Mannengekrijs

De essays van Andreas Burnier waren destijds vormende lectuur voor ‘de vrouwelijke mensheid’, althans het Nederlandse deel ervan. Ze verschenen dan ook in een tijd dat ‘het mannenestablishment’ nog onproblematisch de macht had. Professor C.I. Dessaur (1931-2002) was hoogleraar criminologie en schrijver onder het pseudoniem Andreas Burnier, en in die laatste hoedanigheid schreef ze niet alleen even aangrijpende als speelse romans als Een tevreden lach (1965) en Het jongensuur (1969), die het verdienen als klassiekers voort te leven, ze liep ook voorop in de emancipatie van vrouwen en homoseksuelen. Ze liep voorop in haar levensstijl als openlijke ‘ho-vrouw’, in haar romans en bovenal in haar essays, die over veel meer dan feminisme gingen. Even lief peinsde ze over het kwaad, het doorgeschoten rationalisme en esoterie. Grote thema’s schuwde ze niet, net zo min als grote ambities.
In haar essays wilde ze, zo stelt ze in het vooraf van haar beste bundel De zwembadmentaliteit, een aanzet geven tot ‘een geleidelijke herintegratie van de sinds 600 voor Christus steeds meer uiteengevallen activiteiten van wetenschap, kunst, religie’. Dat is niet gering. Ze was dan ook een eigenzinnig schrijfsters, en het zou wat ver gaan om te zeggen dat ze ruim tweeduizend jaar desintegratie in haar werk teniet heeft gedaan, in haar essays combineerde ze wel degelijk wetenschappelijke helderheid met literaire originaliteit. Het begrip ‘zwembadmentaliteit’ is misschien wel de leidraad voor haar schrijverschap, en dan vooral: het verzet tegen de zwembadmentaliteit, het oorverdovende geschreeuw dat ieder betegeld, overdekt zwembad tot een hel maakt. Het is het soort geschreeuw dat uit de media oprijst en dat bewustzijnverlagend werkt. Uit de mannenmedia en de mannenonderonsjes op radio en tv, en, als antwoord daarop, uit het damesblad. Burnier plaatste daar haar radicale individualiteit tegenover.

Andreas Burnier, De zwembadmentaliteit,
Querido, 1979