Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium blik jodenkoeken

Jessica Meijer, Een blik jodenkoeken. Prometheus 2013

Het moest kennelijk geschreven en uitgegeven worden, maar dit is het soort boek waaraan je zelf een nogal boulemische nasmaak overhoudt. En een licht gevoel van mededogen, gemengd met ergernis. Waarom schrijven mensen die niet kunnen schrijven boeken? Nou ja, omdat ze iets kwijt moeten. En de dochter ván zijn bijvoorbeeld. En dus lees je zinnen als: ‘Net als bij Lennard moest ik ook aan Jakob wennen en paste ik me na een tijdje vanzelf aan de nieuwe situatie aan.’ Het maakt van het lezen van Een blik jodenkoeken een perverse aangelegenheid. Er zit geen enkele beschermlaag tussen schrijfster en de buitenwereld. Ik las het boek omdat ik me afvroeg - ja ook pervers - hoe de dochter van Ischa Meijer over Connie Palmen zou schrijven. Ze hadden een goeie band, maar na het verschijnen van IM veranderde dat. Jessica voelde zich verraden. De passages waarin ze haar woede over Palmen’s boek ventileert, en haar ontreddering beschrijft, behoren tot de interessantste van haar eigen boek. 'Ik begrijp best waarom je over jullie relatie wil schrijven, maar waarom op deze manier?!?!’ schrijft ze in een 'Hoi Connie’- brief.

Met een beetje goeie wil is in deze brief de verontwaardiging van het slachtoffer van een schrijver in de familie in z'n meest pure vorm te lezen. 'Ik dacht, een boek over m'n vader, leuk, ik was zelfs een beetje trots, maar pas toen ik dingen hoorde, begreep ik er niets van.’ De tegenbrief van Palmen, ook in z'n geheel geciteerd (neem ik aan), is een prachtige apologie, en in z'n soevereiniteit het hoogtepunt van dit boek. Lief en empathisch ('Tijdens het schrijven heb ik geen seconde gedacht dat ik jou met dit boek pijn zou doen. (…) Hij hield vreselijk veel van jou en dat blijkt ook uit alles wat er staat.’), maar ook onverbiddelijk: 'Ik heb juist van Ischa geleerd om onverbloemd alles te schrijven wat ik wil schrijven. (…) Er is niets waarover ik mijn mond hoef te houden.’