Marion, Pauline en Marjolijn

Marion Pauw heeft een verhaal geschreven voor Playboy, maar in het blad staat niet haar naam erbij afgedrukt maar die van Marion Bloem. Een tijdje geleden, we hebben het nu even over het tijdperk dat Pauline Slot nog hot was, raakte ik op een boekpresentatie in gesprek met een man die dacht dat ik Pauline Slot was. Hij zei het niet met zo veel woorden, maar ik kon het - na veel interne verwondering en verwarring - afleiden uit zijn vragen en opmerkingen. Eerst ging het alleen nog over de onmiddellijke bestseller die mijn debuut was geweest. Ik vond de man te oprecht onnozel uit zijn ogen kijken om hem te verdenken van sarcasme of sadisme, dus ik sputterde slechts wat formeel. Daarna nam het gesprek in rap tempo vreemde bochten. Het ging van Australië naar cruiseschepen naar Scandinavië en weer terug, tot het me opeens daagde.
O God, hij denkt dat ik Pauline Slot ben.
Ooit kreeg ik een nieuwe buurvrouw die mijn naam verstond als ‘Maria’. Negen jaar lang heb ik het erbij gelaten en me drie keer daags als Maria laten aanroepen. Het was bijna goed gegaan - de verhuisdozen stonden al klaar - tot mijn zus op de valreep met haar voor de deur in gesprek raakte. Als ik ’s nachts niet kan slapen verschijnt het inwitte gezicht waarmee die buurvrouw mij vervolgens aanblikte nog geregeld voor de geest.
'Jij heet helemaal geen Maria’, sprak ze. 'Waarom heb je dat nooit gezegd?’
Vast om een andere reden dan waarom uitgever Mai Spijkers nooit Umberto Eco corrigeert als hij door hem met een joviaal 'Hai Burt’ op de schouders wordt geslagen, in de veronderstelling verkerende met Bert Bakker van doen te hebben.
Ik weet niet meer wat ik heb geantwoord. Ik kan me ook niet herinneren hoe ik mezelf eruit heb gered toen ik bij het aanvaarden van een nieuwe baan door had laten schemeren fervent biljarter te zijn.
Biljarten! Why? Waarom niet gewoon tafelvoetballen, scrabbelen desnoods?
Mijn kersverse collega - snorretje, windjack - stond klokke half één aan mijn bureau.
'Potje biljarten?’
Ik schoof wat met dossiermappen.
'Aan de Dennenweg zit een goeie tent. Pakken we meteen een broodje bal erbij.’
Lange tijd woonde ik samen met mensen die dachten dat ik vegetariër was, niet-rokende bovendien, terwijl ik elders anders bekendstond. Ik ging twee keer naar dezelfde film, omdat ik te laat was met zeggen dat ik ’m al gezien had. Waarom ik nu de verleden tijd gebruik weet ik niet.
Op die boekpresentatie overviel me in ieder geval iets vertrouwds, al laat het zich moeilijk omschrijven, laat staan verklaren. Is het fatalisme? Of is dat een deftig woord voor lafheid?
Als jij denkt dat ik Pauline Slot ben, dan wil ik je feestje niet verpesten.
Jarenlang heb ik de fietsenstalling van het CS in Amsterdam vermeden. De man die daar meestentijds stond, werd almaar amicaler en ik wist niet hoe zijn praatjes te stoppen. Het was een proces van járen, de man heeft mijn zwangerschappen in alle stadia voorbij zien komen, tot ik op een dag geen andere uitweg wist dan mijn fiets op een heel ander station te stallen. Vorige week - ik was er zeker tien jaar niet meer geweest - dacht ik dat het wel weer kon. Ik wilde een fiets huren, kom op, een burger moet kunnen gaan en staan waar hij wil. Drie keer raden wie me in zijn hokje met een brede grijns stond op te wachten. Van schrik struikelde ik over de drempel.
'O, o, je bent nog dezelfde chaoot!’ riep hij.
Pauline Slot zou wel weten hoe ze zich hieruit moest redden. Maar verder had ik geen idee hoe zij zich op een gemiddelde boekpresentatie zou gedragen, en zei ik gewoon maar zo weinig mogelijk. Wat ik maar wil zeggen: respect voor Marion Pauw en Marion Bloem dat zij onder eigen vlag durven te varen. Je zou willen dat hun identiteit onmiskenbaar af te leiden is aan hun stijl van vertellen, maar als ’t erop aankomt is iedere schrijfster een Marion of een Pauline. In de boekenbijlage van Vrij Nederland presteert ene Marjolijn Pouw het om vier à vijf romans per week te bespreken, en ik geef toe me een tijdje te hebben afgevraagd hoe ze dat toch doet, naast het schrijven van die thrillers.
Vorige week was ik wat later op m'n werk omdat ik een persvoorstelling kon bijwonen van The Iron Lady, een biopic over Margaret Thatcher, met Meryl Streep in de hoofdrol, die in januari in de bioscoop te zien zal zijn.
'O, ga je erover schrijven?’ vroeg mijn baas verheugd.
'Ja!’ riep ik, even verheugd, en het moment om te vertellen dat ik voor een ander, niet-concurrerend want glossy, periodiek was gevraagd erover te schrijven was daarmee onmiddellijk gepasseerd. Ik zie geen andere mogelijkheid dan dit nu maar op deze manier wereldkundig te maken.