Mao zedong

Miljoenen jongeren zwaaiden dertig jaar geleden met z'n ‘Rode Boekje’. Nu is Mao Zedong nog slechts de tiran die miljoenen Chinezen de dood heeft ingejaagd. Zijn gewillige meisjes ten spijt.

ER STAAN MAAR twee dingen absoluut vast over Mao Zedong (1893-1976). Hij had er een bloedhekel aan om zich te wassen, in bad te gaan of zijn tanden te poetsen. Hij stonk naar zweet en spoelde zijn mond met thee. Maar hij was gek op zwemmen. De foto’s van een midden in de Yangtze-rivier poedelende Mao hoefden niet te worden vervalst. Mao was niet bang voor golven en draaikolken. Tot op hoge leeftijd zwom hij soms 25 kilometer in de vier grote rivieren van China. Dat hij zich altijd met de stroom mee liet drijven, doet niet af aan z'n moed, z'n kracht en z'n uithoudingsvermogen. En hij kon er zeer hartelijk om lachen als een van de hoge partijfunctionarissen in een ernstig vervuilde rivier bij het zwemmen onder de drollen kwam te zitten.
Zijn leven lang heeft Mao enorme prestaties geleverd. Van oktober 1934 tot oktober 1936 legde zijn Rode Leger tijdens de Lange Mars, in het nauw gebracht door de Republikeinen, 12.500 kilometer lopend af. Het kostte zeer veel doden en Mao zelf verloor een aantal kinderen (niemand weet precies hoeveel).
De Grote Sprong Voorwaarts van 1958 had in korte tijd een Chinese vorm van geforceerde economische ontwikkeling vanaf de basis moeten brengen (met waterreservoirs, plattelandscommunes en hoogoventjes in de achtertuinen), maar deze enorme operatie resulteerde in grote hongersnoden, waarbij volgens Jean-Louis Margolin, de schrijver van het hoofdstuk over China in het Zwartboek van het communisme, naar schatting 20 tot 43 miljoen doden vielen. Het was misschien de meest moordende hongersnood aller tijden, niet veroorzaakt door slechte weersomstandigheden, maar door gigantische menselijke fouten.
Ten slotte lanceerde Mao in 1966 de Culturele Revolutie, waarbij hij, inmiddels ver in de zeventig, een hele nieuwe generatie jongeren in actie bracht tegen de oudere generaties, die werden vernederd, gemarteld en buitenspel gezet. Volgens de schrijver Zheng Yi, zelf eens Rode Gardist, werd er in die tijd in China zelfs mensenvlees gegeten, niet vanwege de honger, maar uit wraak en haat. Een haat waartoe Mao Zedong de aanzet gaf door af te kondigen: ‘Als wij hun niet doden, zullen zij ons doden.’
HET WAS NIET het doel van Mao zijn landgenoten massaal de dood in te jagen. Zelfs het Zwartboek van het communisme geeft dat toe. Maar hij kon, misschien mede door de vele verliezen die hij in zijn persoonlijk leven had geleden, opmerkelijk onverschillig en koel zijn als het om mensenlevens ging. Talrijk zijn z'n uitspraken die erop neerkomen dat als er bij een wereldoorlog honderden miljoenen Chinezen zouden omkomen, er nog altijd veel over zouden blijven.
Het Zwartboek verwijt hem dat hij vooral bezig was de realiteit van hongersnood en economische rampspoed te ontkennen, maar dat is niet helemaal waar. Li Zhisui, die 22 jaar Mao’s lijfarts was en wiens uitvoerige herinneringen enige jaren geleden in de Verenigde Staten zijn gepubliceerd, schrijft dat Mao in 1959, toen er tekenen waren dat de Grote Sprong Voorwaarts tot een ellendige situatie had geleid, besloot naar zijn geboortedorp Shaoshan te gaan, waar hij 32 jaar niet meer was geweest. Hij dacht dat niemand hem daar, in de omgeving die hij zo goed kende, over de werkelijke toestand kon voorliegen. Inderdaad kreeg hij een litanie aan klachten over zijn Grote Sprong-project te horen. Hij besefte dat de situatie, niet alleen in Shaoshan maar in het hele land, niet vooruit ging maar snel verslechterde. Zijn conclusie was echter niet dat de Grote Sprong Voorwaarts een verkeerde politiek was; hij meende alleen dat het beleid aanpassingen nodig had.
In Shaoshan liet hij zich ook van een minder bekende, weemoedige kant kennen. Hij bezocht de grafheuvel van zijn ouders, maakte een buiging en legde een boeketje wilde bloemen op hun graf. Ook treurde hij bij de plek waar het boeddhistische tempeltje had gestaan waar zijn moeder vroeger wierook brandde. De stenen van de tempel waren kort daarvoor gebruikt voor hoogoventjes op het achtererf van de pas gestichte commune. Mao vond dat droevig, zei hij tegen zijn lijfarts, want arme boeren zonder geld voor een dokter konden, net als vroeger zijn moeder, in zo'n tempel wierook branden, tot de goden bidden en daar enige bemoediging uit putten.
HET GEBOORTEDORP van Mao ligt in de zuidelijke provincie Hunan, land van helden en bandieten. Men zei vroeger: 'China kan pas worden veroverd als alle mensen uit Hunan dood zijn.’
Later had Mao er plezier in de relaties binnen het ouderlijk gezin in politieke termen te analyseren. Zijn vader, die tot een bemiddelde boer was opgeklommen, noemde hij de 'heersende macht’; Mao en zijn moeder vormden de oppositie, met de andere kinderen als mogelijke bondgenoten. Mao’s vader was autoritair en streng. Hij liet zijn kinderen hard werken en gaf ze slaag zodra ze iets verkeerds deden. Hij zag er niets in dat de jonge Mao naar de stad wilde gaan om te studeren. Mao moest het geld daarvoor lenen en hij moest zijn vader schadeloos stellen, omdat die voor Mao in de plaats een arbeider in dienst moest nemen.
Op school in de provinciehoofdstad Changsha had Mao het in z'n boerenkleren en met z'n grove manieren niet gemakkelijk tussen de wat jongere en meer welgestelde leerlingen, die hem aanvankelijk in de maling namen. Hij kende maar twee boeken: historische romans over het leven van bandieten en koningen.
De geschiedenis van China bleef voor hem altijd een inspiratiebron. Toen hij achttien jaar was, werd de keizer afgezet en de Chinese Republiek uitgeroepen. Nachtenlang debatteerden hij en zijn vrienden over wat er in China moest gebeuren en in 1914 begonnen ze een studievereniging, die als voorloper van de Communistische Partij kan worden gezien.
Met z'n vriend Siao-yu trok Mao een zomer als bedelaar door Hunan en zag hij hoe arme boeren leefden. Maar de twee vrienden waren het oneens over de rol van de staat. Voor Mao stond die boven alles.
Hij werd vooral geïnspireerd door de Russische Revolutie en toen in 1921 de Chinese Communistische partij werd gesticht, werd hij de geheime leider van de communisten in Changsha. Hij trouwde in hetzelfde jaar; zijn vrouw werd in 1930 door de Republikeinen gefusilleerd. Ook daar treurde Mao niet om. Sommigen menen dat hij haar in de steek heeft gelaten en daarom zelf verantwoordelijk is voor haar dood.
TEGENSLAGEN KENDE Mao genoeg. Keer op keer werd hij op hoge posities binnen de Communistische Partij gekozen en weer afgezet; keer op keer moest hij strijd leveren met de republikeinse Kwo-min-tang en dan toch weer met hen samenwerken.
Hij ontwikkelde een eigen variant op het marxisme. Hij had geleerd van de mislukte landbouwhervormingen in de Sovjet-Unie en wilde het Chinese socialisme mede op de revolutionaire boerenbevolking bouwen. Nadat op 1oktober 1949 de Volksrepubliek China was uitgeroepen en de Communistische Partij haar macht over het hele vasteland had gevestigd, lukte het Mao zijn belangrijkste doelstelling te bereiken: China zijn waardigheid in de wereld terug te geven. Maar hij deed dat door het traditionele Chinese keizerrijk in een andere vorm te herstellen, waarbij hij zelf steeds meer de oppermachtige 'rode keizer’ werd.
Hij werd vadsig, lag het liefst slechts gekleed in een badjas op zijn bed of bij zijn zwembad. Gewillige meisjes om zijn grote potentie seksueel te bevredigen waren er genoeg.
De destalinisatie in de Sovjet-Unie van Chroesjtsjov maakte hem in de jaren vijftig ongerust over zijn eigen positie. Hij was wars van persoonsverheerlijking, omdat hij van zichzelf wist dat hij in alle opzichten superieur was. Maar het werd steeds moeilijker te weten te komen wat er buiten zijn paleis in China gebeurde. En hij kon de vele paleisintriges alleen met andere intriges bestrijden.
Uiteindelijk riep hij zijn vierde vrouw, de voormalige actrice Jiang Qing, met wie hij allang geen seksuele betrekkingen meer had, terug om hem politiek te steunen. Zij werd na zijn dood als lid van de linkse 'bende van vier’ tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld.
MAO HEEFT FOUTEN gemaakt, maar in zeventig procent van de gevallen had hij het bij het rechte eind, is nu de officiële leer.
Toen Mao in 1976 stierf en moeizaam werd gebalsemd, liet hij geen democratisch China achter. Democratie heeft het land tot nu toe nooit gekend en het post-maoïstische China is een autoritair, maar grotendeels gemoderniseerd land.
Mao was ontegenzeglijk een gigant, maar hoeveel groter was hij niet geweest als hij vrijheid en kritiek had toegestaan? Hij had dan grote fouten kunnen vermijden of zijn politiek kunnen ombuigen. Maar misschien had het moderne China zonder deze taaie, intelligente maar hardvochtige rode keizer niet bestaan.