‘mannen willen een plot’

Al jong gelanceerd, en nog een meisje ook - de filmregisseuse Miriam Kruishoop kent bewonderaars maar vooral felle critici. Een filmende Spice Girl of regie-talent? ‘Ik ben gewoon Miriam Kruishoop en ik doe wat ik leuk vind.’

IN NEDERLAND is gehypet worden een doodzonde. Hoe luider de tamtam waarmee een nieuw fenomeen wordt aangekondigd, des te strammer de nekharen van de cultuurscribenten overeind gaan staan. Het overkwam filmregisseuse Miriam Kruishoop (1971). En het moet gezegd: de manier waarop zij ineens aan het Nederlands filmfirmament verscheen was een loepzuivere voorzet voor een schot voor open doel. Nadat haar derdejaarsfilm op de Gerrit Rietveld Academie met een Citroën Award was bekroond (voor de beste eindexamenfilm) werd ze onder de hoede genomen van de uitbreng-tak van het Filmmuseum. De verantwoordelijke persoon hoefde maar twee trappen af te dalen en een grindpaadje over te lopen om aan te kloppen bij het belendende filmblad Skrien, met de mededeling dat het Filmmuseum een bijzonder iemand in huis had - Kruishoop zelf draaide inmiddels met het Citroën-geld een Franstalige film in Parijs. Een paar vasthoudende telefoontjes via de interne lijn deed de rest: Skrien liet Kruishoop een dagboek bijhouden over haar Franse avontuur. Luidruchtige kop: ‘Mijn films zijn altijd in één keer goed.’ Zie je wel, het filmtijdschrift had zich weer eens voor het karretje van het Filmmuseum laten spannen.
Het Film Festival Rotterdam deed er nog een schepje bovenop. Vive elle (zoals Kruishoops Parijse filmexperiment heet) werd genomineerd voor een Tiger Award, de prijs voor de Beste Jonge Film. Vers van de academie en nu al als enige Nederlandse in aanmerking voor zo'n prestigieuze prijs. 'Miriam Kruishype’ sputterde het in een column van Blvd. Een filmjournalist van Trouw vond kennelijk dat hiermee de spijker op zijn kop werd geslagen en nam de term over. En vervolgens gingen enthousiast de sabels door Kruishoops broze voetstukje: Vive elle was onbegrijpelijk, onvolwassen en overschat. 'Filmtalent in de knop gebroken’, snikte NRC Handelsblad.
En alsof de duivel ermee speelde, herhaalde de geschiedenis zich: Kruishoops eerste echte speelfilm, het compromisloze Unter den Palmen (6 januari in de bioscoop) werd gekozen als openingsfilm van het afgelopen Nederlands Film Festival. Slechts een lauw applaus viel Kruishoop ten deel. Haar publieke verschijning hielp haar kunstkritisch gezien ook niet vooruit. In Nederland is het ideaalmodel van de filmkunstenaar er nog steeds een van de slechtgeschoren zwoeger-in-de-marge die, bravoure of niet, vóór alles bescheiden is - geen Nederlandse filmstroming werd zo enthousiast omarmd als de reeks recente guerrilla-low-budgetproducties als Zusje en De boekverfilming. Maar Kruishoop wandelt vrolijk en goedgekleed door het leven, laat in interviews steevast merken te weten wat ze wil en heeft tot nu toe voor twee films zomaar geld losgekregen. Inmiddels is ze getrouwd, met de (oei, wat hip) Britse drum 'n bass-muzikant Rupert Parkes, die onder de naam Photek internationaal succes boekt, en pendelt ze heen en weer tussen Nederland en hun huis op het Engelse platteland. En ze is nog een meisje ook. Aha, de filmequivalent van al die knappe literaire debutantes die we onlangs te verstouwen kregen.
UNTER DEN PALMEN is echter een veel te geslaagde film om gemaakt te kunnen zijn door de Spice Girl van filmend Nederland, zoals Miriam Kruishoop vaak wordt afgeschilderd. Hoe kijkt zij zelf terug op die hype? Kruishoop: 'Die hype? Daar sta ik buiten; ík heb nooit lopen roepen dat het allemaal briljant is wat ik maak. Bovendien: ik heb een producent, en als die wil dat mijn film de openingsfilm wordt, kan ik hoog of laag springen maar dat maakt dan niet meer uit. Dat vervolgens de ene helft je de hemel in prijst en de andere helft de hel - ik zal niet zeggen dat het me niks doet, maar uiteindelijk kan ik alleen maar mezelf zijn. Als je jong bent, en je bent jezelf, wordt dat net zo hard vóór als tegen je gebruikt. Als je film vervolgens opvalt, en je bent ook nog eens een vrouw, dan…
Ik kwam onlangs Hani Abu-Assad tegen van Het 14e kippetje, de openingsfilm van het Nederlands Film Festival van vorig jaar. Hij is indertijd veel minder hard aangepakt dan ik. Mensen zijn niet edel, dus ook journalisten kiezen niet altijd voor een open, positieve benadering. Bij mij gingen mensen die me nog nooit hadden gesproken, me afzeiken over de kleren die ik droeg. En o ja, die opzettelijk onflatteuze foto-met-slaapogen van mij op de premièreparty in de NRC! Belachelijk! Wat denkt zo iemand nou die zoiets plaatst?’
Niettemin zou een iets gehaaidere regisseuse van tevoren in kunnen schatten dat een 'lange korte film’ als Vive elle niet gebaat is bij de heisa rond een Tiger-competitie en dat een vrij radicale film als Unter den Palmen eventueel beter tot zijn recht zou komen in de marge van het festival. Kruishoop: 'Het is niet aan mij om rekening te houden met sponsors die op zo'n première alleen maar bierzuipen. Ik weiger aan dergelijke dingen te denken. Afgezien van het feit of het nu een goede of slechte film is, ik vind het te gek dat Herman de Wit en Jacques van Heijningen (respectievelijk programmeur en directeur van het Nederlands Film Festival) voor mijn film hebben gekozen. En het bezorgt me een plek, ik ben blij dat ik door dit soort aandacht de films kan blijven maken die ik wil maken.
Ik had net Ian Kerkhof aan de lijn, wiens film Naar de klote! veel harder is aangevallen dan Paul Ruvens Filmpje. Misschien was Naar de klote! geen goede film, maar als experiment was het okee. Alleen omdat Ian zo nadrukkelijk zijn eigen ding doet krijgt hij bergen kritiek. Hoe het nou toch verder moet met zijn talent. Maar het zijn alleen journalisten die zich met zulke vragen bezighouden. Ian denkt alleen maar aan zijn volgende film, of performance, of documentaire. Ik heb dat ook. En ik ga niet beweren dat ik met Unter den Palmen mijn definitieve meesterwerk heb gemaakt, volgende keer zal ik het waarschijnlijk weer helemaal anders doen. “Growing up in public”? Dat is toch prima? Het is juist fantastisch om na tien jaar te kunnen zien hoe iemand zich heeft ontwikkeld.’
STERKER NOG, het zou best eens kunnen dat Unter den Palmen na tien jaar beter is te plaatsten dan nu. Op het eerste gezicht is het een gewone speelfilm over een afgegleden glamourkoppel, de oudere man David (Helmut Berger) en de zwarte vrouw Tanja (Sheri Hagen). Samen zijn ze door Davids halfboer (de Duitse internationale cultacteur Udo Kier) naar Rotterdam gehaald, waar ze zich in leven houden met roofovervallen. Totdat de man verliefd wordt op een jongen (Thom Hoffman) van wie hij bij een van die overvallen een glimp heeft opgevangen. En kapot is de relatie. Een conventioneel melodrama in feite, maar het bijzondere is dat de plot volstrekt naar het tweede plan wordt gedrukt. Dit ligt geheel in de lijn van Kruishoops vorige films en waarschijnlijk ook van haar toekomstige films. Het is echter geheel anders dan de verhalende cinema in Nederland de laatste jaren.
Kruishoop vertelt haar verhaal voornamelijk in kleuren en beeldcomposities. Daarmee zet zij een ijselijk, geometrisch Rotterdam neer, ergens tussen het blauw-grijs van beton, het grijs-blauw van glazen woon- en werktorens, en het zwart-blauw-grijs-wit van bijna eng verantwoord gestileerde bars en hotelkamers. Onversneden modieus, alsof je na sluitingstijd in een fraaie meubelwinkel bent ingesloten. Maar ook zeer effectief: omdat de achtergrond ruim de aandacht trekt raken de personages er geheel door ingeblikt. Al is het maar omdat ze in Kruishoops kadreringen steeds compositorisch exact in de omgeving passen, waardoor ze ertegen wegvallen. Bovendien worden ze zodanig ingekaderd dat ze meestal van elkaar geïsoleerd zijn. En de spaarzame keren dat ze elkaar aanraken is dat nog vaak op een agressieve manier ook. Zo worden op indringende manier personages getoond die geen idee hebben hoe ze wezenlijk contact met elkaar kunnen maken.
Kruishoop: 'Film is visueel, zo ben ik door de Rietveld gevormd. Ik wil van een film kunnen genieten zonder geluid. Ik vertel met kleur, licht en beweging. Pas daarna voeg ik geluid toe, en dialoog. Die hotelkamer bijvoorbeeld, waarin David en Tanja verblijven, wordt beklemmend doordat ik het geluid bijna laat wegvallen. Dat is opzet, hoor!’
HIERDOOR WORDT het ook eenvoudig om Unter den Palmen weg te zetten in de categorie 'mooifilmerij’. Toch is dat te makkelijk: juist in de oppervlakte zit de inhoud. Kruishoop: 'Misschien is dat wel iets vrouwelijks. Niet alleen ligt de thematiek meer bij de vrouw - in Unter den Palmen is zij misschien wel het sympathiekste personage - maar ook de stijl van de film is vrouwelijk. Vrouwen zijn veel intuïtiever. Mannen willen graag iets begrijpen. Daardoor hebben ze meer behoefte aan een basis in de vorm van een verhaal, een plot. Als dat er niet is, beginnen ze te klagen over het gebrek eraan. Alsof je een Ferrari koopt en teleurgesteld bent dat het alarmsysteem niet werkt. Misschien terecht, want heel vervelend natuurlijk, maar uiteraard heb je die Ferrari niet vanwege dat alarm gekocht. Hij is toch mooi, en alarm of niet, hij r'jdt nog steeds lekker!
Ik heb nou eenmaal geleerd van mijn intuïtie uit te gaan en die om te zetten in een concept. Daarbij hou ik van fake. Ik heb er moeite mee als iets gewoon wordt. Als ik het gevoel heb dat ik alleen maar aan het registreren ben. Daarom hou ik juist van films als Basic Instinct, The Matrix, Enemy of the State en van films van Marco Ferreri (La grande bouffe) en John Woo. Megastilering, en tóch realistisch. Want ik ga wel van realisme uit, van echte emoties en gevoelens. Maar die vervorm ik vervolgens zodanig dat er iets ontstaat waardoor je voor zolang het duurt ondergedompeld wordt in een andere wereld. Dat is ook de reden waarom ik van film hou en bijvoorbeeld puur realistische schilders niet interessant vind. Twee zwarte lijnen hoeven het ook weer niet te zijn, maar er moet wel iets persoonlijks in zitten. Dat kan ook een Vermeer zijn. Film is kunst, dat wordt te vaak vergeten, denk ik.’
Die stilering voert Kruishoop door tot in haar dialogen, waardoor de personages vooral in oneliners en gemeenplaatsen praten. Onkunde, was de kritiek, en dat is ten dele waar: 'Ik zal al eerste toegeven dat schrijven niet mijn grootste kracht is. Het schrijven van een scenario is heel leuk, maar voelt een beetje alsof ik mijn Natuurkunde moet halen.’ Maar juist die ontkleurde dialogen passen ook weer mooi bij het thema: het onvermogen tot contact maken.
ALS JE KRUISHOOP vraagt wat ze wél geslaagd vindt aan Unter den Palmen, begint ze meteen over hoe het haar gelukt is al de juiste mensen bij elkaar te krijgen ('dat ik op dat niveau met ze heb kunnen werken, super!’). Ook dat wordt als not done beschouwd: je hoort een film te maken vanuit datgene wat je wilt vertellen, en bijvoorbeeld niet, zoals Kruishoop, vanuit de acteur met wie je een film wilt maken. Maar ook dat is weer die intuïtie - vanaf haar dertiende, toen ze Helmut Berger in Dynasty zag, wist ze dat ze met hem een film wilde maken. Het verhaal hoe ze de grote Visconti-acteur voor haar film aan de haak heeft geslagen is inmiddels legendarisch: 'Producent Argus stuurde hem een fax: “Meisje van 26 wil Helmut ontmoeten.” Ik stuurde geen script op, want ik wilde hem persoonlijk vragen. Vervolgens ben ik naar Rome gevlogen, en nadat ik me had voorgesteld zijn we meteen over de film gaan praten. Ik vond het frappant dat hij zoveel op zichzelf kon betrekken. En daarna zijn we uitgegaan in Rome, een oude intellectuele stad waarin iedereen een zoon of dochter van een beroemde schrijver is. Geweldig, maar aan de andere kant: Helmut is natuurlijk ook een gewoon mens.’
Houden van auto’s en voetbal, werken op intuïtie en onbevangen op iedereen afstappen - is dat nou girl power? 'Natuurlijk! Hoewel dat vroeger misschien feminisme werd genoemd. Het zal wel. Ik ben gewoon Miriam Kruishoop en ik doe wat ik leuk vind.’