Maria magdalena de opvallende en ongewone carrière van een figurant

VAN ALLE nieuw-testamentische figuren spreekt Maria Magdalena, ondanks haar bescheiden rol, wellicht het meest tot de verbeelding. In de door de kerk erkende evangeliën wordt zij echter zeer zelden met name genoemd. Haar populariteit is dan ook voornamelijk te danken aan herinterpretaties en mystificeringen achteraf. De figuur die in de huidige christelijke mythologie onder haar naam bekend staat, is een moedwillige samenvoeging van één naamloze en twee benoemde figuranten uit het evangelie.

In de zesde eeuw na Christus besloot paus Gregorius de Grote de Maria Magdalena uit het passie- en wederopstandingsverhaal direct te koppelen aan zowel de anonieme hoer die Jezus’ voeten wast met haar tranen en ze vervolgens weer afdroogt met haar lange haar, alsook de voormalige geesteszieke Maria van Bethanië. Een geenszins betekenisloze tekstinterpretatie. Want met deze koppeling maakte Gregorius van de voorheen vrij karakterloze vrouw die als een van de eersten van het wonder van de wederopstanding hoorde (volgens Matteüs, Johannes en Marcus zelfs bij monde van Opstander zelf) een complex en omstreden personage. De voor gelovigen belangrijkste journalistieke scoop aller tijden werd van Hogerhand ‘gelekt’ aan een ex-hoer en ex-krankzinnige.
Sinds deze brutale eerste zet van de kerkvorst hebben generaties theologen en fijnslijpers geworsteld met de betekenis van haar rol in de christelijke mythologie en was de weg vrijgemaakt voor verdere aankleding van het personage. Zo werd Magdalena in de tiende eeuw door de toen invloedrijke abt Odo van Cluny postuum in de adelstand verheven, wat de verhalen over haar latere eenvoud en kluizenaarschap natuurlijk nog indrukwekkender maakten. Echo’s uit de hoofse literatuur zijn hierin terug te horen.
Rond dezelfde tijd ging de al behoorlijk complexe figuur ook nog eens een spirituele fusie aan met de heilige Maria Aegyptiace, een legendarische ascetische kluizenares. Talloze andere verhalen, waaronder die uit het apocriefe evangelie van Maria, volgden.
HET ALDUS gemodelleerde personage was tot diep in de zeventiende eeuw een van de populairste figuren uit de christelijke mythologie en naast de bekende hoofdrolspelers een graag geportretteerd hoofdpersoon in schilderijen en verhalen. De fysieke verschijning die bij de mythe hoorde zal daarbij geen onbeduidende rol hebben gespeeld. Maria Magdalena was een van de weinige vrouwelijke heiligen die, de schrift getrouw, naakt- of halfnaakt kon worden afgebeeld. Bij haar niet slechts kuise devotie, maar een opwindende en meeslepende cocktail van verdorvenheid, waanzin en spirituele overgave die het geloof zo aantrekkelijk kan maken. Het nooit officieel door de kerk erkende maar in de alledaagse beleving populaire gerucht dat zij zelfs de minnares van Gods zoon zou zijn geweest, was daarvan het logische gevolg.
Op zich is de herinterpretatie van nieuw-testamentische figuren niet iets unieks. Ook de Hoofdrolspeler zelf is in de loop der tijden regelmatig af- en bijgeschminkt, al naar gelang de smaak en politieke waan van de dag. Zo werkt de Braziliaanze religieuze schilder Claudio Pastro momenteel in opdracht van het Vaticaan aan een nieuw, bij het derde millennium passend uiterlijk van Jezus. De Verlosser zal er na 2000 uitzien als de zoon van een Braziliaans-Creools-joodse moeder met een iets heldhaftiger uitstraling. Een tikje minder blank en een vleugje meer macho dus. Alles om aan de wensen van de katholieke groeimarkt op het Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse continent tegemoet te komen. Maar de relatief uitvoerige beschrijving van zijn karakter in de erkende geschriften staan een al te rigoureuze herschrijving van zijn personage in de weg. Het blijft bij inkleuren.
Bij Maria Magdalena daarentegen hebben de kerkelijke script-editors meer speelruimte. Over haar persoon staat zo weinig vast dat er vrijwel onbelemmerd karaktereigenschappen aan haar kunnen worden toegedicht zonder in botsing te komen met een of ander dogma. Dientengevolge is Maria Magdalena door de eeuwen heen terug te vinden als beschermvrouwe en boegbeeld van de meest uiteenlopende belangengroeperingen.
DE LAATSTE JAREN maakt zij nogal opgang binnen de feministische theologie. Uit het weinige dat we officieel over haar weten, zou namelijk ook kunnen worden afgeleid dat zij een zelfstandige, ongetrouwde en welgestelde vrouw was die, samen met nog een paar andere vrouwen, Jezus en zijn mannelijke discipelen onderhield (Lucas 8:1-3). Een moderne, seksebewuste carrièrevrouw dus, die in later jaren door de mannelijke discipelen werd zwart gemaakt en naar de achtergrond gedrukt. Aldus de feministische theologie. Voor hetzelfde geld echter herken je in de genoemde tekst de klassieke rol van de vrouw uit die tijd. Zij zorgt voor het eten en doet de was, terwijl de mannen bier drinken, dobbelen en een beetje filosoferen over het leven vóór en na de dood.
Hoewel de minimale rol van vrouwen in de christelijke mythologie natuurlijk op z'n minst verdacht is en een herwaardering voor het vrouwelijke accent, zeker vanuit een mystiek oogpunt, valt toe te juichen, wordt de bewijslast er omwille van het gelijk nogal eens met de haren bijgesleept. Zo zouden de zeven boze geesten waarvan zij bezeten was (Lucas 8:2) en die in het evangelie niet nader worden toegelicht, volgens de feministische theologie faalangst, seksobject, onderworpenheid, rivaliteit, schuldgevoel, onzekerheid en afhankelijkheid zijn geweest. Projectie der Projecties, alles is Projectie of, om het op een andere wijze te parafraseren: 'De minst omschrevene zal de meest geïnterpreteerde worden.’
DEZE ZOMER zijn er in Goes rondom het thema 'Maria Magdalena - Vrouw + Man - Raadsel’ een aantal tentoonstellingen en lezingen georganiseerd. En ook hier komen alle verschillende interpretaties van haar persoon aan de orde. Er is een kleine maar elegante tentoonstelling met historische werken, drie leuke en leesbare publicaties en een tentoonstelling met werken van vier hedendaagse kunstenaars die met het thema in de slag zijn gegaan.
Dat laatste klinkt als een leuk idee, en dat is het ook. Tot diep in de zeventiende eeuw was kunst de brandstof waardoor de christelijke pr-machine werd aangedreven. En af en toe een heksenverbranding natuurlijk. De laatste tweehonderd jaar echter heeft de vertrutting toegeslagen. Zowel in de religieuze kunst als in de verbrandingen zit behoorlijk de klad. Religie en moderne kunst gaan niet samen, lijkt het, en goede en getalenteerde katholieken als Graham Greene, Martin Scorcese of in eigen land Gerard Reve werden nooit op een kerkelijke opdracht getrakteerd maar integendeel vaak tegengewerkt in hun artistieke geloofsbelijdenis.
Alle reden dus om vol verwachting af te reizen naar Goes om een paar uur later, volgens goed katholiek gebruik, teleurgesteld weer naar huis te gaan. De moderne kunst op de manifestatie heeft namelijk weinig met religie te maken, maar ligt veel meer in het verlengde van het hierboven beschreven politieke en ideologische gekissebis, met als meest krankzinnige bijdrage een tenenkrommende 'performance’ van een tiental verweesd uitziende vrouwen van 50+ die onder leiding van kunstenares Klaar van der Lippe in koor een aantal kreten uitstoten en daarbij ongemakkelijk bewegen, waardoor in één klap alle vooroordelen die een mens mogelijkerwijs kan hebben over de kruisbestuiving tussen kunst en feministische theologie bewaarheid worden en ik heel even blij was dat mijn moeder (50+) gewoon in Kampen woont en niet in Goes.
HET MEEST geslaagde werk op de tentoonstelling is een installatie van Ronald van Tienhoven, Iris Derks en parfumier Alessandro Guaitier. Twee robuste altaren waarop een klein pafumflesje staat waaruit, als je het nadert, een geheimzinnige geur opstijgt. Een geur die doet denken aan oude kerken en een mengsel lijkt van koriander en natte steen. Wat de installatie met het thema te maken heeft, is niet geheel duidelijk (misschien het Raadsel?) maar het onderscheidt zich in positieve zin van de andere werken doordat het als enige iets mystieks en ongrijpbaars heeft en niet met veel geweld een maatschappelijk ideaal wil verdedigen.
Maria Magdalena: zondares, kluizenaar, carrièrevrouw, seksobject, waanzinnige of minnares van de Verlosser? Na twintig eeuwen christelijke mythevorming en een aansluitend bezoek aan Goes blijken het allemaal maskers van de hoer te zijn. Want dat is zij bovenal. Een aantrekkelijke, anonieme vrouw die openstaat voor elke interpretatie, gedienstig is aan allen die haar aanroepen en zich dankbaar voor elk ideologisch karretje laat spannen, of dat nu Farizeërs of feministen vervoert.