Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Ted Hughes, Ik wil nooit vergeven worden. Brieven. Gekozen en vertaald door Nelleke van Maaren. De Arbeiderspers, Privé-Domein

Medium cover

Hoeveel doden in een leven kan een mens verdragen? En dan vooral: hoeveel zelfgekozen doden? Misschien moet je wat dat betreft nog het meest medelijden hebben met Frieda Hughes, de dochter van Ted Hughes en Sylvia Plath. Ze was bijna drie toen haar moeder haar hoofd in de oven stak - wel nadat zij melk en koekjes had klaargezet voor Frieda en haar twee jaar jongere broer Nicholas die toen dus nog een baby was - ze werd opgevoed door haar vader, wiens tweede vrouw zes jaar later op precies dezelfde manier zelfmoord pleegde nadat ze hun vierjarige dochtertje, haar stiefzusje dus, had gedood, haar vader stierf aan kanker in 1998 en elf jaar later hing haar broer zich op.

Ondertussen waart niet de dood in deze brievenverzameling, een keuze uit de duizenden brieven die Ted Hughes schreef in een periode van vijftig jaar, maar vooral de liefde. Voor zijn vrouwen, zijn zus, zijn kinderen, en de taal, de dichtkunst. Soms pijnlijk om te lezen, zo persoonlijk en intiem. Dat ik gewoon ’s ochtends in de trein, tussen Utrecht en Amsterdam, met alle gekrakeel om me heen, een beetje staarderig en gaperig in keurig geannoteerde vorm het eerste liefdesbriefje lees dat Hughes schreef aan Sylvia Plath, nadat hij haar op een feestje in Cambridge had ontmoet. Het is maart 1956. Ted is 25, Sylvia 23.

‘Sylvia,

Die nacht was niets anders dan ontdekken hoe glad je lichaam is. De herinnering eraan stroomt als cognac door me heen. (…)’

Nog in hetzelfde jaar zullen ze met elkaar trouwen.

En dan alles wat Hughes schrijft over andere schrijvers (Spender, Auden, de etentjes met T.S. Eliot, magisch, zo huiselijk), over literatuur, over stijl. Zo serieus, zo bezeten, van meet af aan. 'Het belangrijkste is,’ schrijft hij als 22-jarige student Engelse literatuur in Cambridge aan zijn zus, 'dat je een woord betreedt als een continent.’

Ik vind het moeilijk om niet eindeloos te citeren. Héél veel geboden en verboden aangaande het schrijven bevatten de brieven, begeesterend omdat ze persoonlijk doorleefd zijn. En liefdevol, omdat hij ze uiteindelijk ook richt aan Frieda, die in de voetsporen treedt van haar ouders. Ze stuurt hem kennelijk haar verhalen op, voor advies en commentaar.

In 1977, dan is zij 17, doet hij haar puntsgewijs allerlei schrijftips aan de hand, na haar uitgebreid gecomplimenteerd te hebben. De tips komen erop neer dat als iets zich als lastig aan je voordoet, het wel eens helemaal niet thuis zou kunnen horen in je tekst. Dat je je altijd moet voorstellen dat je je verhaal aan iemand voorleest. Dat je moet oefenen door te kopiëren (Raymond Carver zou in haar geval heel nuttig zijn). Dat je moet oefenen in hardop lezen. 'Lees elke zin als een aparte muzikale eenheid. Niets zal je beter leren om te herkennen wat helder schrijven is.’

Als hij ondertekent met 'Liefs, papa’ schrijft hij er nog tussen haakjes achteraan zelf 'duizenden uren’ hardop te hebben gelezen.

Helderheid, eenvoud, kracht, daar ging het hem om, en daarom hield hij bijvoorbeeld zo van Jonathan Swift , 'de enige stilist’.