Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9789050189439

Irvin D. Yalom, Scherprechter van de liefde. Tien ware verhalen uit een psychotherapeutische praktijk. Vertaling Hans Kooijman. Balans 1995

Had ik laatst al Stephen Grosz gelezen, de psychoanalyticus die in Het leven. Een handleiding de verhalen uit zijn praktijk terugbrengt tot aantrekkelijke puzzels, met een trauma, een geschiedenis en min of meer een ‘oplossing’, nu stond ik in Athenaeum Boekhandel met Love’s Executioner and Other Tales of Psychotherapy in m'n handen, van Irvin D. Yalom, te dubben. Weer zo'n verslag uit de psychopraktijk. Het is een behoefte aan een soort waarheid en intensiteit denk ik, waarvoor ik normaliter romans lees maar waarvoor ik soms niet de geschikte roman kan vinden. Uiteindelijk heb ik het boek niet gekocht, om thuis tot de ontdekking te komen dat de Nederlandse vertaling al héél lang op een stapel naast m'n bureau lag te wachten, voor ooit.

In Scherprechter van de liefde doet Yalom iets vergelijkbaars als Grosz, zij het veel uitgebreider en minder anekdotisch. Of dat ook bevredigender uitpakt weet ik nog niet. Wat intrigerend is in ieder geval, is dat waar Grosz ervan uitgaat dat in ieders leven een sleutel schuilgaat voor een specifiek probleem, lijden of trauma, Yalom verder gaat dan dat.

De vergelijking tussen hen klopt misschien niet helemaal, Grosz is psychoanalyticus en Yalom psychiater (ook romanschrijver overigens, ik las ooit Lying on the couch van hem, zo'n heel vernuftig en aantrekkelijk boek over de verwevenheid van de sores van een psychiater en diens cliënten). En Grosz schreef zijn verhalen voor de krant, de Financial Times, een beetje columnachtig, en daardoor misschien ook altijd wel met een geforceerde pointe.

Yalom zet lekker zwaar in, in zijn proloog. Het leven is onleefbaar, en daarom lijden we pijn, allemaal. Hij rekent niet met verdrongen instinctieve driften, en ook niet met slecht begraven scherven van een tragisch, persoonlijk leven (zijn woorden). Waar het op neerkomt is dit: 1. we gaan dood, en ook de mensen van wie we houden gaan dood 2. we zijn vrij om ons leven vorm te geven 3. we zijn allemaal alleen 4. het leven heeft geen zin. Waar het hem om gaat is dit onder ogen te zien, deze waarheden, en daarmee te leven. Sterker nog: uit die waarheden kracht te putten, en die te gebruiken om persoonlijke verandering en ontplooiing in gang te zetten.

Ik lees de tien verhalen niet op volgorde, kijk in de inhoudsopgave waar ik zin in heb. Nu ben ik bezig in 'De dikke dame’, een voorwaar onthullend chapiter. Ook omdat Yalom zijn afkeer van zijn honderdvijftien kilo wegende patiënte niet verdoezelt: 'Dikke vrouwen hebben me altijd afkeer ingeboezemd. Ik vind hen walgelijk (…) Ik haat hun kleren (…) Hoe durven ze hun lichaam aan de rest van ons te vertonen?’

Vervolgens gaat hij na waar deze afkeer bij hem eigenlijk vandaan komt. Er ontwikkelt zich een spannende geschiedenis, met een grote dynamiek tussen therapeut en cliënt. Ik zal de clou niet verklappen; het moge allemaal fundamentele existentiële pijn zijn waaraan wij lijden, Yalom is schrijver genoeg om met een duidelijke spanningsboog te werken, en telkens weer licht aan de einder te bieden.