Grappig en subversief

Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week: Roz Chast.

Oké, er gaat even een nieuwe wereld voor me open, tamelijk letterlijk. Ik ontving vanochtend met de post een doos, ik denk dat hij toch zeker wel een kilo of tien weegt, met daarin de meest fantastische graphic novels.

En dat allemaal omdat ik in september naar New York ga om Roz Chast te interviewen, schrijfster en tekenares van een van de beste boeken die ik vorig jaar las, Can’t we talk about something more pleasant? A memoir.Eind september zal het in Nederlandse vertaling verschijnen bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar.

Behalve dat ik met haar in gesprek ga, schrijf ik een groot stuk over vrouwelijke graphic novels, vandaar de doos die ik kreeg, met in ieder geval één bekende erin, Alison Bechdel en haar ongelooflijke Fun Home, dat ik ook vorig jaar in het Engels ontdekte. Zij blijkt in Nederland te worden uitgegeven door uitgeverij Xtra, en als ik zo even door de andere boeken spit (hé, nog een bekende; good old Claire Bretécher, met De buik vol. De onnavolgbare logica van zwangere vrouwen, heel geestig) is dat een behoorlijk ruige uitgeverij.

Recente uitgaven zijn bijvoorbeeld Tuff Ladies, van de Poolse Till Lukat, en Natte Maan van Ross Campbell, volgens de bijgeleverde informatie een transgender die sinds kort Sarah Campbell heet. Ik vind het fascinerend, het is net alsof het stripelement een soort subversiviteit en humor toestaat die in het reguliere verhalend proza van vrouwen vaak ver te zoeken zijn. Een sterk boek ook lijkt me Meideles, van Leela Corman, een verhaal over de tweeling Esther en Fanya die begin vorige eeuw opgroeit in New York, de Lower East Side. En dan is er nog iets dat er behoorlijk sexy uitziet, Aardbei & Chocola, van de Franse Aurélia Aurita.

Ik las in een interview met de vrouw achter deze uitgeverij, Esther Gasseling, dat ze vertrouwt op haar eigen smaak. Ze zoekt tekenwerk dat het netvlies inspringt, liever nog je een klap in je gezicht verkoopt. En dan moet het ook nog ergens over gaan. In die categorie lijkt me ook Minnie. Dagboek van een tiener te horen, van Phoebe Gloeckner. Een Fishtank-achtig verhaal, over een meisje dat wordt verleid door de vriend van haar moeder, tegen de achtergrond van het ‘moet kunnen’ atmosfeertje van de jaren zeventig, ook nog ’s in San Francisco. ‘For all the girls when they have grown’ luidt de opdracht, met een paar teer getekende bloemetjes erbij.

Dat wordt nog moeilijk kiezen voor het stuk, want met Posy Simmonds wil ik ook wat (zoals het door Stephen Frears verfilmde Tamara Drewe, uitgegeven bij De Harmonie), en er verschijnen mooie graphic novels bij Oog & Blik van De Bezige Bij (ik heb klaar liggen De terugkeer van de wespendief, van Aimée de Jongh), en dan natuurlijk nog Barbara Stok, hoe leuk is die wel niet.

Barbara Stok!