De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Acute behoefte

Marja Pruis leest…

De behoefte om dode schrijvers te reanimeren is grenzeloos. Mij begint die een beetje te irriteren, maar vooral omdat het zo makkelijk adoreren is, schrijvers die toch al dood zijn, en dan ook nog eens de geur van miskenning om zich heen hebben hangen.

Verhoud je tot het hier en nu, denk ik wel eens. Er zit iets onmiskenbaar kitscherigs aan dat opduiken van oude lijken, het triomfantelijke afstoffen ervan. Gelukkig is literatuur geen wedstrijd – wie zei dat ook alweer, behalve dat iedere genomineerde voor een literaire prijs dat zegt vlak voordat de hoofdprijs gaat vallen – en dus kan ik rustig Handleiding voor poetsvrouwen lezen van de in 2004 overleden Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin, gewoon, omdat ik er goeie berichten over hoorde, en, minder gewoon, omdat het zo’n mooie serie is die Lebowski is begonnen dit jaar, ‘book of the month club’. Prachtig uitgegeven worden ze, classy, zwart-wit, plastiekje, en ja, het zijn gewoon allemaal interessante titels, ondanks dat ze gestorven zijn, hun makers. Ondanks lijkt me de keyword in deze.

Als ik Lucia Berlin nu definieer als het type zelfkantschrijfster doe ik haar misschien tekort, maar dat komt waarschijnlijk ook omdat ik allergisch ben voor zelfkantliteratuur. Met uitzondering van het tweede deel van de Patrick Melrose-novels van Edward St Aubyn, heb ik een hekel aan roesbeschrijvingen. Wil ik sowieso niks zien of lezen dat tot stand is gekomen dankzij hulpmiddelen.

Wat niet wegneemt dat het een kunst op zich is om iets te maken van het verlangen naar verdoving. Nogal wat verhalen van Berlin zijn geschreven vanuit een acute behoefte aan alcohol, of vanuit een te hoge inname van alcohol. Haar personages bewegen zich trillend tussen hun moederlijke plichten en de openingstijden van de drankwinkel. Nou ja, prima. Laat ik me maar even focussen op een verhaal dat ik mooi vond, ‘Melina’. Het gaat over een vrouw die niet moe wordt te teren op de romantische verhalen van haar vrienden en geliefden. En dan geen idee heeft hoezeer de romantiek binnen handbereik ligt. Het titelverhaal is ook goed. Maar toch schuilt er iets kokets in zo’n nadrukkelijk literair verhaal over een zeer dienstbaar beroep: de troep van andere mensen kuisen. Alleen al het feit dat zo´n perspectief exotisch is, brengt gemakzucht met zich mee. Ik proef dat ook in een verhaal als ´Vrienden´. Sterk gegeven, jonge vrouw raakt bij toeval intens betrokken bij het leven van bejaard stel. Ik heb dit juist heel ´normaal´ verbeeldde zeer geïnteresseerd gelezen. Geen extremiteiten, doe mij maar omroep Max. Maar dan moet er toch nog een twist in het verhaal komen, en dat voelt dan een beetje goedkoop. Hysterisch realisme, dat is het denk ik dat Berlin bedrijft, ieder bordje in de wasserette, in de metro of op straat wordt geciteerd, Salinger had daar ook een handje van. De lelijkheid van de wereld, het is toch wel raar misschien dat dat almaar het domein van de literatuur is.