Marja Pruis leest …

… altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: Naomi Rebekka Boekwijt.

Medium hoogvlakte

Naomi Rebekka Boekwijt, Hoogvlakte. De Arbeiderspers, 176 blz., €17,95

Nog een verrassing op de valreep. Opvallend krachtig proza van een jonge schrijfster, Naomi Rebekka Boekwijt is van 1990. Ze debuteerde vorig jaar met een verhalenbundel, waarvan ik me vooral het dierlijke omslag herinner, Pels. Hoogvlakte is een vrouwelijk Boven is het stil, met knoestige personages, natuur die bedwongen moet worden, paarden die steigeren. De vertelster is in dienst bij een balsturige Zwitserse boer, Moser, die eigenlijk het veld moet ruimen voor het moderne bedrijf van zijn buurman. Een soort vanzelfsprekende koppigheid maakt dat zij hem steunt in zijn stille strijd, gewoon maar aardappels blijft rooien, modder scheppen, een hopeloos paard bevrijdt van zijn stekelvacht. Zelf lijkt ze op de vlucht voor haar bestaan in Nederland, zonder dat daar veel woorden aan worden gewijd. ‘Er was iets wat het hoofd geboden moest worden. Het harde werken hielp daarbij.’

Misschien is het niet meer dan ‘wat wil ik’ en ‘wie ben ik’, maar daarmee ook niet minder dan dat. Haar vertier hier, op het Zwitserse platteland, is af en toe uitgaan met de dochter van de buurman, die haar leeftijd heeft. Dansen, drinken, pannenkoeken eten.

De manier van schrijven van Boekwijt dwingt respect af, en loopt prachtig gelijk op met de ontwikkeling van haar personage. Een gecontroleerde stijl, bits en stuurs, met af en toe een verlossend wild ritje op de motor. Er dient zich een vrouw aan, wat ouder, ruikend naar paard en zweet. In stille, korte regels voltrekt zich iets spannends, iets dat maakt dat je door blijft lezen.

‘Ze keek me aan. Ze deed dat vaker, alsof ik wat van haar aanhad. Ogen felblauw. Staat altijd water in, dacht ik. De ene dag vond ik haar oud, de andere dag jong. Maar het decennium tussen ons was onveranderlijk.’

Ondertussen wapent ieder zich op eigen wijze tegen de rivier die buiten de oevers dreigt te treden. Metáfora! kan ik niet nalaten te denken, zo sterk zit de film Il postino nog steeds in mijn hoofd. Maar ook zonder het wassende water op die manier te duiden, is het een mooi gegeven, een stuwende verhaallijn. Verbazend toch, hoe in kort bestek een onvermoede wereld voor je geopenbaard kan worden, met zurig kuilvoer en suikerbietensnippers, hoe bevredigend het kan zijn om in minder dan 200 pagina’s een onbenaderbaar paard gekalmeerd te zien worden zonder dat het zijn eigenheid verliest. Ik ben erg onder de indruk van deze roman.