Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium catton

Eleanor Catton, De repetitie. Oorspr. The Rehearsal. Vertaald door Rob van Essen. Anthos 2009

Ik had de debuutroman van Eleanor Catton altijd nog op een ‘te lezen’-stapel liggen, en nu de schrijfster de Man Booker Prize heeft gewonnen voor haar tweede roman was ik des te gemotiveerder haar debuut nu eindelijk ter hand te nemen. De repetitie is een uitdagende, complexe roman; ik heb de neiging er nu van alles over op te gaan zoeken. Maar wat ik zoek vind ik niet. Dan maar op eigen kracht.

Ogenschijnlijk gaat de roman over een stiekeme verhouding tussen een muziekleraar en een 15-jarige leerlinge, die uitgroeit tot een soort seksschandaal. De leerlinge in kwestie, Victoria, belandt een tijdje thuis, de leraar wordt geschorst, en de medeleerlingen blijven in verbijstering en jaloezie achter. Over de kwestie wordt een jaar later een toneelvoorstelling gemaakt door de eerstejaars leerlingen van een prestigieuze toneelacademie. Tot zover de bare facts. Aanvankelijk wordt de geschiedenis vanuit twee verhaallijnen benaderd, die vanuit de school van Victoria, met name vanuit ‘de saxofoonlerares’, en die vanuit de toneelschool, met name vanuit eerstejaars student Stanley die een verhouding krijgt met de jongere zus van Victoria, Isobel.

Wat allereerst opvalt in De repetitie is de taal. Dit is geen realistische vertelling, het is eerder een groteske, een kapstok om uit te weiden over meisjes en hun vernietigende, seksuele, kracht. De saxofoonlerares schept er een sardonisch genoegen in die kracht aan te wenden om haar pupillen beter hun muziekinstrument te laten bespelen. Daarnaast vindt ze het heerlijk de moeders te confronteren met de lichamelijkheid van hun dochters die ze zelf niet meer hebben. Zo praat ze bijvoorbeeld tegen zo’n moeder: ‘Hoort u mij, met uw mond als een dun rood draadje, uw leeggelopen boezem en uw ouderwetse mosterdkleurige bloes?’

De eigenaardige mengeling van afstandelijkheid en intensiteit deed mij sterk denken aan De pianiste van Elfriede Jelinek, ook – deels - een moeder-dochterroman, en een striemende verhandeling over obsessies met schuld, seks en straf. Ik zou er veel zin in hebben een groter essay te schrijven over deze beide romans. Ik ben het in geen enkele andere beschouwing tegengekomen, deze associatie, en evenmin dat deze roman in feite de rouwverwerking is van een ongelukkig verliefde. Ooit was er een Patsy in het leven van de saxofoonlerares - een collega, een leerlinge of een klasgenote - die toch koos voor een veiliger leven met een man. Ze herbeleeft haar trauma door permanent fantasieverhalen uit te leven op haar leerlingen, hen in feite háár pijn door te laten maken.

Ongelooflijk dat Catton 22 was toen ze deze bruisende, intrigerende roman publiceerde. Aan de andere kant misschien juist wel de beste leeftijd om zoiets gewaagds te maken, dat intrigeert omdat het niet helemaal perfect is, net even te gemaniëreerd en duister. Er staan zulke mooie mini-verhandelingen in over het verlangen iemand anders te onderwerpen, over wat acteren is, over de aantrekkingskracht van oudere vrouwen, over het verschil tussen waarheid en overtuiging, het verschil tussen meisjes en jongens, over wat een taboe is (‘Een taboe is iets waarvoor we nog niet klaar zijn.’), over de essentie van meisjesachtigheid. Bovenal is De repetitie een ode aan de herinnering aan die ene perfecte kus, die je je leven niet meer verlaat. ‘Dat is alles wat er is. Vanaf dat punt zal alles imitatie zijn.’