Toneel: ‘Marijke Muoi’

Marijke’s wanhopige ogen

Medium toneel
Marijke Muoi, Under de Toer © René den Engelsman

Vanuit het station van Leeuwarden op de fiets naar de Grote of Jacobijnerkerk rij je zo zeven eeuwen Friese geschiedenis in. Ik kijk mijn ogen uit in de nauwe straatjes tussen de schitterende gebouwen. Reisdoel is theater. Marijke Muoi (‘tante Marijke’), een spektakel van Leeuwarden Culturele Hoofdstad. In ’t voorhuis van de kerk krijgen we in plukjes van tien een nazaat van Marijke als gids toegewezen. Die neemt ons mee naar locaties in de buurt. Bijvoorbeeld naar de opkamer van baron van Burmania Rengers (Martijn de Rijk), een soort Jort Kelder-liberaal avant la lettre. Die op zijn oude dag nog aan zoiets ordinairs als verkiezingen moet meedoen. We zijn met een tijdmachine naar de achttiende eeuw teruggeschoten. Met een kelkje Fries bitter wachten we op de verkiezingsuitslag. De baron praat ons bij. Tot de klokken luiden. Daarna worden we in het pikkedonker de kerk binnen geleid. En daar begint het feest pas echt.

We zijn naar hart & ziel van een volksopstand gekatapulteerd. Die van 1795. Het kleine zusje van de Franse Revolutie, op Friese doorlopers. Het hart van de opstand is veranderingsdrift. De ziel is discours. De luid gesproken zoektocht naar iets wat wankelt tussen haalbaar en utopie in. Via een koptelefoon volgen we onze baron. Maar middels een geraffineerde geluidsregie zijn we ook verbonden met de andere burgerpioniers. Onder wie de astronoom Eisinga uit Franeker. Voor wie de mens in opstand een hemellichaam is dat botsingen juist tracht te vermijden. Zijn beroemde slinger van de tijd beweegt boven het middenschip van de kerk als het grote wierookvat in Santiago de Compostela. We horen radicale jakobijnen, norse veenarbeiders, een alleenstaande joodse vrouw en een jurist die van schaatsen houdt.

Boven hen en tussen ons allen zweeft behalve Eisinga’s slinger ook de levendige geest van ‘tante Marijke’ (Joke Tjalsma), koosnaam van de Friezen voor Maria Louise van Hessen-Kassel, in de achttiende eeuw regentes in deze regio en oermoeder van de Oranjes. Hier begraven. In 1795 slachtoffer van oproerige grafschennis. Hier opnieuw begraven. Maar dan met twee schedels. Een gegeven dat schrijver Bouke Oldenhof gebruikt in een bloedmooie oertekst over de in tweeën gekliefde oermens, waarmee de voorstelling begint en afsluit. Aan de knoppen zit hier de jonge regisseur Sjoeke-Marije Wallendal – onthoud die naam, van haar gaan we meer horen.

Ik heb veel opgestoken over de Friese historie. Een college cultuurgeschiedenis van een buitengewest is Marijke Muoi echter zeker niet. De moeizame stuiptrekkingen van een gretige zucht naar verandering worden hier op een zeer zintuiglijke manier aangereikt. Steeds als je de woordenstromen niet meer verstouwen kunt, kijk je in de prachtig wanhopige ogen van ‘tante Marijke’, die kleurrijk geprojecteerd over de wanden van de kerk glijden. En dan dat orgel. Dat ijle zingen. Geweldig. Na afloop weer de ijzige kou in. Verdwalen in het laat-middeleeuwse Leeuwarden. Ik werd er op een lyrische wijze zeer gelukkig van. En het erge is: u kunt er niet meer naartoe. Alles is tot op de laatste kerkmuis uitverkocht.


marijkemuoi.frl, underdetoer.nl