Au au au

Marja Pruis leest …

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: ‘Een volstrekt nutteloos mens’ van Jori Stam.

Medium mp

Jori Stam, Een volstrekt nutteloos mens. Atlas Contact 2015, 176 blz., € 19,99

Ik was benieuwd naar deze verhalen, de schrijver, Jori Stam (1987), volgde ooit bij mij college, en hij was me destijds al opgevallen. Zo zie je maar, nu ligt er een prachtig vormgegeven verhalenbundel, terwijl ik dit typ en m’n gedachten probeer te formuleren is mijn buurjongetje keihard au au au aan het roepen, ik zou de tuindeuren dicht kunnen doen, ik zou ook kunnen schreeuwen dat hij zijn kop moet houden, zóveel pijn dat bestaat gewoon niet, niet op deze zondagmiddag in deze buurt, maar ik ken het jongetje en diens ouders en ik zou nooit tegen ze schreeuwen en al helemaal nooit het woord ‘kop’ gebruiken in die zin, en ik ben geen personage van Jori Stam dat in hoge mate gedreven wordt door frustratie, woede en agressie, soms beredeneerd maar vaker redeloos, en dat er niet tegen op ziet die woede in handelingen om te zetten met onomkeerbare gevolgen.

Terwijl het toch ook niet bepaald een ver-van-mijn-bed-show is die in Een volstrekt nutteloos mens wordt opgevoerd. Juist de zondagmiddagen in wijken als IJburg, of dorpjes als Anna Paulowna, een tankstation langs de snelweg naar Den Helder, een vochtig appartement in Amsterdam-West, ontpoppen zich als brandhaarden van onlust en geweld. Het zijn hele dagelijkse decors die Stam optrekt en het zijn ook eigenlijk hele dagelijkse types die hier rondlopen, vaak mannen van rond de vijftig, ze zijn getrouwd, ze willen iets anders doen dan ze officieel doen, ze trekken zich af bij de gedachte aan een collega, hun dromen veranderen langzaam in wraakplannen.

Juist de zondagmiddagen in wijken als IJburg ontpoppen zich als brandhaarden van onlust en geweld.

In het titelverhaal worstelt een man met een schrijversblokkade, die hij in samenspraak met zijn redacteur denkt te kunnen opheffen door af te reizen naar het vakantiehuis in Noorwegen waar hij vroeger met zijn ouders kwam. Wat een inspirerend reisje moest worden, dreigt een haterig stellen-uitje te worden als zijn vrouw de buren met hun kinderen blijkt te hebben meegevraagd. Als hij tegen zijn zin in op een lange wandeling wordt begeleid door de zwaarlijvige buurman, in zijn ogen verslaafd aan zichzelf etaleren op de sociale media, krijgt hij de ene na de andere ingeving voor zijn nieuwe boek, een literaire thriller. De plot neemt een beetje de overhand in dit verhaal, terwijl het meest interessant de superioriteitsgevoelens van de hoofdpersoon zijn die naadloos overgaan in ongeremde agressie.

Agressie is het onderliggende thema van de bundel; naarmate die een raadselachtiger gezicht krijgt, vind ik de verhalen beter. Stam is een fijnzinnig observator, met een morbide gevoel voor humor – al vraag ik me een beetje af of het wel humor is – en een scherpe antenne voor akeligheid. Het is knap – en ja, eigenlijk is dat toch gewoon ook geestig – hoe hij in enkele pagina’s van de Veluwe een schuldig landschap maakt. Zijn personages zijn op missie, als jongetje hebben ze uit nieuwsgierigheid al op dieren geschoten met een windbuks die bestemd was om ratten uit te schakelen. Zo ontdekten ze ‘hoe pijnkronkelingen verschilden van stuiptrekkingen’. Een verhaal als ‘De muizengevangenis’ begint zo onschuldig, zo objectief, zoals de verteller zijn appartement in Amsterdam-West beschrijft, met als onderbuurman de Turkse eigenaar van een kebabzaak. Zijn huis stinkt permanent naar verschroeid vlees en oud frituurvet, de Turk blijkt zo zijn eigen methodes te hebben om zich van zijn afval te ontdoen. Ook de klandizie van de kebabzaak wordt rustig en uitvoerig beschreven, niets aan de hand, tot je de zin ziet staan ‘Ooit zullen ze veroordeeld worden voor hun gedrag.’ Juist het feit dat de straf die de verteller voor hen allemaal in petto heeft zich buiten de contouren van het verhaal zal voltrekken, maakt dit verhaal voelbaar griezelig.

Ook erg sterk vind ik het verhaal over de noodlottige kruising der wegen van een pompbediende en de chauffeur van een Volvo, ‘Het lichaam, de jongen, de man’, waarin de N9 richting Den Helder wordt getransformeerd tot een no country for old men-achtige Umwelt.

De beste twee verhalen staan aan het eind van deze bundel: ‘Toet’ en ‘Het kerstdiner’. Compassie en meedogenloosheid strijden om voorrang, vreemd en raadselachtig, en in zekere zin ook plotloos. Prachtig hoe wordt beschreven hoe iemand de adem wordt benomen bij de aanblik van een buitenproportioneel meisje. Mag ik nog even de juf uithangen, dan zou ik Jori aanraden de verhalen van Flannery O’Connor te gaan lezen, voor zover hij die natuurlijk niet al lang kent.