Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium full8168844

Paula Fox, Wanhopige personages. Vertaald door Ronald Jonkers. Bert Bakker 2002

Stuitte tot mijn verrassing op dit boek op de boekenmarkt die altijd op vrijdagmiddag op het Spui wordt gehouden. Ik wist helemaal niet dat Desperate Characters ooit vertaald was geworden. Paula Fox (1923) is een schrijfster die tamelijk laat debuteerde, toen ze rond de 40 was, heel goeie kritieken kreeg maar een beetje onder de markt bleef hangen, zoals dat natuurlijk zo vaak gaat. Begin jaren negentig werd ze echter herontdekt door een nieuwe generatie Amerikaanse schrijvers, zoals David Foster Wallace, Jonathan Lethem en die andere Jonathan, en met name Desperate Characters, oorspronkelijk verschenen in 1970, beleefde een nieuwe triomfronde. Het is een klein en duister huwelijksdrama, duister in de zin van ‘zwart’. Fox schrijft messcherp, glashelder en buitengewoon 'to the point’ op een diepzinnige manier. Ik ben het meteen in vertaling opnieuw gaan lezen, en weer ben ik er bijna jaloers op, zo goed als zij er in is het huiselijke verkeer een sinistere toon mee te geven. Het verhaal wordt verteld vanuit Sophie Bentwood, getrouwd met advocaat Otto Bentwood, veertigers, woonachtig in Brooklyn. Ze wordt in haar hand gebeten door een zwerfkat - een scène waarbij je je haarwortels voelt krimpen van afgrijzen - en raakt bevangen door de angst rabiës te hebben opgelopen. Kenmerkend voor de roman is het inzoomen op kleine gesprekjes, onderhuidse spanningen die duidelijk worden door de beschrijvingen van wat Sophie ziet, en waaraan ze denkt. Op een feestje is er bijvoorbeeld de volgende uitwisseling tussen de echtelieden:

“Waar is je glas?’

'Ik wil niets drinken,’ zei ze vinnig. Omdat hij pal voor haar stond, ontnam hij haar het zicht op het vertrek. Uit zijn blik sprak een zekere bedremmeldheid. Hij had haar gehoord, had zichzelf gehoord en het speet hem. Dat zag zij op haar beurt ook, en nu speet het haar hem zo bits te hebben toegesproken. Een ogenblik lang hielden ze elkaars blikken vast. 'Je knoop zit los,’ zei ze, terwijl ze op zijn jasje tikte. 'Ik haal iets voor je…’ zei hij zonder van zijn plaats te komen. Ze hadden het alledaagse afgeweerd, en heel even hadden ze tussen elkaar de kracht gevoeld van iets origineels, iets ongekends. Maar toen ze het wilde benoemen, was het alweer vervlogen; net zoals zij niet meer wist wat zij zich wilde herinneren op het moment dat hij plotsklaps bij haar wegliep. Ze legde haar hand plat tegen de lambrisering. Hij zag eruit als een vogelspin. Haar huid tintelde. Hondsdolheid… geen mens kreeg dat ooit, behalve misschien een boerenjongen uit het zuiden.’

Zoals Jonathan Franzen in zijn nawoord schrijft: dit is een kleine roman die je telkens opnieuw kunt lezen, om nieuwe dingen te ontdekken. Sophie Bentwood is op de vlucht, maar waarvoor? Het is een roman over vertwijfeling, en gelijke doses liefde en haat. Franzen vindt haar beter dan haar tijdgenoten Updike, Roth of Bellow, die ook excelleerden in het fileren van intieme betrekkingen. Dat is ook weer zo wat, dat ze beter zou zijn, dat weet ik niet, maar het is wel gek dat zij verdwenen lijkt. Max Pam somde van de week in zijn column in de Volkskrant een rijtje illustere Ierse schrijvers op, en vergat daarbij Edna O'Brien te noemen, en Anne Enright. Misschien een beetje simpel, maar daarmee begint wel het grote vergeten. Dus nog maar een keer hier: Paula Fox. Ze zou nog wel moeten leven zelfs. Fun fact: ze is de oma van Courtney Love.