Zoek onder de ‘b’ van bekend

Marja Pruis leest…

… altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Hier doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: een bloemlezing van gedichten. Tja.

Anne Vegter, Je bent mijn liefste woord. Gedichten voor bijzondere momenten. Querido, 496 blz., € 22,50

Ik schrik altijd een beetje als ik een boek als dit binnenkrijg. Het is een bloemlezing van gedichten gerangschikt naar de gelegenheid waarbij ze van pas zouden kunnen komen. Dus wil je iemand feliciteren met de geboorte van een kind, dan kun je ‘Het kind’ overpennen van Hanny Michaelis. Of nee, doe bij nader inzien maar niet, want al in de eerste strofe is sprake van ‘het kind dat wij nooit zullen hebben’. Ander voorbeeld. K. Michel, altijd leuk. ‘Vers twee’ heet het gedicht dat Anne Vegter uitkoos. O ook niet helemáál je dat. Michel bezingt vooral ‘een postcoïtaal gevoel van droefenis’ dat bij hem klinkt als ‘tohoe wa bohoe, tohoe wa bohoe’.

Wat is dit voor een bloemlezing? Ik wilde dus schrijven, toen ik nog dacht dat dit zo’n voor-elk-wat-wils en een-lach-en-een-traan geval was, dat ik eigenlijk een beetje een hekel heb aan het gebruik van poëzie als troostlap. Natuurlijk, weinig kan zoveel lucht geven als een goed gedicht op het juiste moment, maar dan wel graag een eigenhandig gedolven goudklompje. En niet een sufgebloemleest ‘niet het snijden doet zo’n pijn alswel het afgesneden zijn’-gedicht.

Waarom ik schrik van zo’n kloek boekwerk als dit, is omdat ik als de dood ben dat mijn lievelingsgedichten erin staan, gerangschikt onder de ‘d’ van dood, of ‘l’ van liefde. Anne Vegter, de samensteller, tevens dichter des vaderlands, schrijft in haar inleiding: ‘Wanneer we iets moeilijk onder woorden kunnen brengen, zijn er gelukkig onze dichters die het voorwerk gedaan hebben. Het is er allemaal. De woorden voor het drama. De gedachten aan een verlies.’ Ze wilde ‘nuttige’, ‘bruikbare’ gedichten bijeenbrengen. Gedichten die je hardop kan lezen, of voor je uit kunt fluisteren. ‘Dat kan heel nuttig zijn.’

Om het nut nog te vergroten rangschikte ze ze dus thematisch, van geboorte tot dood en na de dood, via liefde, seks, overspel, geluk en ongeluk.

Ik doe nog een poging, en prik …. Seks. Schrijven over seks, altijd hachelijk, dichten over seks, ik zou zo gauw niet weten, behalve Vegter zelf, die een van de opwekkendste dichtregels schreef in haar gedicht ‘Tramps’ (niet in deze bloemlezing opgenomen, het is te vinden in haar bundel Eiland berg gletsjer): ‘man ik kon je wel pijpen van plezier’. Terwijl ik dit met mijn rechterhand typ, blader ik met links, en lees ik gedichten van Sylvia Hubers, Sasja Janssen, Saskia de Jong. Allemaal een beetje onbegrijpelijk, al weet ik dat dit oneerbiedig klinkt. Maar dat is ook zoiets met bloemlezingen: ze werken die oneerbiedigheid in de hand. Je bladert en bladert, op zoek naar de vonk. Het is zoals ik vroeger in de videotheek stond, toen er nog videotheken bestonden. Ik wil een lekkere film en wel nú, laat de een na de andere beschrijving op de hoes aan me voorbijtrekken, tot ik met een dvd bij de balie sta en de uitbater me erop wijst dat het al de vierde keer is dat ik deze film huur.

‘Jou willen is je missen. Het was missen/

Op het eerste gezicht. (…)’

Ja, dat is Willem Jan Otten, ‘De intiemste zichtlijn’, ik bevind me in de sectie Liefde. Mooi en irritant gaan zij aan zij, dat is dan weer het voordeel van deze bloemlezing, samengesteld door iemand met een geprononceerde smaak. Zo geprononceerd dat mijn angst ongegrond is. Ik blijf er nog even in verwijlen, dat klinkt ook wel dichterlijk.