Toneel

Marien Jongewaard uitroepteken

Toneel: Love van Nieuw West

De in iedere spier van zijn ranke lijf extreem bewegende toneelspeler Marien Jongewaard heeft een melodische zingzegstem die je binnen enkele seconden in zijn werkelijkheid naar binnen zuigt. Hij is in de voorstelling Love nog maar net op gang met zijn verhaal, «een waar verhaal van kunst en weten» (tekst: Rob de Graaf), en hij heeft de kleine zaal in een wurggreep. Dít verhaal moet híer en nú voor óns verteld worden. Love is het relaas van de hongerkunstenaar die «leeft als een experimenteel gedicht, altijd weer on verwachte klanken». Op zijn pad treft hij een mecenas die «Joop» heet. De ik-figuur uit Love geeft Joop zijn lichaam, Joop geeft hem de kans de hongerkunstenaar uit te hangen. Tot hij genoeg heeft van het «utopiegepraat». Joop (gespeeld door Cas Enklaar) laat zijn kunstenaar verdwijnen «in de drab van de alledaagsheid». Joop: «Wat ik niet steun bestaat niet/ En over Joop kunnen ze wel klagen/ Maar om Joop kunnen ze niet heen.» De hongerkunstenaar wurgt zijn weldoener in een volkspark. En spreekt zijn lijk toe op Sint-Barbara, de begraafplaats voor maffiosi in Amsterdam-West. Of was het toch allemaal een nachtmerrie? «Daar ga je Joop/ Daar ga je en hier ben ik.» De troosteloze speelvloer voor de voorstelling Love is een kruising tussen kleedkamer, darkroom, afwerkplek en… speelvloer, vloer om een verhaal te spelen, het verhaal van de queeste voor een kunstenaar die zijn wortels heeft in de jaren zestig. Marien, de hongerkunstenaar, en Joop wonen een voorstelling bij die door de Actie Tomaat wordt verstoord, november 1969. Joop: «Ze weten wel waar ze tegen zijn, maar zelf zijn ze onmachtig/ Daardoor gaapt er straks een gat, let op mijn woorden/ En daar gaan wij groot mee worden.» Dat gat heet: de Firma Joop, voor het nieuwe theater. En inderdaad: het is een gapend gat.

Ik heb lang niet zo’n maffe, ontregelende voorstelling gezien, lang niet zo’n rare, vreemde tekst gehoord. Hoewel, vreemd? Na tuurlijk is Joop een verwijzing naar Joop van den Ende, maar daar houdt de allegorie ook meteen op. Herenliefde, ja dág! Volkspaleis Marcanti (in Oud-West) in plaats van Carré, kom op! Joop in Love is geen voormalige dopneuzenverkoper met een verlangen naar herkenning door de grachtengordel-elite. Joop in Love is een faustiaanse sjacheraar, een Mefistofeles met een verkeerde zonnebril. En de zwervende hongerkunstenaar in Love is Marien Jongewaard, met een uitroepteken. Die de geschiedenis van de Amsterdamse avant-gardekunst beschrijft, van de ro ke rige zaaltjes uit de jaren zes tig tot de naargeestige realiteit van het volkspaleis in Nieuw West, waar Joop de «vulgarisering van de utopie» viert. Het eigen doodvonnis van die utopie verwoordt de kunstenaar zelf het best: «Nog één keer wil ik het hebben over de schoonheid van het/ nieuwe, het nieuwe dat nog geen naam heeft, dat enkel/ gedachte is en beweging/ Het nieuwe dat nog onzeker is en waaraan je niet verdienen/ kunt en dat Joop daarom ook nooit heeft willen zien/ Ik zou hem mijn littekens willen laten zien en dan zou ik hem/ vragen of hij mij zijn geld wil tonen.»

Aanvankelijk dacht ik dat Love voor mij en mijn generatiegenoten is gemaakt, die theatraal pu berden in de jaren zestig, in de oude versie van de Brakke Grond, en die in het Stedelijk Museum de ronkende ver nieuwing in de kunsten meemaakten, om vervolgens met ogen op steeltjes de commercie de kunst zagen binnenwandelen, en die nu de ene utopie na de andere op geblazen zien worden. Is allemaal waar. Maar ook twintigers in mijn huidige vriendenkring – die van de loden last van het babyboomers-verleden geen hinder hebben – vallen als een blok voor de queeste van Marien Jongewaard in Love. Dan mogen we toch spreken van een klein theaterwonder?

11 en 12 november, Toneelschuur Haarlem. Tournee in maart en april. www.nieuwwest.com