Marcel van dam

Opgevoed door KVP'ers werd hij een vooraanstaand PvdA'er. Oud-ombudsman, oud-voorzitter van de Vara. Met de nieuwe onthullingen in ‘De verbeelding aan de macht’ nadert hij zijn oude dag. De Socrates van Nederland: Marcel van Dam.

‘MARCEL VAN DAM? Was dat niet die politicus die indertijd door de politie in Amsterdam straalbezopen uit z'n auto werd gehaald? En die veroordeling en dus straf ontliep na een dringend telefoontje van Joop den Uyl aan de rechter-commissaris? Het publiek moest dat niet zien als klassejustitie, sprak de rechter-commissaris indertijd. Dat vond ik dus bezopen, om Van Dams eigen woorden te gebruiken.’
Met deze gepeperde zinnen reageerde een Trouw-lezer uit Leiderdorp afgelopen weekeinde in de brievenrubriek op de historische primeur die zijn dagblad daags ervoor breed over de voorpagina uitsmeerde. 'Van Dam (PvdA) kreeg Bernhard niet voor rechter’, luidde de kop boven een stuk dat nieuw licht wierp op de nasleep van de Lockheed-affaire. Trouw-commentator Willem Breedveld en politicoloog Peter Bootsma waren bij de navorsingen voor hun boek De verbeelding aan de macht, een anekdotisch getoonzet relaas over het kabinet-Den Uyl (1973-1977), erachter gekomen dat Marcel van Dam - in het betreffende kabinet staatssecretaris van Volkshuisvesting - zijn ontslag indiende toen in de zomer van 1976 het kabinet bij monde van Den Uyl stelde dat prins Bernhard niet strafrechtelijk vervolgd zou worden voor zijn al te opzichtige gelobby met de Amerikaanse vliegtuigbouwer. 'Ik vind dit bezopen’, moet Van Dam hebben getierd. 'Als de directeur van de Rijksgebouwendienst hetzelfde zou flikken zou hij niet alleen meteen ontslagen worden maar ook de gevangenis ingaan. En de echtgenoot van het staatshoofd komt er zo mee weg? Dat kan niet.’
Nog diezelfde avond, zo meldt het boek, slaagt Den Uyl er alweer in de consequente en principiële Van Dam met hangende pootjes te doen terugkeren. Van Dam op pagina 157: 'Toen heeft hij me overgehaald om toch te blijven. Eigenlijk kwam het erop neer dat hij zei: “Je hebt moreel volkomen gelijk. Maar het gevolg van je actie zal zijn dat er grotere morele schade wordt toegebracht.” (…) Achteraf gezien denk ik dat hij daarin gelijk heeft gehad. (…) Hij deed ook echt een persoonlijk beroep op me, zo van: “Ik heb ook wel eens wat voor jou gedaan…”(’
De Trouw-lezer uit Leiderdorp weet dat Den Uyl het veel eenvoudiger heeft aangepakt dan Van Dam wil doen geloven.
Het tekent zijn hoogmoed dat Van Dam zelf wel gelooft dat het voortbestaan van het kabinet-Den Uyl en tevens het uitblijven van een constitutionele crisis louter aan zijn nobele opofferingsgezindheid is te danken. Daarover vervolgens met niemand, bezijden enkele 'vrinden’ van de Herenclub ('Met Harry Mulisch praat ik graag over natuurkunde en astronomie. Dat zijn gesprekken die de rest helaas niet kan volgen’) te kunnen spreken moet juist voor hem meer dan ondraaglijk zijn geweest.
Tot Van Dams ongenoegen kwam met De verbeelding aan de macht ook een reeds bekend en minder heroïsch te interpreteren feit bovendrijven. Want wat een werk had formateur Jaap Burger om Van Dam ergens geplaatst te krijgen. In het boek wordt gedetailleerd beschreven hoe Van Dam als een 'hete aardappel’ werd doorgeschoven van departement naar departement. Er moest 'een genante tocht langs bijna alle ministeries’ worden gemaakt voordat Van Dam een met Jan Schaefer te delen staatssecretariaat kreeg toegewezen op Volkshuisvesting, waar de spitsvondige Hans ('ik lees toch niet met mijn oren, voorzitter’) Gruijters minister was. Frans Andriessen, destijds voorzitter van de KVP-fractie in de Tweede Kamer, op pagina 96: 'Toen hadden we daar verdomme twee staatssecretarissen op Volkshuisvesting zitten. Volstrekt belachelijk.’
DRS. MARCEL PARSIFAL Arthur van Dam (1938), opgevoed door KVP-stemmers maar uiteindelijk vanwege Nieuw Links-sympathie PvdA'er, verwierf zijn eerste roem als Ombudsman bij de Vara-televisie. Hij liet in die hoedanigheid een fles gazeuse voor de camera tot ontploffing brengen, daarmee suggererend dat de consument met iedere fles Exota-limonade een levensgevaarlijke fragmentatiebom in huis haalde. Juridisch gesteggel over de hoogte van het door de Vara te betalen smartegeld was nog volop gaande toen Van Dam in 1985 na een gefnuikte politieke carrière, voorzitter werd van die omroep. In 1996 - Van Dam was als voorzitter al ruim een jaar vertrokken - raamde de rechter de aan de erven van de aan negatieve publiciteit bezweken firma over te maken som op ruim acht miljoen gulden. Tot vorig jaar aan toe zei Van Dam in interviews: 'Het was helemaal geen Exota-fles die je uit elkaar zag knallen. Ik heb dat ook nooit beweerd. Daar ben ik ook niet voor veroordeeld.’ En: 'Als je ziet wat er tegenwoordig allemaal uitgezonden wordt op tv, waren die bewuste afleveringen van de Ombudsman een toppunt van zorgvuldigheid.’
Bij Van Dam is de werkelijkheid voor meer dan honderd procent ondergeschikt aan de redenering. Dé eigenschap van een raspoliticus, zou je in eerste aanleg denken. Maar Van Dam is overconsequent, blind voor causaliteiten die zich onvermijdelijk aandienen. In geen geval is hij bereid de voor de Nederlandse politiek zo onontbeerlijke consensus op te zoeken. Al leidt zijn beleid in de praktijk tot misstanden, als de redenering klopt, moet en zal hij eraan vast blijven houden. Socrates, zo blind voor de werkelijkheid dat hij zelfs de gifbeker als een logische vervolgstap in een redenering accepteerde, is niet voor niets Van Dams grote voorbeeld. 'Ik ben een groot bewonderaar van Plato en Socrates, maar wie ben ik om me daarmee te vergelijken?’ zei hij in 1983 ter gelegenheid van een nieuwe reeks uitzendingen van het succesvolle programma De achterkant van het gelijk, door hem op socratische wijze geleid. Want: 'Je hebt er niets aan als jij bij jezelf denkt dat je briljant bent.’ Hoewel: 'Ik maak niet alleen de indruk dat ik de zaak volledig in de hand heb, ik ben de zaak volledig meester. Van het onderwerp dat we behandelen weet ik op zo'n moment echt alles. De mensen die daar achter de tafel zitten, kunnen niets bedenken wat ik niet al bedacht heb.’
Tot eigen leedwezen zag hij in dat als er al een politicus in hem school, die nooit tot volle wasdom zou kunnen komen. 'De macht van argumenten: daar maak ik vijanden mee’, zei hij in 1982 tegen Elsevier, toen hij voor korte tijd minister van Volkshuisvesting was in het prematuur gesneuvelde kabinet-Van Agt/Den Uyl. 'Ik kom op het juiste moment met een argument. Bij mensen bij wie dat anders gaat, roept dat wel eens frustraties op.’
Zoals onder meer bij Aad Kosto, in 1985. Van Dam keerde dat jaar de politiek voorgoed de rug toe en blikte nog eenmaal terug. Na het roemruchte staatssecretariaat (1973-1977), het PvdA-Tweede-Kamerlidmaatschap (1977-1981), het kortstondig ministerschap op Volkshuisvesting (1981-1982) en wederom het PvdA-Kamerlidmaatschap (1982-1985) concludeerde Van Dam hardop dat hij eigenlijk toch wel de ideale opvolger van Den Uyl was geweest. Partijgenoot Aad Kosto gunde hem zelfs die illusie niet: 'Wat Van Dam niet kan is een partij leiden. Hij is absoluut geen teamworker, om hem heen tekent zich al snel een woestenij af. Hij is bot, plat, vertoont ook grotesk gedrag. Een ingeslagen meteoriet met louter leegte om zich heen.’
ALS VAN DAM Den Haag de rug toekeert heet het dat de politiek niet meer het middel is dat werkelijke veranderingen tot stand kan brengen. Van Dam vertrekt niet omdat hij geflopt is. Van Dam vertrekt omdat er plotseling een gigantische kloof gaapt tussen de maatschappij en de Haagse politiek. 'Gek hè, dat de realiteit zich daar geen seconde aan houdt’, zegt hij in 1990 tegen Frénk van der Linden. Van Dam doet net alsof de kwaadaardige vorm van solipsisme waar hij zelf aan lijdt alles en iedereen in Den Haag heeft besmet: 'De maatschappij verandert in hoog tempo, maar Den Haag staat stil. Nee, erger: verbergt zich, kruipt in de schulp.’ Er woedt volgens hem een stille burgeroorlog en als Vara-voorzitter is hij er wél getuige van: 'Het heeft allemaal te maken met het feit dat de burger de overheid niet meer ziet als hoeder van het algemeen belang, met het feit dat ieder individu zelf zijn belang moet veiligstellen. Een levensgevaarlijke ontwikkeling. Bij jou, overheid, heb ik niks meer te zoeken, redeneren velen.’
Toen hij het Vara-voorzitterschap overdroeg aan Vera Keur, kwam de prostitutie van zijn eigen persoon pas goed op gang. Als dagvoorzitter van congressen, met een exuberant gage de duurste van allemaal, bloeide hij op. Van Dedemsvaart tot Composturadeel, er is geen congres of de Socrates van de Lage Landen heeft de regie in handen. In golfplaten zaaltjes en verbouwde varkensstallen sleurt hij verstofte kantoorklerken en lokale apparatsjiks zijn dynamische wereldbeeld binnen, om ze vervolgens keihard te confronteren met het feit dat ze al jarenlang geen mallemoer uitvoeren of dat een bepaald beleid van geen kanten klopt.
ZATERDAG WAS Het Lagerhuis op televisie. Dat doet hij er ook bij. Samen met Paul Witteman ('Ik heb, dat durf ik rustig te zeggen, een belangrijke rol gespeeld in zijn televisieloopbaan’). De historische primeur van afgelopen week had Van Dam zichtbaar goed gedaan. Overtuigend poneerde hij de stelling dat kliklijnen verwerpelijk zijn. Hij deed het rustig aan, liet aanwezigen rustig zijn stelling torpederen: af en toe een vingertje of een kleine stemverheffing, meer niet. Heel anders dan de uitzending van februari '97, toen Pim Fortuyn te gast was en Het Lagerhuis door Van Dams ongenuanceerde beschimpingen als 'leugenaar’ en 'ophitser’ bijna uitliep op een handgemeen.
Met de publicatie van De verbeelding aan de macht zeilt Van Dam niet geheel vergeten zijn oude dag in. Hij heeft nog wat commissariaten en werd recentelijk benoemd tot voorzitter van de zogeheten Zorgbrigade, die wachtlijsten in de thuiszorg aanpakt. Verder is het tuinieren wat de klok slaat, in de tuin van zijn huisje in Putten. 'Ik vind het heel prettig om dingen te laten groeien op een manier die mij aanspreekt’, vertrouwde hij het Algemeen Dagblad toe. Je ziet hem staan met een spade in de hand, er heilig van overtuigd dat de bieten en de kool groeien volgens zijn logica.