Een nieuw literair genre

Mannenboeken

Naast de Engelse glossy’s waarin mannenzaken als auto’s, voetbal en vrouwen aan bod komen, vormt zich een nieuw literair genre. De rellen in Turkije, waarbij twee Leeds-hooligans omkwamen, lijken rechtstreeks uit deze ‘lads-literature’ te komen.

TERWIJL IN Nederland bladen als Maxim met zeer vrouwonvriendelijke advertenties de aandacht proberen te trekken, lezen én bekijken Engelse lads varianten als FHM (‘For Him Only’), dat meer dan zevenhonderdduizend exemplaren per aflevering verkoopt. Behalve een flinke dosis seks leest de lad over voetbal, borsten, bier, auto’s, muziek en mode. Zijn magazines belichamen de hedendaagse popcultuur: alles mag, zolang het niet te veel diepgang heeft en maar met humor en ironie wordt gepresenteerd. Loaded bijvoorbeeld beweert de geilste vrouwen te hebben, het luidste gevloek, de meest verslavende spelletjes en de brutaalste humor. Wie niets opheeft met Engelse tradities als vloeken, obsceniteit en naaktheid moet Loaded vooral niet kopen, waarschuwt het blad, dat uitstekend wordt gemarket. Op de website van FHM kun je een foto van een halfnaakte vrouw naar een mate sturen en politiek incorrecte moppen lezen. De lads-magazines gaan prat op banaliteit, oppervlakkigheid en semi-porno. Fout is cool.

Naast deze bladen is een nieuw literair genre aan het ontstaan, of beter gezegd: bezig vorm te krijgen. Het betreft boeken die zich ergens tussen literatuur en lads-magazines bevinden: lads literature. Voortrekker van deze stroming is Nick Hornby, wiens voetbalroman Fever Pitch een van de grootste successen van de jaren negentig was. Mannelijkheid, humor en alledaagsheid brachten Hornby zijn succes, plus het ontbreken van literaire pretenties. In zijn kielzog ontwikkelde zich een school van mannelijke bekentenisliteratuur waartoe schrijvers als Kevin Sampson, James Hawes, Neil Cross, John King, Bo Fowler, Des Dillon, Jonathan Tulloch, Dougie Brimson en Tim Lott behoren.

Hun boeken refereren aan de orale verteltraditie. Het lezen van een lads-roman voelt aan alsof de verteller je direct aanspreekt. Des Dillon meldt aan het begin van zijn Return of the Busby Babes dat hij ‘verhalen schrijft op die manier zoals je ze vertelt’. Die vertelvorm bezit een rauwe kracht. De verteller neemt zijn lezer in een wurggreep en sleept hem door diens werkelijkheid.

Daarbij speelt visualisatie een grote rol. De boeken lezen eerder als filmscripts dan als weerspiegelingen van diepe zielenroerselen. Opvallend is ook het hoge autobiografische gehalte dat ze bezitten. Kevin Sampsons tweede roman Powder bijvoorbeeld is een relaas van zijn ervaringen als manager van de succesvolle popgroep The Farm.

Bij schrijvers als Hornby en King worden de vertellingen gedomineerd door vloeiende dialogen, waardoor het lijkt alsof je stiekem meeluistert naar andermans welvaren en misère. Alles wordt gedaan om maar zo echt mogelijk over te komen. Dat laat weinig ruimte over voor literaire ingrepen. De lezer wil worden aangesproken door iemand in wie hij zich kan verplaatsen. Iemand die zijn werkelijkheid begrijpt, die geworteld is in zijn geografisch en sociaal bepaalde identiteit. Daarom wordt er geschreven in dialect of slang.


DE ENGELSE eilandmentaliteit is steeds fier aanwezig. In John Kings England Away verenigen hooligans uit heel Engeland zich om de oversteek naar het vasteland te maken, dit terwijl zij elkaar normaal gesproken tot de dood toe bevechten. De lads barsten uit hun voegen van geldingsdrang; pas wanneer ze hun vernielingen en slachtoffers in de krant of op televisie zien, bestaan zij.

Ondertussen lijden ze aan een collectieve identiteitscrisis. Met de fragmentatie van de hedendaagse multiculturele maatschappij zijn de Engelse traditie en identiteit onder druk komen te staan, iets wat vooral de traditionele heerser treft: de blanke man. Het is daarom niet verwonderlijk dat de lads-literatuur vooral teruggrijpt op de Engelse geschiedenis.

In Sampsons Awaydays kijkt de nostalgische hoofdpersoon terug op de laatste maand van 1979, toen hij zich transformeerde van diehard-hooligan tot voorbeeldig student. Hornby’s High Fidelity vertelt over een dertiger met een identiteitscrisis, die zijn verleden inventariseert en zo het heden relativeert. In England Away vervlecht King drie verhalen, waardoor Engelse soldaten tijdens D-Day naast vechtende hooligans in Duitsland en Nederland worden gepresenteerd.

De gemakzucht waarmee de lads hun geschiedenis interpreteren werkt verraderlijk: Sampson weet op knappe wijze vecht- en steekpartijen te romantiseren, terwijl toch mensen voor de rest van hun leven verminkt blijven. En bij King kleeft er een nare bijsmaak aan de vergelijking tussen de bestorming van Normandië door de soldaten op D-Day en die van Berlijn door de hooligans op hun wedstrijddag.

Wanneer Hornby het over ladism heeft, schrijft hij: ‘Sentimental music has this great way of taking you back somewhere at the same time that it takes you foreward, so you feel nostalgic and hopeful at the same time.’

Nostalgisch verlangen naar de Engelse traditie overheerst en wordt als het maar even mogelijk is verweven met het heden. De verraderlijkheid schuilt in het feit dat geen van de schrijvers de subtiliteit bezit om dat verleden te relativeren. De boeken tonen een eendimensionale geschiedenis, een eenkennige ‘werkelijkheid’.

Paradoxaal genoeg blijven de lads zich tijdens hun ontsnappingspogingen aan het lower class-bestaan vastklampen aan hun verheerlijkte verleden, terwijl de boeken het bewijs zijn dat dat verleden corrupt is. Vrienden blijken achteraf geen vrienden maar opportunistische verraders of dealende junkies. The good old days zijn slechts fictie, maar dat inzicht wordt nauwelijks verwerkt door de auteurs.

De onschuld van deze literatuur valt te betwijfelen. Vooral de voetbalromans propageren een zeer conservatieve en soms ultra-rechtse boodschap. Racisme, seksisme en andersoortige discriminatie worden veelvuldig beschreven en zelfs verheerlijkt. Sampsons jeugdige hoofdpersoon heeft, omdat hij een vaderfiguur mist, een leider nodig. Hij behoort tot een blank generation, op zoek naar een identiteit en een betekenisvolle invulling van het leven.

Sampson laat zien hoe gemakkelijk jongeren worden verleid door het nazisme. In het strijdgewoel verliezen de hooligans hun afzonderlijke identiteiten en vormen samen één vloeiend, almachtig lichaam. Sampson excuseert het gedrag van hooligans niet, maar observeert slechts. Wel waarschuwt hij voor het sterk opkomende National Front, een partij vergelijkbaar met de FPÖ in Oostenrijk. King, op zoek naar de definitie van ‘Engelsheid’, presenteert een meer duister beeld van de Britse mentaliteit. Zolang de trots van de lads gekrenkt wordt, zullen ze niet rusten voor er een vijand is verslagen, liefst de Duitsers — en sinds een week ook de Turken.


MORALISTISCH zijn ze meestal niet, de boeken voor lads. Het komt zelden voor dat een personage écht tot inkeer of geestelijke volwassenwording komt. Maar dat gebeurt wel in Tim Lotts debuut White City Blue — de schrijver kreeg er onmiddellijk de prestigieuze Whitbread Award voor. Hoofdpersoon Frank Blue ‘moet’ kiezen tussen zijn beste vrienden en zijn verloofde. Wanneer hij toch ervoor kiest om een bloke te blijven, ontmaskert Lott via een spel tussen heden en verleden de fabel van mannelijke vriendschap. Hij leert zijn lezers dat de mens gevangen zit in rigide gedachtepatronen, die alleen kunnen worden doorbroken wanneer men zichzelf en de geschiedenis herziet. Met geopende ogen trouwt Blue uiteindelijk toch nog — weliswaar een desillusie rijker en een paar vrienden armer, maar gesterkt als autonoom individu.

Nadrukkelijk wordt zo bij Lott, maar ook in andere lads-literatuur, de mythe van de onafscheidelijke lads in verband gebracht met een crisis van de mannelijkheid. De in het nauw gedreven mannen zoeken het soort saamhorigheidsgevoel dat altijd nog bij voetbalwedstrijden gevonden kan worden. Wanneer de Engelse hooligans in juni de oversteek maken naar het vasteland is het misschien verstandig ze het boek van Lott in handen te duwen. Maar waarschijnlijk is het dan al te laat.