Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium schermafbeelding 2013 08 29 om 10.59.33

Simon Vuyk, Marianne Vaatstra. Het verhaal van haar moord. Nieuw Amsterdam 2013

Ik kon niet slapen en ben toen dit gaan lezen. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik erover moet zeggen. Het leest als één lange aflevering van Opsporing verzocht, met de zekerheid dat er een ontknoping komt. Het eerste hoofdstuk - het boek bestaat uit zo'n veertig ultrakorte hoofdstukken, met titels als ‘Zwarter dan zwart’ en 'Zelf op jacht’ - heet 'Onvoorstelbaar’ en plaatst je onmiddellijk in het drama. Het is zaterdagmorgen 1 mei 1999, huize Vaatstra te Zwaagwesteinde, moeder staat als eerste op en ziet meteen dat Marianne’s schoenen niet in de keuken staan. Volgende constatering: haar jas hangt niet aan de kapstok. Rennen naar haar slaapkamer: bed onbeslapen. Paniek. Nu ga ik al ongeveer zo schrijven als Simon Vuyk, die eerder over rampen en misdaden schreef. Hij schrijft in staccatozinnetjes, heel direct, in de tegenwoordige tijd, met maximaal verhevigend effect. 'Wat? Marianne alleen naar huis? In het donker? Op een vreemde fiets? Hoe kan dat nou? Verdomme!’ Alsof je er met je neus bovenop staat. Ook de vondst van Marianne wordt zo beschreven, zeer onomwonden en zo plastisch dat ik er een beetje last van kreeg. Dat is natuurlijk ook het dubbelzinnige genoegen van het lezen van een boek als dit. Toen Jasper S. voor de rechtbank zijn verhaal deed, heb ik dat ook uitgespeld in de krant, met weerzin en nieuwsgierigheid.

In dit boek van bijna 350 pagina’s - in één nacht uitgelezen - worden alle stadia van de speurtocht naar de dader doorlopen, de valse beschuldigingen richting asielzoekerscentrum, het ontwrichtende effect van het verlies op het gezin Vaatstra en op het huwelijk van de ouders, en de niet aflatende missie van de vader. Dit boek is ook met zijn medewerking geschreven, en niet met die van de moeder.

Twee kwesties bleven een beetje bij mij knagen: het vriendje dat haar tegen alle afspraken in alleen naar huis heeft laten fietsen - hoe is het met hem? - en die twee malloten die maar bléven volhouden dat de moordenaar een asielzoeker was - misschien nu nog steeds. Waarom zijn die twee nooit bestraft wegens verregaande laster? Tegen het einde van het boek overheerst de figuur van Jasper S. natuurlijk alles. En wéér las ik al die details, rillend, wat hij met haar heeft gedaan. Met een beetje kwaaie wil kun je in zijn woorden lezen dat eigenlijk zijn vrouw de schuldige is: hij kon bij haar niet aan zijn gerief komen. Of de Groningse hoeren: Marianne moest bij hem doen wat hij van hen had geleerd. Zo zie je maar, prostitutie lost echt niks op, bewerkstelligt eerder het tegenovergestelde. Het boek wordt er nog naarder op door alle foto’s van haar die erin staan.

Peter R. de Vries komt ook nog uitgebreid aan het woord, en die zegt wel verrassend milde dingen: 'Mijn inschatting is dat deze man werkelijk spijt en berouw heeft. De buitenwereld wil dat vaak niet zien of horen en praat er vaak nogal makkelijk over dat hij “gewoon” na de moord heeft doorgeleefd. Zo gewoon is dat in mijn ogen niet.’

Nog iets geks: dat Jasper S., 'godsgeschenk’ bij geboorte, tijdens zijn adolescentie een 'duistere kant’ ontwikkelde. Vuyk beschrijft die zo: 'Die niemand zag. Een diep verlangen. Naar seks. Begeerte. Hij ontwikkelde daarin een grote behoefte. Een geslachtsdrift die hij zelf als volkomen natuurlijk ervoer. Die impulsief was. Roekeloos. Ongeremd.’ Zijn vader scheen hem erop te hebben aangesproken. En dat allemaal tussen de koeien.