Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 15771862

Sonali Deraniyagala, Wave. A memoir of Life after the Tsunami. Virago 2013

Ik kan niet ophouden met in dit boek te lezen. Ik houd het geopend in mijn hand als ik de trein instap, en berg het met spijt in mijn tas als ik moet fietsen. Het werd genoemd in het rijtje tien beste boeken van 2013 in de New York Times, en een vriendin attendeerde me erop. Toch aarzelde ik even in de boekhandel, ik houd eigenlijk niet zo van ramptoeristische boeken. Maar daar heeft deze pijnlijke getuigenis van de Shri Lankees-Engelse wetenschapster Sonali Deraniyagala, zo woedend en tegelijkertijd ingehouden geschreven, niets mee te maken.

Inderdaad, het is het verslag van een overlevende, die in één klap als gevolg van de tsunami op tweede kerstdag 2004 haar man, haar twee zoontjes én haar beide ouders verloor. Zelf had ze zich kennelijk net op tijd aan een tak of zoiets vastgehouden, het onverdraaglijke feit was in ieder geval daar: iedereen dood en zij was er nog om de herinnering aan hen wel of niet toe te laten.

‘I thought nothing of it first,’ begint haar relaas. De oceaan ziet er wat dichterbij uit dan normaal als ze uit haar hotelkamer kijkt. Ze viert de kerstvakantie met haar gezin en ouders in Yala, een nationaal park aan de zuidoostelijke kust van Shri Lanka. Ze is opgegroeid in Colombo, waar haar ouders nog steeds wonen, zelf woont ze met man en kinderen in Londen. Haar man is in de badkamer, haar ene zoontje leest de Hobbit, en dan is daar dus die golf, bruin, grijs water, dat razendsnel dichterbij komt. Het volgende moment zitten ze in een jeep, en nog weer een paar seconden later loopt die vol met water, houdt haar man de kinderen zo hoog mogelijk, en dan is het in feite gebeurd.

Op de volgende pagina’s doet de schrijfster verslag van wat er met haar gebeurt. Hoe de enige gedachte die haar op de been houdt is dat ze een einde aan haar leven gaat maken, en hoe ze zich verdooft met drank en pillen. Na vier jaar durft ze de gang te maken naar het huis in Londen waar ze met haar gezin woonde. Behalve een getuigenis van rouw, is dit ook een boek van liefde. Zo immens en onvoorstelbaar dit verlies is, zo nauwkeurig weet Deraniyagala het kleine dagelijkse gedoe van een gezin op te roepen, dat pas met het terugkijken het grote geluk blijkt te zijn geweest.