Maradooona!

GEEN VOETBALLER bad zo vaak en zo onstuimig als Maradona. ‘Het is de wens van God dat ik de beste ben. Hij zorgt ervoor dat ik goed kan spelen’, placht hij te zeggen. ‘Daarom sla ik een kruis als ik het veld op kom en kijk ik naar de hemel als ik een goal heb gemaakt.’

Maradona’s moeder stamt af van immigranten uit het zuiden van Italië, ze gelooft heilig in de Onbevlekte Ontvangenis. Zijn vader Diego, bijgenaamd ‘Chitoro’ is een Guarini-Indiaan die zijn brood verdiende als visser en slangenvanger voordat hij vanuit de bush-bush naar Buenos Aires trok om zijn karige loon te verdienen in de beendermeelfabrieken. Net als de andere mensen in de Villa Fiorito, de achterbuurt waar ze wonen, hebben ze maar één ding. Voetbal.
'Goool!’ zou zijn moeder Dona Dalma Salvadora Maradona geroepen hebben toen Diego Armando ter wereld kwam in een van de vele ziekenhuizen die naar Evita Perón zijn genoemd. Het is 30 oktober 1960. Een zondag. De dag dat de vrouwen naar de mis gaan en de mannen naar het voetbal.
Na de geboorte van drie zusjes is Diego de oudste zoon van het gezin. Hij is mismaakt, een lilliputter. Op z'n derde verjaardag krijgt Diego, door iedereen al afgeschreven voordat hij goed en wel kon lopen, een bal van oom Cirilo. Als het jochie naar bed gaat, knuffelt hij zijn pas verworven schat tot hij gelukzalig in slaap valt. Liggend op z'n zij, met de bal in zijn buikholte en zijn korte lijfje eromheen gekromd. Zonder bal voelt hij zich naakt. De bal is zijn lust en zijn leven.
Zijn grote helden zijn Pele en Cruijff. Op z'n achtste jaar valt hij in de handen van Francisco Cornejo, een schoonmaker bij een bank, die trainer is van de Cebollitas, het jeugdteam van de Argentinos Juniors. Cornejo heeft medelijden met Diego, vindt hem een aandoenlijk jochie en laat hem onder handen nemen door Cacho Paladino, een arts die boksers verzorgt. Met behulp van spuitjes, prikken en poeders bouwt deze Diegootje om tot een mini Atlas met dijen van het beste bief dat ooit in het land der pampa’s rondgelopen heeft.
Op een zondag, niemand weet nog precies wanneer, mag Diego voor het eerst meedoen in het jeugdelftal. Omdat hij te jong is speelt hij onder een valse naam. Het is niet de eerste keer dat hij de boel belazert - en zeker niet de laatste.
HIJ WORDT OP zijn kop gezeten door zijn drie oudere zusters. Zijn moeder is de baas. Als ze langs de lijn bij zijn wedstrijden staat, is ze een plaag voor elke scheidsrechter die niet honderdtien procent voor haar Diegito fluit en voor elke tegenstander die het waagt de bal van haar oogappel af te pakken. Haar moeder Salvadora is even fanatiek. Samen voeden ze hun Diegito op met een mengsel van godsdienstwaanzin en de common sense van de vivero’s, gettobewoners voor wie sportiviteit en fair play niet bestaan.
Als wonderkind jongleert hij op zaterdagmiddag met ballen, sinaasappels en flessen in de populairste televisieshow van het land. Het publiek vreet hem op. Op zondag doet hij in de pauze van de thuiswedstrijd van de Argentinos Juniors de hoogstandjes van de eerste helft nog eens dunnetjes over. Als lilliputter in een veel te groot clubshirt steelt hij ieders hart.
Op zijn vijftiende gaat hij spelen in het eerste elftal van Argentinos Juniors. Hij krijgt, behalve een profcontract, een eigen flat met water en elektriciteit in de Villa del Parque, een wijk die ver verwijderd is van de sloppen waar hij geboren werd. Aangezien hij broodwinner is, verhuist de hele familie met hem mee. Diego groeit op tot een despoot.
'MARADOOONA!’ Met ontblote borst krijsen de descamisados zijn naam als ze hun held het veld op zien komen. Na de militaire junta van 1976 roepen ze geen 'Perón, Perón!’ meer, maar 'Maradooona!’ De barras bravas die in ruil voor gratis kaartjes door de regering worden ingezet tegen de stakers en linkse studenten, komen uit dezelfde achterbuurten als hij.
Alleen al om wat hij met zijn linkerbeen vermag, wordt hij door de militaire machthebbers beschouwd als de Patrimonio Nacional, de trots van het land, die voor geen goud verkocht mag worden naar het buitenland. 'No se vende Maradooona!’ roepen de knokploegen van de junta. Maradona is het boegbeeld van het generaalsregime dat sinds maart 1976 het land in een ijzeren greep houdt.
Sinds 1979 is hij stiekem in onderhandeling met Barcelona, de rijkste club van de wereld en de enige die de transfersom van 7,3 miljoen dollar kan betalen. Net voor de WK van 1982 in Spanje speelt voorzitter José Luis Nu±ez, die even klein van stuk is als Maradona, het klaar dat hij tekent bij Barcelona.
BIJ DE WK VAN 1982 in Spanje wil Argentinië wereldkampioen worden. Het is de grote droom van de coach, Menotti, om alleen spelers te gebruiken die in hun eigen vaderland voetballen, zodat onomstotelijk wordt bewezen dat Argentinië het beste land ter wereld is. Hoe anders pakt het evenwel uit.
Argentinië, al eerder roemloos ten onder gegaan in de Falklandoorlog, speelt geen rol van betekenis. Maradona, die door de injecties van dokter Paladino al op z'n twintigste jaar tekenen van verval begon te vertonen en zo'n pijn in zijn linkerdij heeft dat hij constant onder de pijnstillers en cortisonen zit, wordt bruut met de grond gelijk gemaakt door de Italiaanse huurmoordenaar Claudio Gentile en tegen Brazilië uit het veld gestuurd.
Bij Barcelona wordt het een fiasco. Als een echte prima donna wordt hij dik, komt laat uit bed en traint pas om drie uur ’s middags. Zijn lievelingsfilm is ET. Hij krijgt hepatitis en hernia. Hij lijdt aan depressies en aan achtervolgingswaanzin. Zijn linker enkel wordt kapot geschopt door Goikeotxea tijdens de match tegen Atlético de Bilbao, dat kampioen wordt - Real Madrid eindigt als tweede en Barcelona pas op de derde plaats. Diego Maradona wordt als een miskoop afgeschilderd en in 1984 ingelijfd door FC Napoli, een derderangs club uit de hiel van de Italiaanse laars, waar de maffia de baas is. Barcelona ontvangt dertien miljoen dollar, Maradona de helft. Het geld wordt geschokt door de Camorra.
Diego wordt beste maatjes met de twee broers Giuliano, Carmine en Raffaele, de dons van de onderwereld. Hij mishandelt zijn vriendin Claudia Villafane en als zijn minnares Christiane Sinagra zwanger is, gooit hij haar op de keien. Van hun zoon, die ze Diego Armando noemt, wil hij niets weten.
De WK van 1986 in Mexico staat in ieders herinnering gegrift door de hands-bal in de kwartfinale tegen Engeland, waarvan Maradona zegt dat het 'de hand van God’ was.
IN 1991 WORDT hij door zijn eigen club Napoli op doping betrapt en een maand later door de politie in Buenos Aires gearresteerd omdat hij cocaïne op zak heeft. Susy, een Braziliaanse hoer, beweert dat hij op haar grote teen zuigt. Het proces over zijn vaderschap dat Christiane vijf jaar geleden heeft aangespannen, verliest hij. De 1 meter 68 lange Maradona weegt 92 kilo en hij is kortademig, maar omdat hij blut is, moet hij weer gaan voetballen. Hij kickt af en tekent een contract bij Newell’s Old Boys in de Argentijnse provinciestad Rosario. Hij is zelfs geen schaduw meer van zichzelf en kwijnt weg in de vergetelheid van lege tribunes en wegstervend hoongelach.
Doch God is barmhartig. Diego krijgt nog één kans. In 1994 worden de wereldkampioenschappen voetbal gehouden in de Verenigde Staten. Hij valt af tot 76 kilo en zit naar eigen zeggen op zijn ideale gewicht. Van Griekenland wordt met 4-0 gewonnen en van Nigeria met 2-1.
'Maradonna is back’, juicht de hele wereld. Dan komt de noodlotstijding uit Dallas. Diego Armando Maradona is op doping betrapt.
Hij is drieëendertig, even oud als Jezus toen deze werd gekruisigd. Heel Argentinië huilt. Sinds de dood van Evita Perón zijn niet zoveel tranen vergoten.
MARADOOONA!
GUUS DUBBELMAN/HOLLANDSE HOOGTE
Meestal nemen voetballers free kicks, maar Diego Armando Maradona kickt af. Hij gaat het nu proberen in Nederland. Na zijn verblijf in een Zwitserse ontwenningskliniek verklaarde hij 'schoon genoeg’ te hebben van het voetbal. 'De kans dat ik blijf voetballen is negentig procent.’
BERT HIDDEMA
GEEN VOETBALLER bad zo vaak en zo onstuimig als Maradona. 'Het is de wens van God dat ik de beste ben. Hij zorgt ervoor dat ik goed kan spelen’, placht hij te zeggen. 'Daarom sla ik een kruis als ik het veld op kom en kijk ik naar de hemel als ik een goal heb gemaakt.’
Maradona’s moeder stamt af van immigranten uit het zuiden van Italië, ze gelooft heilig in de Onbevlekte Ontvangenis. Zijn vader Diego, bijgenaamd 'Chitoro’ is een Guarini-Indiaan die zijn brood verdiende als visser en slangenvanger voordat hij vanuit de bush-bush naar Buenos Aires trok om zijn karige loon te verdienen in de beendermeelfabrieken. Net als de andere mensen in de Villa Fiorito, de achterbuurt waar ze wonen, hebben ze maar één ding. Voetbal.
'Goool!’ zou zijn moeder Dona Dalma Salvadora Maradona geroepen hebben toen Diego Armando ter wereld kwam in een van de vele ziekenhuizen die naar Evita Perón zijn genoemd. Het is 30 oktober 1960. Een zondag. De dag dat de vrouwen naar de mis gaan en de mannen naar het voetbal.
Na de geboorte van drie zusjes is Diego de oudste zoon van het gezin. Hij is mismaakt, een lilliputter. Op z'n derde verjaardag krijgt Diego, door iedereen al afgeschreven voordat hij goed en wel kon lopen, een bal van oom Cirilo. Als het jochie naar bed gaat, knuffelt hij zijn pas verworven schat tot hij gelukzalig in slaap valt. Liggend op z'n zij, met de bal in zijn buikholte en zijn korte lijfje eromheen gekromd. Zonder bal voelt hij zich naakt. De bal is zijn lust en zijn leven.
Zijn grote helden zijn Pele en Cruijff. Op z'n achtste jaar valt hij in de handen van Francisco Cornejo, een schoonmaker bij een bank, die trainer is van de Cebollitas, het jeugdteam van de Argentinos Juniors. Cornejo heeft medelijden met Diego, vindt hem een aandoenlijk jochie en laat hem onder handen nemen door Cacho Paladino, een arts die boksers verzorgt. Met behulp van spuitjes, prikken en poeders bouwt deze Diegootje om tot een mini Atlas met dijen van het beste bief dat ooit in het land der pampa’s rondgelopen heeft.
Op een zondag, niemand weet nog precies wanneer, mag Diego voor het eerst meedoen in het jeugdelftal. Omdat hij te jong is speelt hij onder een valse naam. Het is niet de eerste keer dat hij de boel belazert - en zeker niet de laatste.
HIJ WORDT OP zijn kop gezeten door zijn drie oudere zusters. Zijn moeder is de baas. Als ze langs de lijn bij zijn wedstrijden staat, is ze een plaag voor elke scheidsrechter die niet honderdtien procent voor haar Diegito fluit en voor elke tegenstander die het waagt de bal van haar oogappel af te pakken. Haar moeder Salvadora is even fanatiek. Samen voeden ze hun Diegito op met een mengsel van godsdienstwaanzin en de common sense van de vivero’s, gettobewoners voor wie sportiviteit en fair play niet bestaan.
Als wonderkind jongleert hij op zaterdagmiddag met ballen, sinaasappels en flessen in de populairste televisieshow van het land. Het publiek vreet hem op. Op zondag doet hij in de pauze van de thuiswedstrijd van de Argentinos Juniors de hoogstandjes van de eerste helft nog eens dunnetjes over. Als lilliputter in een veel te groot clubshirt steelt hij ieders hart.
Op zijn vijftiende gaat hij spelen in het eerste elftal van Argentinos Juniors. Hij krijgt, behalve een profcontract, een eigen flat met water en elektriciteit in de Villa del Parque, een wijk die ver verwijderd is van de sloppen waar hij geboren werd. Aangezien hij broodwinner is, verhuist de hele familie met hem mee. Diego groeit op tot een despoot.
'MARADOOONA!’ Met ontblote borst krijsen de descamisados zijn naam als ze hun held het veld op zien komen. Na de militaire junta van 1976 roepen ze geen 'Perón, Perón!’ meer, maar 'Maradooona!’ De barras bravas die in ruil voor gratis kaartjes door de regering worden ingezet tegen de stakers en linkse studenten, komen uit dezelfde achterbuurten als hij.
Alleen al om wat hij met zijn linkerbeen vermag, wordt hij door de militaire machthebbers beschouwd als de Patrimonio Nacional, de trots van het land, die voor geen goud verkocht mag worden naar het buitenland. 'No se vende Maradooona!’ roepen de knokploegen van de junta. Maradona is het boegbeeld van het generaalsregime dat sinds maart 1976 het land in een ijzeren greep houdt.
Sinds 1979 is hij stiekem in onderhandeling met Barcelona, de rijkste club van de wereld en de enige die de transfersom van 7,3 miljoen dollar kan betalen. Net voor de WK van 1982 in Spanje speelt voorzitter José Luis Nu±ez, die even klein van stuk is als Maradona, het klaar dat hij tekent bij Barcelona.
BIJ DE WK VAN 1982 in Spanje wil Argentinië wereldkampioen worden. Het is de grote droom van de coach, Menotti, om alleen spelers te gebruiken die in hun eigen vaderland voetballen, zodat onomstotelijk wordt bewezen dat Argentinië het beste land ter wereld is. Hoe anders pakt het evenwel uit.
Argentinië, al eerder roemloos ten onder gegaan in de Falklandoorlog, speelt geen rol van betekenis. Maradona, die door de injecties van dokter Paladino al op z'n twintigste jaar tekenen van verval begon te vertonen en zo'n pijn in zijn linkerdij heeft dat hij constant onder de pijnstillers en cortisonen zit, wordt bruut met de grond gelijk gemaakt door de Italiaanse huurmoordenaar Claudio Gentile en tegen Brazilië uit het veld gestuurd.
Bij Barcelona wordt het een fiasco. Als een echte prima donna wordt hij dik, komt laat uit bed en traint pas om drie uur ’s middags. Zijn lievelingsfilm is ET. Hij krijgt hepatitis en hernia. Hij lijdt aan depressies en aan achtervolgingswaanzin. Zijn linker enkel wordt kapot geschopt door Goikeotxea tijdens de match tegen Atlético de Bilbao, dat kampioen wordt - Real Madrid eindigt als tweede en Barcelona pas op de derde plaats. Diego Maradona wordt als een miskoop afgeschilderd en in 1984 ingelijfd door FC Napoli, een derderangs club uit de hiel van de Italiaanse laars, waar de maffia de baas is. Barcelona ontvangt dertien miljoen dollar, Maradona de helft. Het geld wordt geschokt door de Camorra.
Diego wordt beste maatjes met de twee broers Giuliano, Carmine en Raffaele, de dons van de onderwereld. Hij mishandelt zijn vriendin Claudia Villafane en als zijn minnares Christiane Sinagra zwanger is, gooit hij haar op de keien. Van hun zoon, die ze Diego Armando noemt, wil hij niets weten.
De WK van 1986 in Mexico staat in ieders herinnering gegrift door de hands-bal in de kwartfinale tegen Engeland, waarvan Maradona zegt dat het 'de hand van God’ was.
IN 1991 WORDT hij door zijn eigen club Napoli op doping betrapt en een maand later door de politie in Buenos Aires gearresteerd omdat hij cocaïne op zak heeft. Susy, een Braziliaanse hoer, beweert dat hij op haar grote teen zuigt. Het proces over zijn vaderschap dat Christiane vijf jaar geleden heeft aangespannen, verliest hij. De 1 meter 68 lange Maradona weegt 92 kilo en hij is kortademig, maar omdat hij blut is, moet hij weer gaan voetballen. Hij kickt af en tekent een contract bij Newell’s Old Boys in de Argentijnse provinciestad Rosario. Hij is zelfs geen schaduw meer van zichzelf en kwijnt weg in de vergetelheid van lege tribunes en wegstervend hoongelach.
Doch God is barmhartig. Diego krijgt nog één kans. In 1994 worden de wereldkampioenschappen voetbal gehouden in de Verenigde Staten. Hij valt af tot 76 kilo en zit naar eigen zeggen op zijn ideale gewicht. Van Griekenland wordt met 4-0 gewonnen en van Nigeria met 2-1.
'Maradonna is back’, juicht de hele wereld. Dan komt de noodlotstijding uit Dallas. Diego Armando Maradona is op doping betrapt.
Hij is drieëendertig, even oud als Jezus toen deze werd gekruisigd. Heel Argentinië huilt. Sinds de dood van Evita Perón zijn niet zoveel tranen vergoten.