Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium images

A.S.A. Harrison. The Silent Wife. Headline 2013

‘Die behoefte aan pulp blijf jij maar houden hè,’ zei de collega die me al de hele week met The Silent Wife in de weer zag. Dat is dus het rare met dit boek: het ziet er pulperig uit, de titel is ook een beetje omineus wat dat betreft, maar het ís zeker geen pulp. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik vies van pulp ben. Als het maar goeie pulp is. Vroeger hield ik van de boeken van Elizabeth George, Barbara Vine, Karin Slaughter, Mo Hayder, maar zij zijn er allemaal niet beter op gaan schrijven met de jaren. Of is mijn smaak veranderd? Ik vond 7 dagen van Deon Meyer erg goed, maar heb geen zin er nog eentje te gaan lezen. De vrouw in de kooi van Jussi Adler-Olson vond ik ongelooflijk spannend, heel goed geschreven ook, maar De fazantenjagers heb ik weggelegd. Ranzig, vervelend, langdradig. Sowieso lees ik veel minder graag plotgerichte boeken, en tegelijkertijd ben ik altijd op zoek naar het 'verdovende’ boek, een boek dat me doet vergeten dat ik nog een lange treinreis voor de boeg heb bijvoorbeeld, of eigenlijk zou moeten slapen. Op dit boek van de mij onbekende A.S.A. Harrison stuitte ik door een recensie in het NRC. Het is een waanzinnig mooie roman waarvan het bijna jammer is dat er een moord in wordt gepleegd, die ook al op de eerste pagina wordt aangekondigd. Het eerste deel, dat bijna het hele boek beslaat, is opgebouwd uit alternerende korte hoofdstukken 'her’ en 'him’. De zij en de hij zijn Todd en Jodi, woonachtig in een luxe appartement in Chicago, uitkijkend over het Lake Michigan, al meer dan twintig jaar samen. Hij doet iets met onroerend goed, zij is psychotherapeute. Als hij thuiskomt van zijn werk, heeft zij toastjes met forel klaar staan, hij mixt een of ander ijskoud drankje voor hen beiden, en de hond, een golden retriever, vleit zich aan hun voeten. Die hond heet Freud.

Langzaam, heel subtiel, worden de barstjes getoond in dit fort. Het is moeilijk te schrijven over dit boek zonder veel te verraden. Laat ik het zo zeggen: het is een extreme geschiedenis over 'keeping up appearances’, over bedrog en beschadiging, zonder dat het ook maar een moment onaannemelijk is. Harrison is heel zorgvuldig in het reliëf verlenen aan haar personages, door de geschiedenis van hun relatie uit te diepen, en hun beider jeugd. Ik ben nu al een tijdje aan het bladeren door het boek, op zoek naar een citaat over Freud, niet de hond, maar de psychoanalyticus zelf, maar kan het niet meer terugvinden. Het was iets met dat Freud zijn cliënten aan het kruis nagelt. Dit is in feite ook wat de schrijfster doet. Ergens schrijft ze ook - vanuit het perspectief van Jodi - dat iedere shrink weet dat niet een voorval ertoe doet, maar de manier waarop je op dat voorval reageert. Todd en Jodi hebben zich allebei een manier van overleven aangewend.

The Silent Wife heeft wel iets gemeen met de eerste roman van Aifric Campbell, en met het werk van Irvin D. Yalom, maar is beter. Hete materie, ijskoud opgediend. Zelfs de plot is uiteindelijk niet de plot, dat is er ook zo goed aan; met terugwerkende kracht krijgt zelfs de titel een andere, diepzinniger, betekenis.

Creepy genoeg blijkt de schrijfster overleden. Een kleine google-ronde leert dat ze in april dit jaar aan kanker overleed, twee maanden voor dit boek in de winkel lag. Ze was 65. In de jaren zeventig schreef ze onder pseudoniem een pornoboek, Lena, en ook maakte ze een boek over het vrouwelijke orgasme. Én ze deed aan striptease, al was dat geloof ik ook een soort research. De meest recente auteursfoto toont een smal ironisch hoofd met een grote uilenbril. Haar ambitie was al heel lang iets voor een groot publiek te schrijven. Menig manuscript schijnt afgewezen te zijn. En nu dus dit postume juweel.