet door de kolonialistische Turkse staat. Een staat die genocide bedrijft tegen een volk dat zijn identiteit verdedigt. Honderdduizenden Koerden zijn inmiddels de strijd ontvlucht, ook naar Europese landen als Nederland, Zweden, Duitsland en België. Met hen kwamen ook PKK-activisten mee die de strijd tegen de Turken vanuit Europa begonnen te organiseren. Strategisch gezien hebben de Turken vorig jaar oktober een enorme overwinning behaald. Öcalan opereerde vanuit Syrië, een land waar de Koerdische minderheid niet eens erkend wordt. De Turken dreigden met oorlog en uiteindelijk haalde Damascus bakzeil. Öcalan koos het zekere voor het onzekere en nam de wijk naar Rusland en vandaar naar Italië, waar hij op 16 januari het land weer verliet. Sindsdien weet niemand waar Öcalan precies zit. En de mensen die het wel weten, zoals Öcalans advocaten Böhler en Prakken, zwijgen in alle talen. Wel belden ze zondagavond een aantal journalisten met de mededeling dat Apo op weg naar Nederland was. De Koerdische leider zou persoonlijk het Internationaal Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag willen vragen te bemiddelen tussen de Turkse regering en de Koerden. Het journaille wachtte tussen enkele honderden PKK-aanhangers op het koude gras van Zestienhoven om tegen drie uur verkleumd te horen dat het toestel van Apo geen toestemming had gekregen om te landen. Zo pendelt Öcalan van het ene land naar het andere met een gerede kans dat een van de EU-lidstaten in de zenuwen een onherstelbare blunder maakt. Al een aantal jaren biedt Apo vrede aan. De Turken zien het als een zwaktebod van een Koerdische kat in het nauw. De kans op enige toenadering van Turkse zijde lijkt daarom nauwelijks aanwezig. Een verder verblijf van Öcalan in Europa zal de verhoudingen binnen de Navo ernstig belasten en de toch al gevoelige Europees-Turkse relaties verder ontwrichten. Maar bovenal bedreigt de oplopende spanning tussen de Koerdische en Turkse gemeenschappen in Europa de interne veiligheid van een ruimere kring van staten. Europa krijgt zo een gouden kans om een einde te maken aan de Koerdische kwestie. De PKK-leider als Koerdische knuppel achter de deur. En dat is nou precies waar Apo en zijn medestanders op hopen.