Heimwee naar Parijs

Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: Bregje Hofstede.

Medium 9200000025876773

Bregje Hofstede, De hemel boven Parijs. Cossee, 223 blz., € 19,90

Ik was wel verrast door dit romandebuut, dat ik naast wat andere boeken meenam voor een lange treinreis. Laatst vroeg een student of ik ook nog wel eens wat voor mijn plezier las, waarop ik even moest nadenken. Ik geloof eigenlijk van niet, het enige wat ik lees ter ontspanning zijn gedichten, kookboeken en boeken in de kattenkunde. De hemel boven Parijs heb ik echter geheel en al voor mijn plezier uitgelezen, ik was oprecht geïnteresseerd geraakt in de personages, wat ik op zich al een prestatie van formaat vind. Dat je dat als schrijver weet te bewerkstelligen bedoel ik. Het is best een bekend gegeven dat Bregje Hofstede bij de kop pakt, oudere Parijse professor herkent in jonge Nederlandse studente vroegere grote liefde, wat ik ook wel weer iets stoers vind hebben. Clichés zijn er om telkens opnieuw te worden uitgevonden, en dat doet Hofstede met zwierig zelfvertrouwen.

Het is ook fijn als een schrijver niet lijdt aan smetvrees

Olivier is de professor kunstgeschiedenis, vijftiger, hij leidt zijn studenten door het Parijs van Guimard, Proust, Balzac. Sofie is de twintiger die niet helemaal goed weet te mengen met haar medestudenten, en al gauw een speciale band heeft met haar professor. Hij regelt een huis voor haar, zij stuurt hem haar ideeën voor een essay. Dan is er ook nog de officiële geliefde van Olivier, Sylvie, met wie hij een comfortabele modus heeft gevonden van twee gescheiden huishoudens. De ontmoeting met Fie – Sofie – zet een zoektocht naar de verloren tijd in gang bij Olivier, het verlies van Mathilde op een cruciaal punt in hun relatie. ‘Pas toen hij Mathilde kwijt was, genoot hij er soms van om ’s avonds in bed dat gewicht te voelen dat hem diep de matras in duwde. Hij voelde dat hij er was. Niemand kon hem wegblazen of doen alsof hij niet bestond, omdat hij het gewicht van twee mensen had.’

Hofstede weeft flashbacks heel natuurlijk in het lopende verhaal, dat ze vertelt in korte en nog iets kortere hoofdstukken. Heel af en toe verschuift het vertelperspectief van Olivier naar Sofie, ook al zo niet-schools, niet-regelmatig, niet-voorspelbaar. De schrijfster is jong, maar haar psychologie is rijp – de angst van Fie om zich aan iemand te committeren wordt erg sterk beschreven - en haar verbeelding groot. ‘Als hij had aangebeld, had hij nooit zoveel kunnen zien als hij nu achter de gesloten luiken zag gebeuren.’ Opvallend zintuiglijk proza schrijft ze, iemands adem ruikt naar appel, een hals naar oude donskussens en koffie. Ook Parijs komt warm en levendig op de bladzijdes tot leven, ik krijg er heimwee van.

Niet-bang, dat is deze debutante vooral, niet-bang om omgeving te beschrijven, het weer, gemoedsstemmingen, hevige emoties. Naarmate het einde nadert loopt alles wel hoog op, monden vinden elkaar, tranen vloeien. Ik heb even gezucht. Maar toch, denk ik dan. Het is ook fijn als een schrijver niet lijdt aan smetvrees, haar nek uitsteekt met een boek dat zich laat lezen als een unverfroren en intelligente romance.