De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9200000011437726

the Paris Review, 205, summer 2013

Ik kocht deze editie vanwege het interview met Hermione Lee, de Woolf-biograaf, o.a. Het is een fijn tijdschrift, ligt in de hand als een boek, en de aankondigingen op de cover zijn altijd feestelijk. Beloftevol. De namen die je kent zijn zonder uitzondering goed - al moet ik zeggen een beetje Lydia Davis-moe te zijn, gekkevrouwenproza heeft een verzadigingspunt kennelijk - en stralen af op de namen die je niet kent. Ben Lerner deed een vage bel klingelen, en eenmaal begonnen in zijn verhaal, ‘False Spring’ (jezus wat een goeie titel, bedenk ik nu ik het verhaal heb gelezen), is er geen ophouden meer aan. Even plat samengevat: het begint op de spermabank, en gaat dan via een soort hippie- coöperatie in Park Slope, waar de klanten worden geacht mee te helpen de schappen te vullen, naar een weemoedig staren naar de skyline van NY en alles wat zich daarboven bevindt. In het hemelgewelf bedoel ik. Ondertussen gaat het even terloops als verbijsterend over zaken als ouderschap, adoptie, identiteit en wortels. Werkelijk práchtig verhaal, jaloersmakend casual verteld.

Hermione Lee stelt ondertussen niet teleur. Ze praat bevlogen en ambachtelijk over haar biografische werk. Ik was altijd wat geneigd neer te kijken op mensen die van het biografieën schrijven hun vak lijken te maken, in plaats van dat ze zo gefascineerd zijn door iemand dat ze van het duiden van hun werk hun levenstaak maken. Bij Lee lijkt het echter volkomen vanzelfsprekend dat ze telkens weer begint aan zo'n gigantische klus, ze vertelt er heel smakelijk, en oprecht geïnteresseerd over. Zozeer, dat ik inmiddels een roman heb gekocht van haar nieuwste object, Penelope Fitzgerald. Eigenlijk, als ik mijn luimen had gevolgd, had ik ook onmiddellijk haar biografie van Woolf gekocht, die ik nog steeds niet heb gelezen. En ik wil ook die van Edith Wharton lezen. Bijna had ik heel andere boeken in mijn vakantiekoffer gedaan dan die al een tijd trouw op me liggen te wachten. Hoe labiel.

Wat Lee’s biografische objecten overigens gemeen hebben is hun kinderloosheid. Geloof ik, ik twijfel nu even over Fitzgerald, die overigens pas ging schrijven toen haar man dood was. Wat bij mij de vraag deed rijzen of ze zelf wel kinderen had. Maar dat vroeg de interviewster nu weer niet.

En dan nog het toetje: 'Letter from Williamsburg’ van de mij onbekende Kristin Dombek. Ook al weer zo superieur casual verteld, alsof een goeie vriend tegen je aan praat, en langzaam maar zeker zo intiem wordt dat je er licht ongemakkelijk van wordt. Wat begint als een verhandeling over geloven, en bidden, gaat naadloos over in een evocatie van vrijpartijen met een derde persoon erbij. Als in triootjes ja. Van een gedetailleerdheid waarvan je denkt 'why??’ maar die je toch maar even snel meepakt, ook vanwege de religieuze impact. De heilige drie-eenheid, weet je wel.