Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium cover 280x340

Das Magazin. Literair tijdschrift. Nr.6, zomer 2013. Het Jong

Het mag gerust een wonder worden genoemd dat een nieuw literair tijdschrift zo fris kan zijn, en zo tot direct consumeren uitnodigt.

Een wonder, of gewoon een prestatie natuurlijk. Het zesde nummer is alweer verschenen, en weer ziet het er waanzinnig mooi uit. Mooi is niet alles, maar het helpt wel. De rubrieken, de verhalen, ze worden opgetild door de zorgvuldige vormgeving. Wil je iets betekenen in schrijvend Nederland, dan moet je in dit tijdschrift staan. Die uitstraling heeft dit tijdschrift; het is de enige uitstraling die het bestaan van een literair tijdschrift legitimeert.

‘Het jong’ is het thema van het zomernummer, en dus krijgen we een kijkje in het werkkabinet van Charlotte Mutsaers - 'wat ook heel tof is: ik kijk uit op grachtentuinen’ - en twee nieuwe verhalen van schrijvers die vorig jaar met een roman debuteerden, Maurits de Bruijn en Shira Keller. In 'Woestijnhond’ roept De Bruijn een griezelige sfeer op, met een gezin in een auto in de woestijn. Op de vlucht? Voor wat? Er is een lichtgevende baby aan boord die niet ontdekt mag worden, er zijn Denen in aantocht. Het is een magisch verhaal, verteld vanuit een angstig kind. Een mooi perspectief, omdat het helemaal in het midden blijft of er nu wel of niet wat aan de hand is. 'Bezoek voor Pauli’ van Keller bevat authentieke boerentragiek - 'Soms trok hij aan de kwasten van de koeienstaarten, voorzichtig, alsof het de lokken van een meisje waren.’ - en heeft een verrassend actuele wending.

In dit nummer ook een erg mooi essay van Jan Postma, 'Van dooie muizen, de dingen die komen en gaan’. waarin hij een muizenplaag en de angst om te gaan samenwonen op weemoedige en grappige wijze juxtapositioneert. Iets dergelijks geldt voor 'My precious’ van Groene-collega Joost de Vries; een bespiegeling over kritiek en de bijna-niet-te-onderdrukken neiging die te pareren, uitmondende in een superieur staaltje verklaringskunst.

Terugkerende grap in Das Magazin is om een paar schrijvers te vragen een korte tekst te leveren naar aanleiding van een zeer precies omschreven opdracht. Deze keer was dat: toon de grootste wreedheid van een kind. 'Tegen kinderen, dieren, volwassenen of zichzelf.’ Ik zeg grap, omdat die teksten vervolgens zonder auteursnaam worden geplaatst. Het heeft tot gevolg dat je de korte verhalen met argusogen leest. Zou deze echt van Oek de Jong zijn? En deze van Maartje Wortel? Nee, dat kan toch niet? Van de acht verhalen zijn er maar twee echt goed, 'Stiefzusje’ en 'Dennie’, en één een beetje, 'Over vrouwen en vogels’. De rest vond ik onbeduidend of mislukt. Val ik nu door de mand, niet geholpen in mijn oordeel door de naam van de auteur?