Marja Pruis leest…

..altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium swimming home pb shortlisted

Deborah Levy, Swimming Home. & Other Stories 2011

Ik was benieuwd naar deze roman; Deborah Levy leek me een van de interessantste genomineerden voor de Man Booker Prize dit jaar, afgezien natuurlijk van Hilary Mantel die ’m uiteindelijk won. Ik heb Swimming Home net uit, heb het met wisselende irritatie en belangstelling gelezen.

Het begin is heel mooi, sinistere proloog waarin een Great Gatsby-achtig beeld wordt opgeroepen van een stel dat midden in de nacht door de heuvels van zomers zuidelijk Frankrijk rijdt. ‘The days were hard and smelt of money.’ Zij achter het stuur, misschien dronken, in ieder geval meer bezig met hém, terwijl hij spijt heeft van zijn rendez-vous met haar. Breng me alsjeblieft veilig thuis, smeekt hij haar, terug naar vrouw en dochter.

Juli 1994 staat boven deze proloog. Wat volgt is een klassiek getoonzet vakantieverhaal, twee stellen met elkaar in een Frans vakantiehuis. De onderlinge betrekkingen worden vanaf dag één flink opgeschud door een onverwachte indringster, een meisje met felgroene nagels, die het liefst naakt rond paradeert.

Ik was eerst getriggerd door dit gegeven, maar kreeg de pest in toen de schrijfster bleek te werken met wisselende vertelperspectieven. Vaak een zwaktebod om niet helemaal 'diep’ te hoeven gaan, en de personages te blijven ironiseren. Eens en te meer dacht ik genoeg te hebben van schrijvers die neerkijken op hun personages, en een roman schrijven vooral om te laten zien dat ze boven hen staan.

Het meisje is vervelend, anorectisch, manisch. In feite blijkt ze de stalker van een van de vakantievierders, de 57-jarige gevierde dichter Joe Jacobs. Het interessante personage is diens vrouw Isabel, oorlogscorrespondente. 'She had gone too far into the unhappiness of the world to start all over again.’ Vooral het geduld met haar man, dwangmatig vreemdganger, lijkt op. Tegelijkertijd wordt heel mooi beschreven hoe ze ernaar verlangt zichzelf te ontdoen van wat ze weet. 'They would be enchanted beginners all over again, kissing under the bright stars. That was the best thing to be in life.’

Misschien pleit het voor Levy dat ze geen eenduidig melancholieke roman heeft geschreven, maar voortdurend vervreemdingseffecten inlast. Mij stootten ze echter ook af, alle vage bijfiguren met hun vage besognes, en belangrijker nog: het vage meisje met haar 'issues’.

De grens tussen vaagheid en suggestie is altijd een precaire. Als het een schrijver lukt om op een bevredigende manier suggestief te zijn, is dat misschien wel het allermooist. Levy slaagt daar naar mijn smaak niet in.

Het einde is onverwacht, en doet je bijna weer genoegen nemen met het voorafgaande. Maar ook hier wringt iets: aan één kant een nogal kitscherige ontknoping die alles weer in een nieuw licht zet (als ik zeg wat dat is, verpest ik het boek, ook niet zo'n goed teken), aan de andere kant raadsels. Zou Levy zelf wel weten welke boodschap Joe aan zijn dochter heeft nagelaten?