Marja Pruis leest…

…altijd meer dan ze kan of wil bespreken. Op de website van De Groene doet ze verslag van haar bevindingen en overwegingen bij de boeken die ze leest.

Medium 9789023472544

Peter Carey, De chemie van tranen. Vertaald door Hien Montijn. De Bezige Bij 2012

Ik kreeg dit boek van iemand die dacht dat ik er iets aan had, voor mijn eigen schrijven. En dat klopt ook wel. Het is een mooi, ingenieus verteld verhaal over verlies, rouw, troost. Catherine Gehrig wordt opeens geconfronteerd met de dood van haar geliefde. Openingszin: ‘Dood, en niemand die het me had verteld.’ Dertien jaar lang was hij – getrouwd – haar geheime liefde, en dus was er ook geen officieel bericht. Ze kan hem niet meer zien, zelfs kan ze niet naar zijn begrafenis. Peter Carey, die al twee keer de Booker Prize heeft gewonnen, in wiens boeken ik menige vakantie mijn Engelse vrienden verzonken heb gezien, was voor mij nog een onbekende schrijver. Ik vond deze roman een heel bijzondere combinatie bieden van poëzie en distantie. Catherine is volkomen ontredderd door het verlies van haar minnaar, ze wentelt zich in haar ongeluk, zuipt zich iedere avond compleet lam. Tegelijkertijd moet ze het hoofd koel zien te houden, alle belastende mailtjes en foto’s van haar werkcomputer verwijderen (haar geliefde was ook haar baas), én gewoon haar werk blijven doen. Ze is restaurator in een Londens museum, gespecialiseerd in klokken en uurwerken; ‘Ik moest weten hoe dingen in elkaar pasten.’ Een van haar collega’s, die ‘het’ wist, is zo zorgzaam om haar op te zadelen met een lastige klus, een prestigieus project, namelijk het restaureren van een negentiende-eeuws apparaat. Ze moet alle onderdelen op elkaar aan zien te sluiten, een van de hulpmiddelen daarbij vormen de overgeleverde dagboeken van de maker. Ze gaat zich steeds meer interesseren voor deze Henry Brandling, die ook kampt met een groot verlies in zijn leven. Carey past de beproefde verteltechniek toe door vanuit twee perspectieven een verhaal te vertellen, en de verhalen steeds meer parallel te laten lopen. Eerlijk gezegd was ik zo benieuwd steeds naar Catherine, dat ik de Henry-stukken wel héél erg snel begon te lezen. Het mooist beschreven vond ik haar ontzetting, haar gemis. ‘Het is niet voor te stellen dat dit mensen dagelijks overkomt.’ En hoe ze aan hem terugdenkt, aan ‘haar’ Matthew, die ze moest delen met een andere vrouw en twee zonen, met wie ze, zonder ze ooit ontmoet te hebben, jaren samenwoonde. En hoe ze haar jonge assistente in feite haat, omdat die alles nog voor zich heeft. Heel pijnlijk, juist omdat het zo beheerst is opgeschreven.