Marie geniet

Het kwaad heeft vaak iets kokets. Lezen over ‘het kwaad’ maakt meer dan eens ongemakkelijk. Want hoe nadrukkelijker het kwaad wordt bezongen, ja aanbeden, hoe steviger het goede wordt gedefinieerd als het goede. Net zoals de Satansverering een steun in de rug van God is, zo worden de fundamenten van de burgerlijke moraal slechts verstevigd door het aanhangen van dat wat slecht is.

‘De filosoof van het kwaad’ is een eretitel die in eerste instantie scepsis oproept. Welk kwaad is dat dan? Kan een filosoof, een academicus, een geleerde, het ware kwaad kennen? En in welke vorm dan?
'De filosoof van het kwaad’ is Georges Bataille (1897-1963). Zijn denken is voor een deel een reactie op de ordelijke en doelgerichte filosofie van Jean-Paul Sartre. Tegenover diens existentialisme, waarin de mens zich in een absurd bestaan verdwaald weet en zoekt naar wegen om, voor hemzelf en voor de mensheid, het goede te doen, plaatst Bataille een filosofie van godloochening, perversiteit en angst. Een filosofie van het kwaad.
In de novelle De dode, vermoedelijk geschreven in 1943 en in 1967 postuum gepubliceerd, trekt het bekende Bataille-pandemonium voorbij.
Marie wordt door Pierrot gebeft. 'Met vereende krachten tilden ze het lichaam op. Ze zetten het met de kont op een stoel. Pierrot knielde neer en legde de benen op zijn schouders. Met een veroveringslachje stak de knappe jongen zijn tong tussen het haar. Zoals Marie daar zat, ziek, verlicht, leek ze gelukkig, ze glimlachte zonder haar ogen te openen.’
Marie komt klaar. 'Gedrang, een vreselijk geschreeuw, gerinkel van gebroken flessen, de gespreide benen van Marie trappelden als die van een kikker.’
Marie pist over de graaf heen.
'Ze klom op de tafel en ging op haar hurken zitten. (…) Marie piste. Pierrot rukte de graaf af, in wiens gezicht intussen een straal urine uiteenspatte: de graaf werd rood en de urine doorweekte hem. Pierrot rukte zoals hij befte: de pik spoot zijn kwakje over de tafel en de dwerg sidderde van top tot teen (als een stukje kraakbeen dat door een hond vermalen wordt).’
Bataille werd door Sartre 'een nieuwe mysticus’ genoemd. De mystiek van Bataille is een poging een 'negatieve theologie’ te formuleren. God weet echter best dat atheïsten zijn beste vrienden zijn. Door hen voelt Hij zich alleen maar sterker.