Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest. Deze week Rascha Peper (1949-2013)

Medium oetsers

Van de schrijvers die in de jaren negentig debuteerden, leek Rascha Peper een tijdlang de beste. Sinds haar debuut, de verhalenbundel De waterdame (1990), publiceerde zij in gestaag tempo verhalen, romans en novellen die opvielen door hun beheerste stijl en duidelijke thematiek. De laatste jaren brak haar gegroeide vakvrouwschap haar enigszins op, en wist ze niet meer heel erg te verrassen, in stijl noch thematiek. In haar dikke roman Wie scheep gaat (2003) zocht ik voor het eerst vergeefs naar een tegentoon, iets dat bleef knagen ook als je het boek uit had. De koningin van de ingehouden hartstocht noemde ik haar in mijn recensie van destijds. Peper’s personages zijn op een afgeleide manier heftig; ze volharden in een verlangen dat niet kan worden vervuld en gaan daaraan, «deep down », ten onder. Vaak is haar hoofdpersonage een man van middelbare leeftijd, die zich na verlies te hebben geleden als een eenling moeizaam door het leven beweegt. Alleen in Oesters (1991), haar eerste roman, was de protagonist een vrouw, dertigster, getrouwd met een diplomaat en treurend over een verloren geliefde. In een interview verklaarde Peper, die in werkelijkheid overigens Jenny Strijland heette, dat zij bij voorleessessies nooit heeft kunnen voorlezen uit deze roman. «Te moeilijk.»

De romans die ze hierna schreef, Rico’s vleugels (1993), Russisch blauw (1995) en Een Spaans hondje (1998) waren duidelijker ontsproten aan de verbeelding en deels gebaseerd op documentatie. Verrassend was de feeërieke novelle Dooi (1999), waarin een gestalte van gene zijde een schipper even losscheurde uit zijn bestaan.
Oesters en Rico’s vleugels vind ik haar mooiste boeken. Oesters omdat het verhaal van de studente Nederlands die in de weekends haar veertig jaar oudere minnaar opzoekt in Zeeuws-Vlaanderen zo simpel en tegelijk suggestief werd verteld, dat het mij ook na jaren nog vers in het geheugen ligt. Hetzelfde geldt voor Rico’s vleugels, waarin Peper de niets ontziende verliefdheid van een oudere man op een jonge jongen bijna fysiek op papier wist te vertalen. Onder de soepele vertelstijl en het spannende verhaal kolkte iets onzegbaar groots, iets onoplosbaars.