Twee geloven op één kussen

Maria, zachte kracht in de islam

In een huisje dat Johannes voor Maria gebouwd zou hebben in wat nu West-Turkije is, betuigen moslims hun liefde voor Maria. Vindt hier een toenadering plaats tussen het christendom en de islam?

Medium wensmuur 20onder 20het 20huis

Vlak naast mijn hotel in Selçuk in West-Turkije staat de grote moskee, de Isa Bey. Sinds 1375 klinkt van de minaret bij dag en ontij de oproep van de muezzin, tegenwoordig elektronisch versterkt. Het is om horendol van te worden in zijn brutaliteit en opgelegd machtsvertoon. En dan hoor ik nog niet eens wat er eigenlijk wordt geroepen. Allah wordt binnen de islam in alle toonaarden geprezen als de Barmhartige, maar te oordelen naar de intonatie van de ingeblikte muezzin voert erbarmen niet de hoofdtoon in zijn bovenkamer. Die toon doet me denken aan de gelaatstrekken van veel imams, met van die fanatiek naar beneden getrokken mondhoeken.

Zou ik me ook zo ergeren als het kerkklokken waren die me uit m’n slaap hielden? Ik denk het niet: die klingelende en beierende klokken van ons hebben iets ronds en gemoedelijks, vergeleken met dit masculien geweld. Zou de roep van de muezzin ooit bezongen zijn, zoals de loeënde klokke van Limburg mie landj? Zo’n vrouwelijk element ontbreekt in de islam. Zachte krachten spelen er geen rol. Of… toch wel?

In 630 veroverde Mohammed Mekka en het eerste wat hij deed was alle stenen beelden die hij er aantrof kapot smijten. Er was immers maar een enkele, ondeelbare God. Maar op één beeld hield hij zijn hand: dat van Maria met kind. Ruim vijfhonderd jaar later, toen Saladin Jeruzalem innam, verwoestte hij de kerk boven de grot waar volgens de overlevering Maria begraven werd. Maar de grot met de lege graftombe liet hij onaangetast.

Maria, Maryam, geldt in de islam als de meest volmaakte vrouw. Aan geen vrouw wordt in de koran zoveel aandacht besteed. Hoofdstuk 19 is zelfs naar haar genoemd: soera Maryam. Haar kind, Isa, is een van de 26 profeten die in de koran voorkomen, de op één na laatste voor Mohammed.

Maryam is niet alleen maagd, ze heeft ook geen man: Jozef ontbreekt in de koran. Als ze met haar baby in de tempel komt aanzetten, is de goegemeente dan ook ontzet. Haar ouders waren toch nette mensen, en nu dit! Maar dan neemt baby Isa vanuit de wieg het woord en verklaart dat God hem tot profeet heeft gemaakt.

Net als Jezus is Isa door God geschapen, maar hij is niet zijn zoon. ‘Het past niet bij God Zich een zoon te verwekken’, vervolgt soera 19. ‘Wanneer Hij een beslissing neemt, zegt Hij daartoe slechts “Wees” en het “is”.’ Allah koos Maryam dus uit als moeder van Isa, maar zij en Isa zijn gewone menselijke schepselen. Acties van Maria ten behoeve van mensen die haar aanriepen, zijn volgens de islam niets dan misleidingspogingen van Satan.

Over het verdere leven van Maryam/Maria maakt de koran ons niet wijzer. Maar de bijbel bevat wel een aanwijzing. In Johannes 19 wordt verteld hoe Jezus, hangend aan het kruis, zijn moeder ziet staan, samen met zijn ‘geliefde leerling’ Johannes. ‘Vrouw, zie, uw zoon’, zegt hij tegen Maria. En tot Johannes: ‘Zie, uw moeder.’ Hij vraagt hem dus voor zijn moeder te zorgen. En dat doet Johannes: hij neemt Maria bij zich in huis.

Medium gettyimages 500052009

Maar waar stond dat huis? Alle kerkvaders situeerden Maria’s dood in Jeruzalem. Later werd geopperd dat Johannes samen met haar de wijk nam naar de Romeinse stad Efeze aan de Turkse westkust en dat hij daar een huis voor haar bouwde. Dat Johannes in Efeze heeft gepredikt, wordt vrij algemeen als waar aangenomen. Waarschijnlijk schreef hij er ook zijn evangelie. Het verhaal over het huis voor Maria werd nieuw leven ingeblazen door Katharina Emmerick, een Duitse non die in 1822 op haar ziekbed in een dorpje aan de Rijn een visioen kreeg. Ze schetste een nauwgezet beeld van de heuveltop waarop het huis stond en zag ook dat Maria er stierf.

In 1891 vonden Franse missionarissen bij het stadje Selçuk nabij het oude Efeze de plek die Katharina bedoeld moest hebben. Op Bülbül Dagi, de Nachtegaalberg, ontdekten ze een kleine ruïne die door lokale bewoners al lange tijd werd vereerd. Opgravingen brachten de resten van een heiligdom uit de eerste eeuwen na Christus aan het licht.

De kerk sprak zich nooit uit over het waarheidsgehalte van het verhaal, maar ging er wel een eind in mee. Katharina Emmerick werd zalig verklaard en in 1896 bepaalde paus Leo XIII dat pelgrims ter plekke op een volledige aflaat mochten rekenen. Drie pausen bezochten het huis – Paulus VI, Johannes Paulus II en Benedictus XVI – en in 1951 werd het als rooms-katholiek heiligdom erkend. Meryem Ana Evi, zoals het nu genoemd werd, het Huis van de Maagd Maria, werd gerestaureerd en het ministerie van Toerisme legde een weg naar de heuveltop aan.

Benedictus deed bij zijn bezoek in 2006 een opmerkelijke uitspraak: ‘Laat ons van hieruit in Efeze, een stad gezegend door de aanwezigheid van de allerheiligste Maria – die naar wij weten ook wordt geliefd en aanbeden door moslims –, een speciaal gebed naar de Heer doen opgaan voor vrede tussen de volken.’

Met deze handreiking stond Benedictus niet alleen. Katholieke publicaties melden dat het heiligdom op de berg ook door moslims wordt bezocht. In gidsjes valt te lezen dat Maria’s vroegere slaapkamer nu dient als ‘bidplek’ voor islamieten. En dat katholieke, oosters-orthodoxe en islamitische priesters hier een gezamenlijke godsdienstoefening houden op 15 augustus, de dag waarop Maria stierf en ten hemel werd opgenomen.

Als ik een bezoek aan Efeze en Meryem Ana wil brengen om meer over deze unieke toenadering te weten te komen, is 15 augustus dus een goed moment.

In de katholieke iconografie heeft Maria’s sterfbed wel iets van de laatste uren van La Mamma, zoals die werden vertolkt door Charles Aznavour en Corry Brokken. Alle apostelen zijn toegestroomd uit hun afgelegen missiegebieden om Mother Mary, La Mamma, in haar laatste uren bij te staan. Net als bij de stervende zigeunerkoningin:

Over de bergen, het ravijn

Zij moeten bij La Mamma zijn

Maria steeg niet op eigen kracht omhoog, zoals Jezus had gedaan, maar werd door God in de hemel opgenomen

(…)

Zoals het altijd is gegaan

Zij komen overal vandaan

(…)

Ze staan nu allen om haar heen

La Mamma laat hen nu alleen

Ave Maria

Zo is Maria’s sterven vaak afgebeeld: omringd door de apostelen ligt ze op bed, net als bij de geboorte van Jezus. Toen schonk zij hem het leven, nu schenkt hij een nieuw leven aan haar ziel, die soms wordt afgebeeld als een baby in zijn armen, terwijl hij haar ten hemel voert. Maria steeg dus niet op eigen kracht omhoog, zoals Jezus had gedaan, maar werd door God in de hemel opgenomen. Vandaar dat haar opstijging niet als ‘ascensie’, hemelvaart, wordt aangeduid, maar als ‘assumptie’, tenhemelopneming.

Deze assumptie van Maria is een exclusief katholieke aangelegenheid. De joden doen niet aan Jezus en Maria, de moslims wel, maar in geen enkel islamitisch document wordt de assumptie van Maria genoemd. Hetzelfde geldt trouwens voor de bijbel. De protestanten betwisten de tenhemelopneming dan ook.

Dat veel landen een officiële feestdag Maria Tenhemelopneming kennen, is het resultaat van een eeuwenlang proces. Rond 600 riep de Oost-Romeinse keizer Mauritius 15 augustus uit tot feestdag van de Dormitio, de Ontslapenis van Maria. Tegen het eind van het eerste millennium was dit ook in het Westen het populairste Mariafeest. Zonder haarkloverijen verliep dat niet. Theologen vlogen elkaar in de haren over de vraag hoe dood Maria precies was toen ze stierf. Sliep ze in? Was ze echt dood om meteen daarna weer op te staan? Voer ze met lichaam en ziel ten hemel?

Volgens de bijbel herrijst ieder mens op de Jongste Dag met zijn eigen lichaam en verneemt dan van aartsengel Michaël het Laatste Oordeel. Maar geldt dat ook voor Maria? De Moeder Gods is ‘onbevlekt ontvangen’ – verwekt en geboren zonder dat haar ziel door de erfzonde was bevlekt – en leidde een zondenloos leven. Dus waarom zou haar opstanding moeten wachten tot de Jongste Dag?

In de West-Europese volksdevotie verbreidde zich de gedachte dat Maria niet was ‘ingeslapen’ in afwachting van de Jongste Dag, maar meteen met lichaam en al ten hemel was opgenomen. Midden negentiende eeuw zwol een stroom van petities aan om het Vaticaan tot erkenning van deze opvatting aan te sporen. Miljoenen gelovigen, tienduizenden priesters en duizenden bisschoppen en kardinalen zetten hun handtekening.

In 1950 was het zo ver. Toen vaardigde paus Pius XII het dogma van de assumptie uit: Maria was met body and soul ten hemel gestegen. Als ooit het beginsel vox populi, vox dei van toepassing was, dan wel bij dit unieke ééntweetje tussen het vrome volk en de katholieke hiërarchie.

Medium grote 20artemis 20detail 202

De eerste dag van mijn verblijf in Selçuk sluit ik me aan bij een toeristische stadstour. We beginnen met Efeze’s belangrijkste claim to fame: de Artemis Tempel, ooit de grootste van de antieke wereld.

Efeze was een internationale handelsmetropool, een belangrijke schakel tussen oost en west en ook een religieuze smeltkroes. Cybele, de Anatolische moedergodin, werd er vereerd. Later, tijdens de Griekse kolonisatie, versmolt zij met Artemis, beschermgodin van de jacht, de vruchtbaarheid én de kuisheid. Die laatste wonderlijke combinatie gaf Artemis weer door aan Maria, die hier in de eerste eeuwen na Christus ongekend populair was. Efeze is dus al duizenden jaren een brandpunt van vruchtbaarheidsverheerlijking.

In de derde eeuw voor Christus verrees hier op de fundamenten van oudere tempels het Artemision, dat bekend kwam te staan als een van de zeven wereldwonderen van die tijd. Het telde meer dan honderd zuilen van bijna twintig meter hoog. In 1869 werden de restanten opgegraven door een Engelse spoorwegingenieur; brokstukken kwamen terecht in het British Museum.

Zijn het werkelijk borsten? Volgens sommige theorieën gaat het om eieren of stierentestikels

Ook op het tempelterrein zelf liggen nog wat restanten verspreid. Handig voor de toeristen om op te zitten en voor de katten om zich achter te verschuilen tegen de zon. Overeind staat nog één zielige zuil in een vies, half ondergelopen veldje. De oude segmenten zijn slordig op elkaar gemetseld – het lijkt inderhaast gebeurd na die tweeduizend jaar. Schrale troost is dat de zuil bekroond wordt door een ooievaarsnest, zodat er in ieder geval nog iets van vruchtbaarheidsbevordering van uitgaat.

De huidige paus is er nog niet geweest, maar het Huis van Maria zou hem bevallen, denk ik. Meryam Ana, de tweede stop op onze stadstour, herbergt een sober ruwstenen interieur. Een versleten tapijt, wat stoelen met knielformule, kale pitjes aan het plafond. Achterin een klein altaar met een simpel Mariabeeld, geflankeerd door een koperen kruis en een nepboeket.

Een bidruimte voor moslims is er niet. Wel hangt links naast het altaar de Maagd als icoon, ter wille van Syrisch-orthodoxe pelgrims. Maar of die het hier naar hun zin hebben? Dit heiligdom is wel het absolute tegendeel van zo’n orthodoxe kerk vol kaarsjes, plaatjes en gouden parafernalia. Maar misschien is die ongezelligheid juist de bedoeling: per jaar moeten er bijna een miljoen bezoekers doorheen worden gejast.

Ik ga zitten en bekijk de stroom. Een vrouw buigt zich voorover met haar neus op het kleed en blijft zo tien minuten liggen. Links van haar drie moslimmeisjes, helemaal overhuifd door hoofddoeken, die onverstoorbaar en langdurig in een heilig boek zitten te lezen.

Er wordt geknield, gebogen, gelegen en gebukt. In het stof buigen, licht het hoofd nijgen – alle houdingen van nederigheid en onderworpenheid worden hier beoefend. Ik zie ook vrouwen met islamitische hoofddoekjes knielen en een kruis slaan. Een hoofddoekmeisje blijft lange tijd roerloos staan in de moslim-reli-houding, de armen uiteen, de handpalmen naar boven. Aanbidden? In ieder geval vereren.

De zwaarbewapende soldaten die overal op het terrein rondlopen, komen niet binnen. Wel zie ik een bewaker staan. Hij belt voor me naar father Maciej, een van de twee Poolse Kapucijner-paters die Meryem Ana runnen. Even later komt hij aanlopen, een man van een jaar of veertig met een open gezicht. Morgen probeert hij tijd voor me te maken.

Natuurlijk ontbreekt het ruïnecomplex van het antieke Efeze niet op onze tour. De stad is zeldzaam goed bewaard en werd dit jaar uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed. Van de eerste bloeiperiode, onder Grieks-Macedonisch bewind, is niets meer over: de haven verzandde, de kustlijn week. Toen de Romeinen de macht overnamen, in 133 voor Christus, bouwden ze een compleet nieuwe havenstad. Als hoofdstad van de Romeinse provincie Asia telde Efeze meer dan driehonderdduizend inwoners. Dit Romeinse Efeze is het oogverblindende monument dat hier nu ligt te pronken.

De hoofdstraat loopt geleidelijk af en biedt een onvergetelijk uitzicht op de kust. Aan weerszijden overheidsgebouwen, zoals het Prytaneion, het stadhuis, tevens onderkomen voor de priesteressen van de Artemis Tempel, die hun leven lang maagd moesten blijven.

Ik onttrek me even aan de groep en sla af door de Poort van Mazaeus en Mithridates. Aan de achterkant bevindt zich in een grotachtige ruimte het Museum voor de Visueel Gehandicapten. Daar heb ik over gelezen op de toeristische websites. Waarom wil ik daarheen, terwijl ik nog lees zonder bril?

De reden is dat ik Artemis wil zien en voelen. Onder het Prytaneion zijn twee schitterende beelden van haar opgegraven, die nu te bezichtigen zijn in het Efeze Museum. Ze hebben allebei een aantal ronde uitstulpingen op hun borst en worden dan ook aangeduid als Artemis Polymastos, de veelborstige. Maar zijn het werkelijk borsten? Volgens sommige theorieën gaat het om andere vruchtbaarheidssymbolen: eieren of stierentestikels.

Wie zelf een oordeel wil vormen of het echt om borsten gaat, kan zich wenden tot het Museum voor de Visueel Gehandicapten, heb ik gelezen. Daar hebben ze een levensgrote kopie staan voor de blinden, die zich tastenderwijs een indruk mogen vormen. Maar als ik er aankom, tref ik een dichte traliedeur. Binnen zie ik Artemis staan… alleen kijken, aankomen niet.

Gedesillusioneerd meld ik het aan de gids van ons groepje. Die opgeruimd reageert: ‘Maar je mag die in het museum ook voelen, hoor!’

Medium de 20openluchtmis 20bij 20het 20huis

Als we in het museum zijn gearriveerd, blijf ik dralen in de zaal met de Artemis-beelden. Het ongelooflijke is waar: de best bewaarde antieke beelden die ik ooit zag, tevens de meest tot betasting uitnodigende, staan hier niet achter glas maar voor iedereen te grijp.

Deze beelden zien er wel heel anders uit dan Cybele en andere vruchtbaarheidsgodinnen. Zijn die meestal moddervet met hangtieten, Artemis en haar Romeinse evenknie Diana zijn sportieve, goed uitziende jonge vrouwen. Het ene beeld, de Grote Artemis uit de eerste eeuw na Christus, heeft een hoge kroon, versierd met griffioenen en sfinxen en daarboven de Artemis Tempel. Haar gewaad is verlucht met fabeldieren. Aan de andere kant van de zaal is de Mooie Artemis uit de tweede eeuw nog adembenemender. Dierfiguren zijn heel fijn uitgehouwen op haar lendenen en schouders. Om haar hals een lint met de dieren van de dierenriem.

Samen hebben de twee zo’n 57 borsten, tel ik. Mooie Artemis 26 en Grote 31. Die van Grote zijn wat peervormiger dan die van haar evenbeeld en nodigen meer tot beroeren uit. Vooruit dus, ik voeg de daad bij het woord. Vorm en tactiele sensatie strijden met elkaar om het ware borstgevoel: de vorm komt redelijk levensgetrouw over, maar het oppervlak voelt ruw aan.

Dan naar Mooie aan de overkant. Zij is over haar hele lijf een gepolijste verschijning, ze glimt je tegemoet. Hier zijn het gladde gevoel en de melkwitte aanblik van de 26 borsten bepaald opwindend, maar klopt de vorm weer minder. Uiteindelijk zijn het toch de peren van Grote die me ervan overtuigen dat het inderdaad om borsten gaat.

‘Ik zie mensen over en weer relaties aanknopen. Onder gelovigen fungeert Maria wel degelijk als brug’

Intussen kijk ik schichtig om me heen… ik sta hier als een soort combinatie van de Vieze Man en de hoofdpersoon van Jan Wolkers’ Kort Amerikaans, die seks bedreef met een gipsen beeld. Had die gids echt gelijk? Mág het?

Dan hoor ik een stem die iets bestraffends roept in het Turks, een stem die hoort bij een vrouwelijke suppoost. Ik krimp in elkaar, maar er gebeurt niets. Als ik me weer opricht, ben ik alleen – de suppoost is doorgelopen, ze zei dat maar even in het voorbijgaan.

De volgende ochtend ben ik al vroeg bij Meryem Ana. Het is één dag voor Maria Tenhemelopneming en father Maciej is druk in de weer met het voorbereiden van de openluchtmis. Maar als we naast het huis een pad omhoog inslaan naar zijn verblijf is het al gauw doodstil. Nu zie ik pas wat een prachtige plek dit is. Die Johannes wist wel wat-ie deed!

Maciej maakt korte metten met de berichten over een soort christen-islamitische oecumene in Meryem Ana. De officials van de twee godsdiensten tolereren elkaar, en dat is al heel wat na de episode van vijandschap, moord en verdrijving aan het begin van de vorige eeuw. Een derde van de bevolking van het huidige Turkije bestond toen uit christenen, voornamelijk Grieks-orthodox en Armeens. Nu telt Turkije nog zo’n twintigduizend rooms-katholieken en Syrisch-orthodoxen.

Islamitische autoriteiten heeft Maciej hier nooit gezien, maar wel zijn de meeste winkeliers en medewerkers van Meryem Ana islamieten. Een aantal is ook lid van de Associatie van Moeder Maria, die namens het aartsbisdom Izmir het heiligdom beheert.

Ook onder de pelgrims zijn veel moslims, het is ongeveer half om half, schat father Maciej. ‘Jezus is een problematische persoon in de islam’, legt hij uit. ‘Hij deed veel wonderen, Mohammed niet. Dus Jezus is een grote profeet. En Maria is zijn moeder! Daarom komen moslims ons elke dag vragen tot haar te bidden om zegen. Soms vraag ik: waarom kom je hier in plaats van in de moskee? Nee, nee, jullie zijn hier, op deze plek, zonder vrouw. Soms krijgen zulke gesprekken het karakter van een biecht.’

Maciej heeft de indruk dat sommige moslims ook echt met Maria spreken. ‘Ze geloven dat zij in staat is om te helpen. Vaak zijn het vrouwen die zwanger willen worden. Ik zie ook wel moslims bidden op het tapijt in het huis. En ik zie mensen over en weer relaties aanknopen. Onenigheid is er nooit. Onder gelovigen fungeert Maria wel degelijk als brug.’

Johannes was niet de enige apostel die predikte in Efeze. Ook Paulus verbleef er volgens de Handelingen op zijn tweede en zijn derde missiereis. De eerste keer bleef hij een paar maanden, de tweede keer drie jaar, van 52 tot 55. Hij schreef er zijn Eerste Brief aan de Korintiërs.

Van een leien dakje ging het niet. De joden moesten hem niet en toen hij fulmineerde tegen goden die met de hand werden gemaakt, kreeg hij het ook aan de stok met de plaatselijke zilversmeden. Die verdienden goed geld met het merchandisen van Artemis in de vorm van beeldjes en replica’s van de tempel. Paulus’ gepreek bracht hun negotie in gevaar.

Het leidde tot een complete opstand, waarbij de oproerkraaiers in heftige opwinding wel twee uur lang scandeerden: ‘Groot is de Artemis der Efeziërs!’ Ze sleurden een stel reisgenoten van Paulus mee naar het Grote Theater, waar ze, aldus de Handelingen, net op tijd bij zinnen werden gebracht door de gemeentesecretaris. Ook dit theater is, ingrijpend gerestaureerd, nog in Efeze te zien. Sting, Pavarotti en Elton John traden er in de voetsporen van de secretaris.

Toch was het einde van de Artemis-verering nu in zicht. In 282 was Efeze de eerste Romeinse stad die officieel christelijk werd. Nog diezelfde eeuw werd het christendom de enig toegestane godsdienst. ‘Heidense’ gebouwen moesten er nu aan geloven; ook de Artemis Tempel werd vernield.

Een van de felste bestrijders van de Artemis-cultus was de bisschop van Myra, niemand anders dan onze eigen Sint-Nicolaas. Vanuit zijn bisschopsstad, een paar honderd kilometer ten zuiden van Efeze, reisde hij rond en sloeg tempels en heiligdommen aan gruzelementen. Uit oprechte geloofsijver? Of eerder uit naijver? Artemis en de Sint gelden allebei als begunstiger van vruchtbaarheid en beschermer van zeelui…

Nicolaas deed ook van zich horen op het Eerste Concilie van Nicea in 325, waar christelijke hoogwaardigheidsbekleders ruzieden over de al dan niet ‘dubbele natuur’ van Jezus. Volgens de Alexandrijnse diaken Arius was Jezus niet de zoon van God, maar gewoon een bijzondere man, een profeet. Nicolaas gaf Arius een klap voor zijn kop, waarop hem voor korte tijd zijn bisschoppelijke waardigheid werd ontnomen. Hij zou zelfs een tijdlang ontdaan van zijn tabberd in een kale cel zijn opgesloten, maar uiteindelijk kreeg hij wel zijn zin: het arianisme werd veroordeeld.

Handgemeen was overigens niet uitzonderlijk bij de concilies die in de vierde en vijfde eeuw werden gewijd aan de status van Jezus en Maria. Vooral die van Maria was fel omstreden en het was dan ook niet toevallig dat twee belangrijke concilies werden gehouden in Efeze, waar de Artemis-cultus naadloos was overgegaan in een sterke Maria-verering. Als vergaderplaats diende de Maria-basiliek aan de haven, de eerste kerk ter wereld die aan de Heilige Maagd werd gewijd.

Op het Eerste Concilie van Efeze in 431 wilde de meerderheid van de tweehonderd verzamelde kerkvaders Maria de titel Theotokos, God-barende, toekennen. Nestorius, de patriarch van Constantinopel, verzette zich daartegen: dan sloeg je de weg in naar het veelgodendom, vond hij. En trouwens: als God uit Maria geboren was, waar was Hij dan vóór die stal in Bethlehem? Maar opnieuw zegevierden de dubbele-natuur-aanhangers. Nestorius werd geëxcommuniceerd en verbannen naar de Libische woestijn. Dit was de eerste mijlpaal in de verering van Maria als Moeder Gods. Van Efeze begon haar victorie.

Bij het Tweede Concilie van Efeze, in 449, wisten de ‘monofysieten’ – die vonden dat Christus één, goddelijke, natuur heeft – met behulp van gewapende monniken en soldaten hun zin door te drijven. Paus Leo I doopte het concilie de ‘roverssynode’ en belegde twee jaar later in Chalcedon een nieuw concilie, waar hij alle besluiten van Efeze liet terugdraaien: Christus verenigde tóch twee naturen in zijn borst!

Jeden dwa, jeden dwa… father Maciej test de microfoon. Het is 15 augustus en de openluchtmis gaat beginnen. Onder de misgangers zie ik geen moslims. De enige hoofddoeken die ik zie, zijn die van nonnen. Naast me zit Mert Kayhan, een jonge socioloog die heeft gestudeerd en onderzoek gedaan aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is uit Istanbul aangereisd om me als tolk terzijde te staan.

‘Het is gevaarlijk te suggereren dat hier een toenadering zou plaatsvinden tussen onze kerk en de islam’

Daar komt de aartsbisschop aan geschreden, achter het kruis dat gewoonlijk naast het altaar staat. Maciej heeft zijn door een wit koord bijeengehouden bedelmonnik-outfit verwisseld voor een gala-uitmonstering. Als de aartsbisschop de ouwel heft, wordt het zicht me bijna ontnomen door een zee van mobiele telefoons, door de gelovigen op precies dezelfde manier omhooggehouden.

Maciej gaat voor, in het Turks. De aartsbisschop mompelt zo’n beetje mee. ‘Zie je zijn gezicht?’ vraagt Mert. ‘Jij had het over die neergetrokken mondhoeken van imams. Nou, moet je hem kijken.’ Het gebeurt wel vaker dat Mert me corrigeert als ik al te snelle gevolgtrekkingen maak, de islam betreffende. Zelf is hij ook moslim, maar dan zonder zich veel aan te trekken van alle strikte regeltjes.

Toch moet hij enige schroom overwinnen als we ons na afloop van de mis bij de uitgang van het huis opstellen om islamitische bezoekers te vragen wat Maria nu precies voor hen betekent. Hij vindt dat nogal rare, intieme vragen, geloof ik. En aan wie moeten we ze stellen? Aan groepjes waarvan de vrouwen hoofddoeken dragen, lijkt mij. Maar Mert ziet het ook aan andere dingen. Vrouw loopt achter man, bijvoorbeeld.

‘Islamitisch echtpaar!’ Ik zie geen verschil. Zoals hij dat waarschijnlijk niet zou zien tussen een gezin uit de Hollandse Bible Belt en een stel Brabantse katholieken. De man schudt het hoofd als we hem aanspreken en loopt zwijgend door, de vrouw volgt in zijn kielzog.

Dan een meisje alleen, heel ingetogen onder een blauwe hoofddoek. Ook blootshoofds zou ze meteen als moslima herkenbaar zijn, door haar schuwe blik en haar timide houding. Tot mijn verbazing geeft ze antwoord: ‘Bidden? Nee. We vragen alleen Allah om hulp.’

Een stuk losser is het in Duitsland wonende echtpaar dat we daarna aanspreken. De vrouw heeft een modieuze rode hoofddoek, een zonnebril hangt op haar voorhoofd. En zíj doet het woord. ‘Wij bidden alleen vóór Maria’, zegt ze. ‘Haar om hulp vragen, bijvoorbeeld om zwanger te worden, is grundsätzlich verboten. We hebben een directe lijn met God. Nicht durch Verwaltung.’

De grootste drukte heerst verderop, waar je briefjes kunt ophangen aan een wensenmuur. Tot wie zijn de smeekbeden gericht? We weten het niet, want voordat ze aan de wand worden geprikt, worden de papiertjes kunstig dichtgevouwen.

Een Bulgaarse islamitische familie ziet me notities maken en vraagt of ze even m’n blocnote mogen lenen. ‘Ja’, zeggen ze, ‘wij baden tot Maria. Dit is een algemene plek om te bidden.’

Nu ben ik ontdekt als de papierman, een rol waar ik me graag in schik. Onverwachte bonus van mijn vasthouden aan de overjarige techniek om dingen op te schrijven. De een na de ander komt naar ons toe voor ballpoint en papier. Maar niet zonder mijn vragen aan te horen – voor wat hoort wat.

‘Wat heb je gewenst?’ vraag ik een parmantig meisje van een jaar of tien. ‘Als ik jou dat vertel, wordt mijn wens niet vervuld… nou goed dan: dat ik mag studeren aan de universiteit van Galatasaray en dokter word. En dat ik mijn hele schooltijd goede vriendinnen mag hebben.’

‘En wie moet je daarbij helpen?’

‘Ik ga hard werken en mijn vader en moeder zullen me steunen.’

Father Maciej komt op ons toe lopen en wijst: ‘Je wilde toch moslims spreken? Die vrouw daar drijft een souvenirwinkeltje. Ze is moslim en lid van de Associatie.’

Opnieuw horen we het verhaal van de dubbelzinnigheid tussen officiële leer en daagse praktijk. ‘Hulp komt alleen van God’, zegt ze, ‘maar ik heb wel vrouwen tegen elkaar horen zeggen dat ze zwanger waren geworden nadat ze hier hadden gebeden.’ Dan wordt ze ruw onderbroken door een omvangrijke man met een groot bars hoofd. Het blijkt de voorzitter van de Associatie te zijn, die klaarblijkelijk van father Maciej over ons heeft gehoord. Hij stuurt haar weg en verbiedt haar met ons te praten.

Tegen mij – Mert staat er bibberend bij – vaart-ie verder uit, in het Engels: ‘Ik waarschuw je! Het is gevaarlijk te suggereren dat hier een toenadering zou plaatsvinden tussen onze kerk en de islam. Zoiets zou alleen op gang kunnen worden gebracht door de kerkelijke autoriteiten. Nooit door de mensen zelf. Daar is de duivel tussen!’

Maar we zijn niet voor één gat te vangen, want father Maciej heeft ons ook een van de café-eigenaars als gesprekspartner aanbevolen. Hij is moslim en vooraanstaand lid van de Associatie en ontvangt ons op zijn eigen terras.

Daar barst hij los in een lofzang op de Maagd: ‘De moeder van Mohammed wordt niet zo heilig geacht als Maria. In het christendom kan haar zoon wonderen doen.’ Hij vertelt van de moeder die met haar zieke dochter naar Jezus ging om hulp te vragen. Maar Jezus besteedde geen aandacht aan hen. Toen gingen ze naar Maria, die met hen naar Jezus stapte en hem vroeg: “Waarom heb je hier niets aan gedaan?” Jezus werd een beetje kwaad: “Ik kan dat niet altijd! De omstandigheden moeten goed zijn.” Maar goed, hij zou zijn best doen, en kijk: het meisje genas.’ Hij bedoelt maar: om hulp van God te krijgen, kun je ook een beroep doen op Maria, die dan een goed woordje voor je doet.

‘Je reciteert. Dan is het wel aantrekkelijk om als vrouwen onder elkaar in je eigen taal met Maria te praten’

Natuurlijk. ‘Voorspraak’ noemen de katholieken dat: Christus kan de smeekbeden van zijn moeder niet negeren. De hele Mariaverering, schrijft Marina Warner in haar standaardwerk De enige onder de vrouwen, komt neer op ‘investeren in de goudgerande aandelen van Maria bij God’.

Maar in de islam is het toch verboden hulp te vragen aan een ander dan de enige God? ‘Zeker’, is het antwoord, ‘maar mensen doen het toch, simpelweg omdat hun ouders het ook deden.’ Dat daardoor iets van toenadering plaatsvindt tussen beide religies, gelooft hij niet. ‘Al was het alleen maar omdat jullie christenen niet zeggen, zoals wij wel doen: wij erkennen ook jullie profeet. Daarom kan Maria geen brug tussen de twee geloven zijn. Daar zouden de autoriteiten voor moeten zorgen.’

Mert wordt een beetje ongeduldig. Het is nu toch wel duidelijk, vindt hij: Meryem Ana is gewoon een spiritueel-toeristische plek, zoiets als de Sint-Pieter, de Aya Sofia of de Taj Mahal. Maar daar wordt niet gebeden of vereerd door de andersgelovige bezoekers, werp ik tegen. Daar wordt wel respect betuigd, maar niet deelgenomen. Meryem Ana is een gedeeld referentiepunt en biedt bij alle verschillen iets wat overbrugt.

Wel is duidelijk dat de verhalen over christen-moslim-oecumene, gezamenlijk bidden en gezamenlijke godsdienstoefeningen uit de lucht gegrepen zijn. Ze getuigen van een soort wishful thinking, denk ik. De schrijvers van gidsjes en katholieke websites, paus Benedictus met zijn hoopvolle uitspraak en ikzelf zijn goed bedoelende westerlingen, tuk op toenadering. Een beetje naïef, misschien ook. Want hoe zouden wij het vinden om met onze reli-gevoelens te biecht te gaan in de Aya Sofia of bij de Ka’aba?

De laatste middag van mijn verblijf neem ik een kijkje in de Isa Bey-moskee. Een schitterend monument, maar op m’n gemak voel ik me er niet. In de gebedsruimte ervaar ik niets wat me inspireert om gedachten en gevoelens de vrije loop te laten. En het wordt er niet beter op als recht boven m’n hoofd de kolereherrie van de ingeblikte muezzin losbarst.

Stel dat daar op die trans geen luidspreker zou hangen maar een vrouw zou staan van vlees en bloed, die zacht en zangerig een opwekkingslied prevelde. Dan kwam ik er vast nog mijn bed voor uit! Het christendom heeft zo’n vrouw, je hoeft alleen maar haar naam uit te spreken en je bent al haast aan het bidden: Maria... say it soft and it’s almost like praying.

Maria is degene die, naast Christus gezeten, zijn strenge dualisme kan doorbreken door een goed woordje voor ons zondaars te doen. Een vleugje analoog gevoel in het digitale eindoordeel van good or bad guy. De toegeeflijkheid van moeder, die vaders gerechte toorn verzacht: ‘Hè, toe nou…’

Marina Warner laat in haar boek een veertiende-eeuwse tekening zien waarop Maria Michaëls weegschaal steels een tikje optilt om een zondaar te sparen. In die periode raakten ook afbeeldingen van het Laatste Oordeel in zwang waarbij Maria haar mantel uitspreidt over de verdoemde zielen, die daaronder wegkruipen om Christus’ gramschap te ontgaan.

Het beeld van deze ‘mantelmadonna’ was in strijd met de kerkelijke leer, maar dat maakte niet uit. Volksdevotie is krachtiger dan officiële leerstellingen en weet daarover soms te triomferen, zoals het voorbeeld van Maria’s lichamelijke opstijging laat zien. De kerkelijke autoriteiten voerden de verandering door, precies zoals dat hoort volgens mijn zegslieden van de Associatie, maar wel onder zware en aanhoudende druk van het vrome volk.

Ook de liefde voor Maria onder moslims is een vorm van volksdevotie die op gespannen voet staat met officiële doctrines. Niet alleen omdat Maria volgens de islam niets goddelijks heeft, maar ook omdat zij de gestrengheid relativeert. De islam is ‘wettisch’ en ontbeert een verzachtende stem.

‘Bidden doe je niet in het Turks maar in het Arabisch’, zegt Mert. ‘Of eigenlijk is het geen bidden, je reciteert. Dan is het wel aantrekkelijk om als vrouwen onder elkaar in je eigen taal met Maria te praten.’

We willen al vertrekken bij de briefjesmuur als een jonge man en vrouw ons een papiertje komen vragen. Ik hoor ze Nederlands praten, en ja: ze wonen in Leiden, maar ze zijn ‘volbloed Turks’ en moslim. Allebei geboren in ‘gastarbeidersgezinnen’, zegt hij, de aanhalingstekens van het verouderde begrip met zijn vingers aangevend.

Gaan ze naar de moskee?

‘Incidenteel.’

En hebben ze gebeden, daar in het huis?

‘Ik zelf niet’, zegt zij, ‘ik was te veel onder de indruk.’

‘Waarom zijn jullie hierheen gekomen?’ vraag ik ten slotte.

‘Omdat hier moslims én christenen komen! Dat hebben we gelezen. Veel mensen denken dat die twee vijanden zijn, maar hier zie je dat dat niet zo is.’


Beeld: 1) Openluchtmis bij Meryem Ana Evi, het huis van Maria (Herman Vuijsje); 2) Efeze, Grote Artemis (Herman Vuijsje); 3) Efeze, Mooie Artemis (De Agostini Picture Library / Getty images); 4) Wensmuur voor het huis van Maria (Herman Vuijsje)