Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9789048813834 1

Opnieuw: John Williams, Stoner. Vertaald uit het Amerikaans door Edzard Krol. Lebowski, 318 blz.

Verder over Stoner, dat aan een triomftocht bezig is. Zoveelste druk, op één in de bestsellerlijst. In mijn vorige stukje was ik blijven steken bij het vasthouden van mijn hart, toen het hoofdpersonage viel voor een vrouw met wie hij duidelijk het ongeluk tegemoet ging. Mijn hart ben ik blijven vasthouden, zozeer dat ik op een bepaald moment overging tot het lezen van de achterflaptekst. Want iéts zal toch wel goed aflopen met deze man? Niet doen, die flaptekst lezen!

Ik vraag me af of ik meer betoverd was geraakt door het boek als ik het zelf had ontdekt op een stoffige plank. Nu misschien teveel tromgeroffel eromheen. Een van de vele clichés in het schrijfonderwijs luidt: show, don’t tell. Dus niet zeggen dat iemand verdrietig is, maar gewoon de tranen laten vloeien. Deze roman is een geval van tell tell tell. Oftewel: parole parole parole. Neem de liefdesverhouding die Stoner op zeker momet aangaat naast zijn kille huwelijk. In zekere zin het hoogtepunt van de roman, in andere zin een kaars die alweer uitgeblazen is voor ie goed brandt. Aan één kant werkt het, al die beschrijvingen van het streven en sneven, maar ik raakte geïrriteerd door al die grote woorden, al die abstracta. Neem deze passage, over de nieuwe verliefdheid dus:

‘Op heel jonge leeftijd had Stoner gedacht dat liefde een absolute staat van zijn was, die men, als men geluk had, kon bereiken. Als volwassene had hij besloten dat het een schijnvertoning was, die je moest bekijken met geamuseerd ongeloof, mild informeel dedain en een verlegen makende nostalgie. Nu, op middelbare leeftijd, begon hij te ervaren dat het noch een genadige staat was, noch een illusie. Hij beschouwde het als een menselijk wordingsproces, een staat die keer op keer, dag in dag uit opnieuw werd uitgevonden en veranderd, door het verlangen, het verstand en het hart.’

Het verlangen, het verstand en het hart! Bent u daar nog? Ja natuurlijk bent u daar nog, want dit gaat er in als koek. En dat irriteert me dus, zo'n pseudo-wijsheid, zo'n inkoppertje. Daarvan wemelt het in dit boek. Tegelijkertijd ademt alles terughouding, impotentie, ellende. En dat is natuurlijk onweerstaanbaar, een goeie man, vol liefde voor zijn ongelukkige dochter, zijn veeleisende vrouw, zijn zwijgende ouders, vol gelaten empathie voor zijn onmogelijke collega’s, zo'n man dus die stuk loopt op zijn goedbedoelendheid.

Wat ik mooi vond was het moment, helemaal in het begin, dat voor boerenzoon Stoner de wereld open gaat en hij de letterkunde ontdekt; plotseling was hem iets duidelijk geworden, door woorden was hij iets te weten gekomen dat niet in woorden kon worden uitgedrukt. Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn, zijn ouders werden voorgoed op afstand geplaatst. En daarna komt het nooit meer goed. Marjoleine de Vos schreef vorige week in haar column in het NRC dat Stoner zo'n boek is waarvan je als je het leest denkt dat jij als enige te weten bent gekomen wat schrijver en personage bewoog en bezielde. 'Een boek dat op een of andere manier jezelf uitdrukt.’ Ik weet het niet, ik heb alleen maar woorden gelezen.